MARINUS FLIPSE 1908-1997; Rotterdams pianist

De pianist Marinus Flipse (88), die zondag in Rotterdam overleed, was een Rotterdamse pianist met een internationale instelling. Hij speelde veel in zijn eigen stad, hij exporteerde zijn buitengewone pianistische gaven ook naar andere werelddelen en importeerde tal van nieuwe muziekstukken, waarvan hij hier eerste uitvoeringen gaf.

Marinus Flipse werd geboren op 28 augustus 1908 in Wissekerke op Noord-Beveland als zoon van een kleermaker die muzikaal autodidact was, op het orgel speelde in de NH Kerk en dirigent was van de plaatselijke harmonie. Zijn oudste broer was Eduard Flipse (1896-1973), die van 1926 tot 1962 dirigent was van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Net als zijn broer Marinus was Eduard een musicus pur sang: bij het orkest een manusje van alles en (in de woorden van Eduard Reeser) 'een veldheer en een potentaat, de generaal voor zijn troepen'.

Zijn eerste muzikale opleiding ontving Marinus van zijn vader en broer Eduard. Daarna studeerde hij in Lausanne, Boedapest (bij Von Dohnányi), Wenen (bij Paul Weingarten) en Parijs (bij Alfred Cortot). Flipse maakte al snel internationaal carrière met optredens in Parijs, Boedapest, Warschau en Helsingfors. Hij gaf vele recitals (alleen al zestig tijdens een tournee door Indonesië) en trad in eigen land op bij vele orkesten, in Rotterdam, in Den Haag en in Amsterdam bij het Concertgebouworkest onder Eduard van Beinum.

Flipse excelleerde in klassieke muziek. Het Derde pianoconcert van Beethoven was een van zijn lijfstukken dat hij decennia lang tientallen malen speelde in een vrijwel ongewijzigde energieke en vitale stijl. Hij was ook een pleitbezorger van de nieuwe muziek: hij speelde vele wereldpremières en introduceerde in ons land pianoconcerten van onder anderen Delius, Beck, Roussel en Mankevitsj. Ook was hij een propagandist voor de Nederlandse muziek.

In 1938 werd Marinus Flipse benoemd tot hoofdleraar aan het Amsterdams Muzieklyceum, het jaar daarop werd hij onderscheiden bij het concours Prix-Albert Roussel. Na de oorlog werd hem door de Ereraad voor de Muziek verboden gedurende twee jaar op te treden. Hij had gespeeld ten huize van de Duitse rijkscommissaris Seyss-Inquart, voor de Nederlands-Duitse Kultuurgemeenschap en de WA.

Vanaf 1947 trad Flipse op met de fameuze Franse violist Jacques Thibaud tijdens tournees door de VS, Turkije, Griekenland, Egypte en Vietnam. Thibaud wilde niet eens met hem repeteren, zó sloot hun spel op elkaar aan. Flipse speelde ook met de violisten Zino Francescatti en Henryk Szeryng en vormde duo's met Herman Krebbers en Theo Olof en met de pianist Theo van de Pas.

Flipse, die erevoorzitter was van het Rotterdamse Eduard Flipse-concours, was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en drager van de Erasmusspeld. In 1966 werd hij in Parijs benoemd tot Chevalier de Mérite Culturel et Artistique Français wegens zijn verdienste voor het verbreiden van de Franse muziekcultuur over de gehele wereld.