Topinstituut bepleit voor muziektalent

DEN HAAG, 10 APRIL. De Raad voor Cultuur vindt dat er in Nederland los van de bestaande conservatoria een speciaal opleidingsinstituut moet komen voor muzikaal toptalent.

In een advies aan staatssecretaris Nuis (OCW) schrijft de Raad vandaag dat het topinstituut vijftig tot zeventig briljante muziekstudenten moet begeleiden tot grotere hoogte en een internationaal niveau. De twaalf bestaande conservatoria richten zich volgens de Raad vooral op de brede groep studenten net onder de top. De ontwikkeling en begeleiding van echt grote talenten schiet er daardoor nogal eens bij in. De gedachte dat toptalent er vanzelf wel komt noemt het adviescollege gezien de praktijk te beperkt. De selectie van de leerlingen voor het topinstituut moet onafhankelijk van de conservatoria gebeuren. De Raad zegt in het advies niets over de kwaliteit van de conservatoria bij gebrek aan noodzakelijke gegevens.

Nuis had advies gevraagd over de invoering van de tweede-fase-opleidingen in het muziekvakonderwijs. Dat moet het sluitstuk vormen van een discussie over de herstructurering van de conservatoria, waarover al sinds de vroege jaren '80 wordt gesproken. De besluitvorming daarover raakte in 1994 in het slop, toen voorstellen van de toenmalige PvdA-staatssecretaris Cohen voor twee opleidingen in de Randstad en twee daarbuiten in de Tweede Kamer wegens regionale belangen stuitten op heftig politiek verzet. De Raad stelt nu voor die tweede-fase-opleidingen toe te wijzen aan de conservatoria in Den Haag, Utrecht en Rotterdam en aan de combinaties Amsterdam/Hilversum, Zwolle/Enschede/Arnhem en Maastricht/Tilburg. De Raad wijkt hiermee af van een advies in 1994 van de toenmalige Raad voor de Kunst, die slechts aan de conservatoria in Amsterdam en Den Haag de tweede fase wilde toekennen.

De nu voorgestelde opleidingen moeten zich volgens de Raad profileren door specialisatie in de vakgebieden waarin zij het beste zijn. Door de verdeling van het budget van 13 miljoen gulden daarvan afhankelijk te maken, kan de staatssecretaris het ontstaan van 'conservatoria van verschillende signatuur' stimuleren.

De plannen van Cohen leidden destijds tot heftige tegenstellingen tussen de conservatoria. In de Randstad ontstond de Vereniging voor hoogwaardig muziekvakonderwijs. Rotterdam keerde zich tegen de bevoordeling van Amsterdam en Den Haag bij de toekenning van tweede-fase-opleidingen.

Directeur Ton Hartsuiker van het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium zegt “verbaasd” te zijn over het voorstel voor een topinstituut. “Waar halen ze de docenten vandaan? Moeten die komen van de conservatoria van Amsterdam en Den Haag?” Volgens Hartsuiker getuigt het advies van gebrek aan moed “omdat het de regionale politiek volgt, kwalitatief mindere opleidingen legaliseert en ontkent dat de goede opleidingen met meer financiële mogelijkheden het toptalent uitstekend kunnen begeleiden.”