Netanyahu vooral uit op meer handel

DEN HAAG, 10 APRIL. De Israelische premier, Benjamin Netanyahu, die vannacht in Nederland is gearriveerd voor een officieel bezoek, komt vooral pleiten voor een uitbreiding van de bilaterale handel. De Europese Unie, waarvan Nederland dit half jaar voorzitter is, kan volgens hem mede dankzij haar goede betrekkingen met Israel, het Palestijnse Gezag en de Arabische landen als grote economische steunverlener helpen om het vredesproces in het Midden-Oosten weer in beweging te krijgen.

Netanyahu's programma geeft weer waar hij zijn accenten wil zetten. Vanmorgen vroeg ontmoette hij Nederlandse ondernemers in het Kurhaus in Scheveningen, waar hij vervolgens ook sprak met vertegenwoordigers van de Nederlandse Joodse Gemeenschap. Daarna sprak hij ruim een uur met premier Kok in diens Torentje aan de Hofvijver, en aan het Binnenhof met de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de vaste parlementaire commissies voor Buitenlandse Zaken. Van half twee tot drie uur was in het Catshuis een werklunch met Kok en minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) gepland, waarna Netanyahu in de Ridderzaal een toespraak over de Israelische economie zou houden tot een zogenoemd “Global Panel”. Voor vanavond zijn een audiëntie bij koningin Beatrix en een regeringsdiner voorzien, dat premier Kok aanbiedt. Morgenochtend vliegt de Israelische premier, na een kort bezoek aan de Keukenhof in Lisse, om half tien door naar Italië.

Navraag bij Haagse ministeries leert dat Netanyahu zich vandaag vermoedelijk voor de uitbreiding van de bilaterale handel wil richten op drie kerngebieden. Namelijk: 1) verkeer en vervoer, met name via het spoorwegnet; 2) Nederlandse betrokkenheid bij de economische ontwikkeling van de Israelische kust, in het bijzonder bij de eventuele aanleg van kusteilandjes en 3) energie en aardgas.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de omvang van de Nederlands-Israelische handel de afgelopen vijf jaar snel is gegroeid. In 1991 exporteerde Nederland voor 656,7 miljoen gulden en voerde voor 801,5 miljoen in uit Israel. Over 1995 waren de volumes gegroeid tot respectievelijk 961,5 en 1.036,3 miljoen gulden.

Premier Kok en minister Van Mierlo wilden behalve het vastgelopen vredesproces met Netanyahu vandaag ook de economische gevolgen daarvan voor de Palestijnen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever ter sprake brengen. Want met de verkoeling tussen Israel en het Palestijnse Gezag is de economie van de 2,3 miljoen Palestijnen in deze gebieden vorig jaar gekrompen, mede door opgelegde beperkingen in het verkeer van personen en goederen (jaarinkomen per hoofd was in 1996: 1.570 dollar).

De totale Nederlandse hulp aan de Palestijnen (via Ontwikkelingssamenwerking) beliep vorig jaar 101,5 miljoen gulden. Ruim de helft daarvan (56,6 miljoen) was bestemd voor projecten en budgetsteun ten behoeve van het regioprogramma Nijl en Rode Zee, bijvoorbeeld 24,5 miljoen (via een speciaal Wereldbankfonds) voor de betaling van salarissen in het onderwijs- en gezondheidsstelsel. Deze tijdelijke salarisbetalingen dienen als compensatie voor de nog tegenvallende belastingontvangsten van het Palestijnse Gezag, die op zichzelf weer te maken hebben met de beperkende maatregelen die Israel wegens de ernstige verkoeling in het vredesproces aan Palestijnen heeft opgelegd.

Voor humanitaire en andere hulp aan vluchtelingenkampen, waarin een derde van de Palestijnse bevolking in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever leeft, is 13 miljoen gulden besteed, via de VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA. Voorts is er via het ORET-programma (Ontwikkelingsrelevante exporttransacties) 32 miljoen gulden uitgegeven voor schenkingen bij de koop van twee gebruikte Fokker-vliegtuigen (80 procent gift) en bussen van het Nederlandse bedrijf Den Oudsten (gift 40 procent). Daarnaast is, doorgaans via particuliere kanalen of het Palestijnse Gezag, circa 15 miljoen besteed voor herbouw van scholen, het drukken van schoolboeken en het opleiden van Palestijnse politiemensen.

Grootste economische bottleneck in de Gazastrook zijn de problemen rondom een klein vliegveld, dat al klaar is, en de aanleg van een haven, waarvoor een Frans-Nederlands consortium (o.a. Ballast Nedam) de voorbereiding al gereed heeft. Voor de aanleg van deze haven, waarvoor Nederland 40 en Frankrijk 35 miljoen gulden gereserveerd hebben en de Europese Investeringsbank de resterende 35 miljoen wil lenen, en de ingebruikneming van het vliegveld weigert Israel al geruime tijd groen licht te geven in verband met risico's voor zijn veiligheid.

Israel wenst scherpe controles op het in- en uitgaande verkeer voor de haven en het vliegveld en verlangt daaromtrent garanties van het Palestijnse Gezag. Daarover wordt intussen al maanden overleg gevoerd in Palestijns-Israelische werkgroepen. Het Palestijns Gezag verwijt Israel dat overleg opzettelijk te vertragen terwijl Israel vasthoudt aan zijn eis dat er veiligheidsgaranties moeten zijn voor het vliegveld open mag en de bouw van de haven kan beginnen.