Voorstel van Zalm en Vermeend: Gemeenten moeten heffingen verlagen

DEN HAAG, 8 APRIL. Gemeenten moeten volgend jaar de belastingen en heffingen verlagen. Om de dalende inkomsten voor de gemeenten te compenseren, moet de afdracht van de rijksoverheid aan de gemeenten worden verhoogd.

Minister Zalm en staatssecretaris Vermeend (Financiën) hebben dit voorstel gedaan in het kader van de besprekingen over de begroting van 1998. Zalm (VVD) en Vermeend (PvdA) zouden de uitgaven aan het gemeentefonds volgend jaar met ongeveer 400 miljoen gulden willen verhogen. De gemeenten moeten dit bedrag gebruiken om de lokale lasten te verlagen; het geld mag niet worden gebruikt voor extra uitgaven.

De gemeenten zijn voor hun inkomsten afhankelijk van het rijk (het gemeentefonds) en gemeentelijke belastingen en retributies. In de periode 1986 tot 1996 daalde de rijksbijdrage aan de gemeentelijke inkomsten van negentig naar tachtig procent. Om de gemeentelijke begroting sluitend te maken, verdubbelde het totaal van de gemeentelijke heffingen.

Het kabinet-Kok wil meer greep krijgen op de gemeentelijke belastingen en heffingen omdat een stijging van deze lokale lasten het inkomensbeleid van de rijksoverheid in de afgelopen jaren heeft doorkruist. Uit een onderzoek van Financiën blijkt dat een stijging van de lokale lasten vaak een gevolg is van het overhevelen van rijkstaken naar provincie en gemeenten. De opbrengst van de gemeentelijke heffingen is gestegen van 5,4 miljard gulden in 1990 tot 9,2 miljard gulden in 1996.

De gemeente is vrij in het vaststellen van de gemeentelijke belastingen. Aan gemeentelijke heffingen is een maximum gebonden, deze mogen nooit meer zijn dan honderd procent van de kosten. “Om de door Zalm en Vermeend gewenste lokale lastenverlichting af te dwingen zou dit percentage bijvoorbeeld kunnen worden verlaagd naar negentig of tachtig”, zegt een woordvoerder van de VNG (de belangenorganisatie van Nederlandse gemeenten) in een reactie op het voorstel van Financiën.

Tussen de gemeenten bestaan grote verschillen in de hoogte van de heffingen. Dit komt door een verschil in kosten tussen de gemeenten en een verschil in de mate waarin deze kosten worden doorberekend aan de burgers en het bedrijfsleven. Ruim tachtig procent van de gemeenten heeft een lastendruk van tussen de 700 en 1100 gulden per jaar per woonruimte. Dat is ongeveer 2,5 procent van het modaal besteedbaar inkomen.

Vorig jaar kondigde Vermeend aan dat het rijk zal ingrijpen wanneer gemeenten met te hoge lokale lasten het landelijke inkomensbeleid doorkruisen. Het sein gaat op oranje zodra de heffingen meer dan veertig procent boven het landelijk gemiddelde liggen. Als de verschillen niet kleiner worden, wil het kabinet de wet wijzigen.