Plastic glimlach is verleden tijd

EMMEN, 7 APRIL. Lachen is niet verplicht, maar wel een steevast onderdeel bij het synchroonzwemmen. Juryleden worden daarbij recht in de ogen gekeken. Twee dagen lang was het Aquarenabad in Emmen een zwembad vol lachende meiden die al dan niet een papje van warm water en gelatine in hun haar hadden gesmeerd, neusklemmen droegen of uit esthetische overwegingen dure siliconenpropjes in hun neus hadden gestopt, om te voorkomen dat ze chloorwater binnen kregen.

Soms lachten juryleden aan de rand van het bad vrolijk mee. “Dat is de kick, om juryleden uit te dagen”, zegt de 20-jarige Sylvia Donker, de nieuwe Nederlandse kampioene synchroonzwemmen. Het meisje met wie ze bij de duetten won en die bij de soli beslag legde op het zilver, de 22-jarige Iris Sentrop, valt haar bij. “Als ze teruglachen, weet je dat het wel goed zit.” Sentrop lacht haar parelwitte tanden bloot.

De tijd van de plastic smile is voorbij, meent Gerard Friebel, synchroonzwemcoach en binnen de zwembond belast met het coördineren van nationale evenementen. Ook lachen is een kunst. Dat niet iedereen die verstaat blijkt ook in Emmen. Sommige meisjes moeten zich zichtbaar forceren om de mondhoeken te plooien. Lachen wordt zelfs op trainingen geoefend, zegt Friebel. Een uur in de week krijgen de meisjes balletles, tenminste die van de vereniging Cadans uit Malden waarvan hij trainer is. Daarbij wordt op de expressie van de zwemsters gelet, inclusief de mimiek. Maar voorop staat de synchroniciteit: het zo perfect mogelijk zwemmen op de muziek en gelijktijdig oefeningen uitvoeren met de partner of meerdere meisjes in de groep.

Op de finales soli, duetten en ploegen kwamen gisteren niet meer dan zo'n 150 betalende bezoekers af. Vooral vrienden, familie en andere bekenden. De matige opkomst - niemand had anders verwacht - steekt schril af bij het aantal synchroonzwemmers in Nederland. Bijna 5.000 meisjes en een enkele jongen beoefenen de sport die sinds 1984 niet meer weg te denken is van het olympische programma. Ongeveer honderd verenigingen zijn in bezit van een afdeling synchroonzwemmen, enkele verenigingen richten zich uitsluitend op deze discipline die elementen in zich heeft van kunstschaatsen, turnen en ballet.

Synchroonzwemmen lijkt tweelingen op het lijf geschreven. “Bij tweelingen zijn de lichamen meer in harmonie”, zeiden Penny en Vicky Vilagos in koor, een Canadese tweeling die bij de Olympische Spelen in Barcelona (1992) zilver won. Karen en Sarah Josephson zullen de laatsten zijn om hen tegen te spreken: deze Amerikaanse tweeling won goud in Barcelona. De beste synchroonzwemmende tweelingen in Nederland heten Sonja en Bianca van der Velden. Op hun weg naar de wereldtop moeten de twee meisjes van zwemvereniging Cadans eerst nog voorbij de Nederlandse kampioenen bij de duetten, Iris Sentrop en Sylvia Donker, beiden lid van De Meeuwen uit Diemen.

Een jurylid legt uit wat het duo Sentrop/Donker net dat beetje beter maakte: “Ze hadden meer variatie in hun oefeningen en hun 'badgebruik' was beter.” Ze lieten hun kunsten tot in alle hoeken van het 25-meterbad zien. Het puntenverschil tussen de twee duo's was uiteindelijk miniem. Sentrop en Donker scoorden tweetiende punt meer dan hun Gelderse concurrenten. Ze toonden zich de besten bij oefeningen als de flip, de boost, de split, de spin up en de spin down.

De muziek uit luidsprekers boven én onder water waarop de kampioenen zwommen, de Dragon Dance van Hwong, is van Australische oorsprong. Daarmee namen Sentrop en Donker een voorschot op de wereldkampioenschappen die begin volgend jaar in het Australische Perth worden gehouden. Het is vrijwel zeker dat beiden daar van de partij zullen zijn.

Het was een beetje gewaagd om een nummer met aboriginal-muziek te gebruiken, geeft Sylvia Donker toe. “Als we hier tweede waren geworden, zou iedereen gezegd hebben: 'die hebben het hoog in hun bol'. Gelukkig pakte het goed uit.” Een podiumplaats bij het WK is te hoog gegrepen voor de Nederlandse meisjes, maar een feestje wordt volgend jaar sowieso georganiseerd. In 1998 gedenkt de zwembond het feit dat er in Nederland vijftig jaar synchroongezwommen wordt. “In het begin was het vooral zwemmen en drijven of floaten en af en toe een truc”, zegt coach Friebel. “Maar de tijd van de floatjes is al lang voorbij.”