Amerikaans fort

Wachtend in de rij voor het Amerikaanse consulaat voor het afhalen van een visum, had ik alle tijd dit bolwerk in ogenschouw te nemen. Zwaar-ijzeren hekwerken in dubbele rij met hier en daar een dwarse tussenafscheiding, camera's aan de muur en in de tuin, het was om mistroostig van te worden.

Het is waar dat het tegenwoordige instituut van consulaat zijn wortels heeft in het middeleeuwse Italië, waar in belangrijke handelssteden speciale magistraten waren aangesteld voor de beslechting van handelsgeschillen. Ongetwijfeld ging het er in die tijd wel eens ruw aan toe en moest de magistraat op bescherming kunnen rekenen. Maar om in onze tijd een consulaat te presenteren als een versterkte vesting in vijandelijk gebied, maakt toch een beschamende indruk. Alles heeft zijn geschiedenis, ook die lugubere omheining, ooit opgetrokken om demonstranten tegen de Amerikaanse politiek in Vietnam op afstand te houden. Van Amerikanen wordt gezegd dat zij efficiënt zijn. Maar is het geen verspilling om dit verdedigingsmaterieel, waaronder ook een bemande keet met raampjes als schietgaten in een bunker, in stand te houden? Zou een geblindeerd raam niet voldoende zijn om een verdwaalde zonderling tegen te houden?

Dit alles overpeinzende, hoorde ik een microfoonstem die ons naar binnen noodde. Het langzaam opzijschuivende traliehek deed denken aan een dierentuin of gevangenis. De eerste sluis was ik door, nu de tweede. Achter het loket stond een onaardige jongeman die uitvoerig naar mijn paspoort staarde om tot deconclusie te komen dat de aanreikster en eigenaresse ervan één en dezelfde was. In het wachtlokaal de volgende twee loketten afgewerkt, het ging allemaal van een leien dakje. Efficiënt, dat wel, maar in een onvriendelijke sfeer. Waarom, vroeg ik mij af. Zijn ze nog steeds beledigd over de demonstraties van enkele decennia terug, die inderdaad nog al eens uit de hand liepen? Hoewel bijna dagelijks het grimmige bastion passerend werd ik door de ambiance ín het gebouw pas nieuwsgierig naar het waarom van de verschansing. Amerikanen gaan door voor open en hartelijke mensen, waarom geven ze daarvan dan geen blijk in het vriendelijke Amsterdam? Wordt hun dit door boosaardige omstandigheden onmogelijk gemaakt?

Een paar dagen later het consulaat maar eens gebeld. Het vergde veel geduld om een levend mens aan de lijn te krijgen. Zo beschaafd mogelijk, ik wilde niet de indruk maken op jennen uit te zijn, vraag ik of de Amerikaanse consulaten elders in Europa ook zo gebarricadeerd zijn. Een barse reactie zonder uitsluitsel volgt. Wel is mijnheer zo vriendelijk om op mijn verzoek de telefoonnummers van de consulaten in Londen en Parijs door te geven. Ik probeer het gesprek nog wat te rekken en veronderstel dat het misschien toch wat vreemd is om Londen en Parijs met mijn vraag lastig te vallen. Hij suggereert dat ik dan maar met de Amerikaanse ambassade in Den Haag contact moet opnemen. Als ik hem zeg dat dat een goed plan is, reageert hij opeens kortaf met een 'maar ik weet niet of ze daar dat wel willen zeggen'. Verbluft roep ik uit 'wat, jullie lijken wel Russen'. Die vergelijking had ik niet moeten maken, afgebeten zegt hij 'ja, goedennmiddag'. Hoezo goedennmiddag, vraag ik, nu ook boos geworden. “Ach, ik heb u toch zeker die telefoonnummers gegeven.” Dat is waar, ook al zijn ze niet geheim, een Rus zou dat inderdaad niet hebben gedaan.

Uit plichtsgevoel, afmaken waaraan je begonnen bent, maar met grote tegenzin de ambassade gebeld. De verbaasde telefoniste zegt dat ze me wel met iemand kan doorverbinden, maar dat die persoon alleen maar het Engels beheerst. Tegen dat kleine gebrek heb ik geen bezwaar. Maar de verbinding wordt verbroken. Enfin, na nog enige verbindingen en verbrekingen kan ik een boodschap inspreken. Tot mijn verbazing word ik binnen vijf minuten teruggebeld door een vriendelijk klinkende stem: Ja hoor, ook in Londen en Parijs waren dergelijke beveiligingen aangebracht. In Parijs droegen de bewakers zelfs automatische machinegeweren. Op mijn 'maar waarom' legt de man geduldig uit dat de VS aIs 's werelds belangrijkste mogendheid een enorme verantwoordelijkheid bezit, en niet alleen voor zichzelf. Hij vervolgt dat de besluiten die deze staat neemt door alle normale en weldenkende mensen worden geaccepteerd. Maar helaas blijken er altijd weer activistische groeperingen te zijn die hun afwijzing met geweld duidelijk willen maken. Door hier nu permanent op voorbereid te zijn kan men een gevaarlijke situatie direct onder controle krijgen. Schuchter breng ik in het midden dat andere staten toch ook met dit soort groepen te maken hebben zonder dat ze zich zo verschansen. Tegen zijn opmerking, dat het in dat geval niet om de belangrijkste staat van de wereld gaat, kan ik natuurlijk niets inbrengen. Ik dank hem voor zijn rechtlijnig antwoord en hij wenst mij nog een prettige dag toe.