Jubeljaar voor pensioenfondsen

AMSTERDAM, 10 APRIL. Hun op een na beste beleggingsjaar in de geschiedenis hebben de pensioenfondsen te danken aan twee historische verschuivingen in de manier waarom zij hun ontzagwekkende vermogens van samen 600 miljard gulden investeren. Zij zijn veel meer in aandelen van bedrijven gaan beleggen en veel meer in internationale obligaties.

De traditioneel voorzichtig beleggende fondsen, die de pensioenvoorziening van werknemers in het bedrijfsleven en de overheid moeten zekerstellen, haalden vorig jaar een rendement van 15,2 procent, zo blijkt uit cijfers die de adviesfirma WM Company opstelt over de beleggingsprestaties van het doorsnee Nederlandse pensioenfonds. In 1995 was het rendement 14,7 procent.

Rendement is in de lange tijd in zichzelf gekeerde pensioenfondssector een issue geworden: WM Company nam vorig jaar fondsen met samen 310 miljard pensioenvermogen de maat. In 1995 was dat “maar” 180 miljard gulden.

Wie rendement zegt, zegt aandelen - op lange termijn de beste belegging, waartoe pensioenfondsen zich pas de laatste jaren op grotere schaal hebben bekeerd.

Op hun aandelenportefeuille maakten zij vorig jaar een rendement van maar liefst 29,9 procent, bijna het drievoudige van 1995. Vooral met hun Nederlandse aandelen, de kern van hun portefeuille, zaten de pensioenfondsen op rozen doordat de Amsterdamse effectenbeurs historisch hoge winsten behaalde.

Omdat de pensioenfondsen vorig jaar zijn doorgegaan met verschuiving naar meer beleggingen in aandelen tikken de hoge beleggingswinsten hard door in het totale rendement dat zij hebben behaald. Uit vorige maand gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de pensioenfondsen vorig jaar een bedrag van 181 miljard gulden in aandelen hadden belegd, een stijging met 32 procent ten opzichte van 1995.

Uit de cijfers van het CBS en WM Company blijkt dat de koersstijgingen vorig jaar hoofdzakelijk verantwoordelijk waren voor de waardegroei van de aandelenportefeuille. Als percentage van de totale beleggingen zijn aandelen niettemin volgens de cijfers van de WM Company vorig jaar nog met twee procentpunt gestegen tot 31 procent. Ter vergelijking: vijf jaar geleden belegden de pensioenfondsen 24 procent van hun vermogen in aandelen.

Deze verschuiving is volledig ten koste gegaan van de investeringen in vastgoed, een categorie beleggingen die de afgelopen jaren magere rendementen liet zien, al was het vorig jaar met bijna 13 procent lang niet slecht.

Opmerkelijk is dat de traditionele voorliefde van de pensioenfondsen voor beleggingen in waardepapieren met een vaste rente, zoals obligaties en leningen aan de overheid, de afgelopen jaren onverminderd is gebleven. Het aandeel in deze zogeheten vastrentende waarden in de totale beleggingsportefeuille is de laatste vijf jaar nauwelijks veranderd en bedroeg eind vorig jaar 55 procent, een daling van twee procentpunt ten opzichte van 1991.

Binnen deze op het oog saaie beleggingen hebben de pensioenfondsen wel een enorme ommezwaai gemaakt: zij investeren veel meer in Nederlandse en buitenlandse obligaties die op financiële markten verhandeld kunnen worden. De groei van deze beleggingen gaat ten koste van directe leningen aan overheid en bedrijfsleven. Het aandeel van de obligaties in de totale beleggingsportefeuilles is de laatste vijf jaar uitgebreid van 23 procent naar 37 procent.

De veranderingen in het beleggingsbeleid onderstrepen twee trends. Als aandeelhouders worden de pensioenfondsen steeds machtiger en naast lange-termijnbeleggers worden zij ook steeds meer handelaren, die (internationale) obligaties kopen en verkopen om te profiteren van tijdelijke verschillen in rente en valuta.

De groeiende macht komt tot uiting in voorzichtige pogingen om de krachten te bundelen bij optredens op aandeelhoudersvergaderingen van Nederlandse bedrijven. Het zoeken is nog naar een nieuw evenwicht in het spanningsveld tussen lange-termijnbelegger en korte-termijnhandelaar op financiële markten.