Zwagerman verdedigt zijn integriteit

AMSTERDAM, 7 APRIL. Schrijvers zijn vaklui, net als schoonmakers. Als een schoonmaker altijd hetzelfde plekje onder de trap vergeet, is dat laakbaar gedrag. Hetzelfde verwijt geldt de Nederlandse schrijvers, die stelselmatig vergeten dat er inmiddels een miljoen allochtonen in Nederland woont.

Die stelling verdedigde de Nederlands-Surinaamse essayist Anil Ramdas zaterdag in een fel debat in de Amsterdamse Balie met de schrijver Joost Zwagerman, auteur van onder meer de roman De buitenvrouw, over een buitenechtelijke relatie tussen een blanke Nederlandse leraar en een Surinaamse collega. Het debat was deel van een weekend over 'Nieuwkomers', gepresenteerd door de schrijver Adriaan van Dis.

In een artikel in NRC Handelsblad (Boekenbijlage 14 maart) had Ramdas de literaire wereld verweten dat deze de ogen sluit voor het miljoen allochtonen dat Nederland nu herbergt. Zij komen niet in de literatuur voor, tenzij als karikaturen van de blanke verbeelding. “Zo langzamerhand moeten we dat gaan wijten aan moedwil en kwade trouw”, aldus Ramdas. Hij staafde zijn kritiek met twee boeken, Zionoco van Leon de Winter, en De buitenvrouw van Joost Zwagerman. In beide komen zwarte vrouwen volgens hem slechts voor als clichématige, bordkartonnen personages.

Zwagerman diende Ramdas twee weken later van repliek. Volgens Zwagerman verwart Ramdas het perspectief van de schrijver, Zwagerman, met dat van de hoofdpersoon uit zijn boek, Theo Altena. Ook in de Balie zaterdag was dat zijn belangrijkste verweer. “Theo kijkt heel beperkt aan tegen zijn Iris, met een soort omgekeerde discriminatie waar eigenlijk niks omgekeerds aan is. Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen gelegenheids-engagement”, aldus Zwagerman, die zich verbijsterd toonde dat hij dit Ramdas “maar niet aan zijn verstand kan brengen”. “Eerst dacht ik nog dat het een slordige redenering was, maar je houdt het vol, dus het moet boze opzet zijn. Een moedwillige verdraaiing van mijn boek.”

Gespreksleider Adriaan van Dis vond het zaterdag sneu voor Zwagerman en De Winter, die niet aanwezig was, dat zij object werden van Ramdas' kritiek, terwijl ze een “dappere, moedige poging” hadden gedaan de multiculturele samenleving in hun werk te brengen. “Juist omdat zij een poging doen ga je op hen letten”, lichtte Ramdas toe. “Dat is bad luck.”

Ramdas toonde zich geen moment getroffen door Zwagermans verweer. “De dubbele moraal van Theo bekritiseer je niet, die bevestig je alleen maar.” Ook hier is de rol van een zwarte vrouw weer beperkt tot die van object van blanke aandacht. “Ik vind het heel prettig dat ik me in de Nederlandse literatuur kan identificeren met een blanke man. Maar het probleem is dat ik ook wel eens in de huid wil kruipen van een zwarte vrouw. Maar dát perspectief kom je niet tegen. Het zijn alléén maar Theo's.”

Zwagerman verweet Ramdas een “dictatoriale” opvatting van literatuur. Hij verwees naar eerdere literaire polemieken om in slaap gesukkelde schrijvers wakker te schudden met een beroep op maatschappelijke urgentie. “Natuurlijk is het mooi als er straatrumoer in de literatuur klint. Als de ramen naar de maatschappij eens worden opengezet. Maar je moet dat niet als morele plicht willen opleggen. Heeft J.J. Voskuil soms de plicht de ramen van Het Bureau open te zetten? Van mij mag een schrijver zijn hele leven in een ivoren toren blijven zitten als hij dat wil.”

Ramdas kreeg bijval uit de zaal van de schrijver Stephan Sanders, die het artikel van zijn oud-collega bij het weekblad De Groene Amsterdammer in een reactie “paranoïde” had genoemd. “Het is echt paranoïde, maar dat is terecht”, aldus Sanders. “Van zwarten wordt ook altijd vanuit een blank perspectief gezegd dat ze overgevoelig zijn. Inderdaad. Maar hoe komt het, dat Anil wel jouw leven kan beschrijven maar jij niet het zijne?'

Ramdas bestreed dat hij schrijvers over allochtonen aan banden wil leggen of inhoudelijke dictaten wil opleggen. “Het gaat er niet om of het allemaal wel politiek correct is, het gaat veel dieper. Waarom kom je geen zwarten tegen in hun volle werkelijkheid, als levende wezens? Dus ook met al hun vervelende en klootzakkige kanten. Niet in het geijkte slachtofferschap waarmee ze in de kranten komen.”

Ramdas gaf Zwagerman na dat De buitenvrouw een geslaagde roman is “anders had ik er helemaal niks over kunnen zeggen. Dat kan alleen op basis van een goede, functionerende roman”. Zwagerman was niet onder de indruk. “De kwaliteit van mijn boek staat hier niet ter discussie - je mag het gerust een flutboek vinden - maar de integriteit ervan.” Zwagerman kreeg gedurende het debat wat minder steun uit de zaal dan Ramdas. Eenmaal klonk applaus van één bezoeker. “Ik heb een genodigde meegenomen”, zei Zwagerman.