Lokale lasten frustreren Haags beleid

'Den Haag' wil meer grip krijgen op de gemeentelijke tarieven. Terwijl het kabinet de lasten verlaagt, verhogen gemeenten hun belastingen. Daarom willen minister Zalm en staatssecretaris Vermeend (Financiën) de afdracht van het rijk aan de gemeenten verhogen.

DEN HAAG, 9 APRIL. De irritatie van burgers en bedrijfsleven over de gemeentelijke belastingen en tarieven neemt toe: ze worden elk jaar hoger. Dit komt doordat de afgelopen tien jaar de rijksbijdrage aan de gemeentelijke inkomsten van negentig naar tachtig procent is gedaald. Om de gemeentelijke begroting weer sluitend te maken, verdubbelden gemeenten het totaal van de gemeentelijke heffingen. Samen zijn die overigens nog steeds beduidend minder dan de belastingdruk door rijksbelastingen. De totale belastingdruk bedraagt 44,6 procent van het bruto binnenlands produkt, waarvan slechts 1,1 procentpunt is toe te schrijven aan de gemeenten.

De gemeentelijke belastingen zorgen voor tien procent van de gemeentelijke inkomsten; het rijk draagt ruim tachtig procent bij en de rest bestaat uit rechten (zoals reinigingsrechten, begraafrechten, parkeergelden) en (milieu)heffingen. Van de gemeentelijke belastingen wordt ruim 83 procent opgebracht door vier belastingen: de onroerende zaakbelasting voor huurders (20,1 procent), de onroerende zaakbelasting voor eigenaren (25,6 procent), de afvalstoffenheffingen (25,7 procent) en de rioolrechten (11,8 procent).

De stijgende ergernis over het gemeentelijk belastingbeleid loopt parallel aan de stijging van de tarieven. Zo ging de onroerende zaakbelasting (OZB) in de periode 1990-1996 met 41,5 procent omhoog; een gemiddelde van 6,1 procent per jaar. De afvalstoffenheffingen, inclusief reinigingsrechten, stegen met 194 procent; een gemiddelde van 20 procent per jaar. De rioolrechten stegen gemiddeld met 12,9 procent per jaar; in totaal steeg deze heffing met 107 procent. “De belangrijkste oorzaak van de sterke stijging van de lokale lasten is gelegen in rijksbeleid, vooral de verscherpte milieu-regelgeving”, schreef het kabinet - schuldbewust - in de nota 'Lokale lastendruk' die vorig jaar op Prinsjesdag werd gepubliceerd.

De tariefstijgingen zijn volgens de gemeenten onvermijdelijk. De rijksoverheid heeft taken overgeheveld naar de gemeenten, maar dat ging niet gepaard met een substantiële stijging van het gemeentebudget. Dat werd ook niet nodig geacht. Het doel van het 'decentralisatiebeleid' is verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de overheidsorganisatie te brengen, waarbij aangenomen wordt dat lagere overheden efficiënter en goedkoper werken. Efficiënter en goedkoper zeker, maar niet gratis, luidt het verweer van de gemeenten. Met als resultaat dat burgers en bedrijfsleven worden geconfronteerd met stijgende tarieven.

MKB-Nederland, de branche-organisatie voor het midden- en kleinbedrijf, berekende dat de lokale lastenverzwaring voor bedrijven en burgers de afgelopen twee jaar 1,5 miljard gulden bedroeg. In dezelfde periode heeft de rijksoverheid de lastendruk met ongeveer acht miljard gulden verlaagd. Het kabinet is erop gespitst arbeid goedkoper maken, om zo de vraag naar banen te doen toenemen. Daarnaast heeft lastenverlichting een gunstig effect op de koopkracht.

Maar stijgende lokale lasten hebben nog een effect dat de landelijke politiek niet aanstaat. Haagse politici klagen al jaren dat het streven naar een evenwichtige inkomensverdeling wordt gefrustreerd door politici die lokale lasten verhogen. Het kabinet wil daarom meer greep krijgen op de gemeentelijke belastingen en heffingen. Tot nu toe was het kabinet niet bereid om daar meer geld voor uit te trekken. Daar lijkt nu verandering in te komen. In het kader van de besprekingen over de begroting van 1998 hebben de bewindslieden van Financiën, Zalm en Vermeend, deze week het voorstel gedaan de gemeentelijke belastingen en heffingen volgend jaar te verlagen.

Om de dalende inkomsten voor de gemeenten te compenseren, moet de afdracht van de rijksoverheid aan gemeenten worden verhoogd. Minister Zalm (VVD) en staatssecretaris Vermeend (PvdA) willen de uitgaven aan het gemeentefonds met ongeveer 400 miljoen gulden verhogen. De gemeenten moeten dit bedrag gebruiken om de lokale lasten te verlagen; het geld mag niet worden ingezet voor extra uitgaven. Per gezin zouden van dit geld de lasten met gemiddeld tachtig gulden omlaag kunnen.

De gemeente is vrij in het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke belastingen en heffingen. Aan de heffingen is een maximum gebonden, deze mogen nooit meer zijn dan honderd procent van de kosten. Het kabinet kan de gewenste lokale lastenverlichting afdwingen door het percentage te verlagen naar bijvoorbeeld negentig of tachtig, zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Tegelijk vindt de VNG, een van de meest invloedrijke lobby-clubs in Den Haag, dat de discussie over lokale heffingen met oneigenlijke argumenten wordt gevoerd. Immers, van toenemende belastingdruk is bij een verhoging van lokale lasten nauwelijks sprake. Daarnaast is volgens de VNG de achteruitgang van de koopkracht zeer bescheiden.

De belangenorganisatie publiceerde vorig jaar het pamflet 'Het gemeentelijke belastinggebied; elf feiten en dertien misverstanden'. Misverstand drie - 'de stijging van de gemeentelijke belastingen heeft grote gevolgen voor de koopkracht' - moest de Haagse politici de mond snoeren. De VNG presenteerde 'koopkrachtplaatjes' waarbij gebruik werd gemaakt van de consumentenprijsindex. Deze volgt de prijsontwikkeling van goederen en diensten en de uitwerking daarvan op de koopkracht, waaronder een aantal gemeentelijke belastingen.

Het aandeel van de gemeentelijke belastingen is als volgt: onroerende zaakbelasting (0,39 procent), rioolrecht (0,22 procent), afvalstoffenheffing (0,36 procent), verontreinigingsbelasting (0,39 procent) en hondenbelasting (0,02 procent) - in totaal 1,38 procent. “Een stijging van de OZB met één procent heeft een effect in het koopkrachtplaatje van 0,0039 procent”, zo rekende de VNG voor. “Het aandeel van de kranten en tijdschriften bedraagt 1,48 procent. Dit betekent dat een stijging van de prijs van kranten van vijf procent een grotere impact op de koopkracht heeft dan een stijging van de gemeentelijke belastingen met eenzelfde percentage.”

De Consumentenbond is de enige organisatie die jaarlijks een vergelijking van gemeentelijke tarieven publiceert. De bond onderzoekt gemeenten met 20.000 inwoners of meer en werkt met standaardhuishoudens: man, vrouw en twee kinderen die in een huis met een waarde van 165.000 gulden wonen. Het gezin verbruikt 140 kubieke meter water per jaar en vult 75 vuilniszakken. De vijf duurste gemeenten zijn (tussen haakjes staat het bedrag aan lokale lasten): Lelystad (1684), Den Haag (1573), Leiden (1505), Hilversum (1483) en Enschede ((1470). De top-vijf van de goedkoopste gemeenten: Putten (552), Katwijk (614), De Bilt (649), Oldebroek (663), en Castricum (714).