Neelie Kroes omzeilde affaires met charme

Een onderzoekscommissie in de Tweede Kamer besluit vandaag of ze een enquête wenst naar het fraude- faillissement van Tank Cleaning Rotterdam. Het is niet de eerste affaire waar oud-minister Neelie Kroes in belandde. Wat haar betreft is een enquête welkom.

Dat was schrikken. Op de videobeelden van de persconferentie na haar verhoor door de Tweede-Kamercommissie over de TCR-affaire, zag Neelie Kroes (55) een bleke vrouw met holle ogen en ingevallen wangen. “Het kan toch niet zijn”, snerpte die vrouw met strakke rode lippen tegen de verzamelde pers, dat iemand haar van iets beschuldigde “zonder er twee vingers voor in de lucht te steken”. Het verschil met de vele persfoto's die van de VVD-politica zijn gemaakt tijdens haar achttienjarige politieke carrière, was schrijnend. Altijd goed gekapt en strak gekleed, keek Kroes in die jaren met een stralende blik in de camera.

“Ja, het grijpt haar natuurlijk verschrikkelijk aan wat er nu gebeurt”, zegt J. van Vonderen, persvoorlichter van Kroes toen ze minister was van Verkeer en Waterstaat (1981-1989) en nog Smit-Kroes heette. Van Vonderen, nu woordvoerder van Kroes' tweede echtgenoot, de Rotterdamse burgemeester Bram Peper, komt haar in het stadhuis regelmatig tegen. “Deze zaak trekt ze zich volgens mij vooral aan omdat ze een fatsoenlijke, stevige Rotterdamse is.” Neelie, zegt Van Vonderen, is geen vrouw voor schandalen.

Toch is de carrière van Kroes niet zonder affaires verlopen. Over de meest recente, de TCR-affaire, zou de onderzoekscommissie-Van Rey na besloten verhoren in februari wellicht vandaag al een voorstel doen aan de Tweede Kamer: wel of geen parlementaire enquête? Kroes heeft vanaf 1984 als minister van 23 miljoen gulden subsidie verleend aan het Rotterdamse bedrijf Tank Cleaning Rotterdam (TCR), ondanks verschillende waarschuwingen van ambtenaren, collega's en justitie dat het bedrijf vanaf het begin werd verdacht van milieudelicten. TCR, van de drie broers Langeberg, had voor dat geld een havenontvangstinstallatie moeten bouwen. Terwijl de broers subsidie ontvingen, pleegden ze grootschalige milieufraude. Het bedrijf ging uiteindelijk in 1995 failliet en één van de broers, de hoofdverdachte, zit nu een gevangenisstraf van zes jaar uit. De vraag is: was de minister zich van het kwaad bewust?

Pijnlijk voor Kroes is vooral dat het oude 'wandelgangen-verhaal' over haar verhouding met één van de broers Langeberg weer de kop op steekt. Alleen al daarom zou de commissie, genoemd naar het VVD-Kamerlid Van Rey, haar een groot plezier doen met het instellen van een parlementaire enquête, waarin getuigen onder ede worden gehoord. “De waarheid moet nu maar eens boven tafel”, vindt Kroes.

In veel affaires op Kroes' naam - van TCR en de binnenschippers (Granaria) tot de KLM-affaire en de problemen rond het milieubeleidsplan in 1989 - spelen de twee passies die haar leven en werk hebben bepaald een rol: het bedrijfsleven en Rotterdam, haar geboortestad. Al op jonge leeftijd had ze een leidinggevende positie binnen het Rotterdamse transportbedrijf van haar vader. Als één van de eerste vrouwen studeerde ze af in de vervoerseconomie aan de Economische Hogeschool Rotterdam (thans Erasmus Universiteit). Studiegenoten waren onder anderen oud-premier Ruud Lubbers en minister voor ontwikkelinssamenwerking Jan Pronk. “Ze is godzijdank een echte VVD-vrouw”, zegt oud-minister en partijgenoot Ed Nijpels. “Ze is ook een echte Rotterdamse die geen zin heeft in uren overleg en poespas, maar actie wil ondernemen. Als er iemand geschikt is voor het burgemeesterschap, dan is Neelie dat.”

Voor infrastructurele projecten die de positie van Rotterdam zouden versterken, zette minister Kroes zich altijd “een paar slagen sneller” in dan voor andere werken, is ook achteraf de indruk van oud-Kamerlid voor de PvdA, H. Rienks. Niet alleen omdat ze Rotterdam beschouwt als de motor van de economie, zegt hij. Maar omdat ze “verknocht” is aan die stad. “Hoe snel ging ze niet te werk aan de slufter, hoe langzaam aan de dijkverzwaring in Zeeland!”

Rienks leidde in 1978 het onderzoek naar de KLM-affaire, toen Kroes nog staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat was. Een directeur van het semi-overheidsbedrijf KLM zou via bijkantoren en geheime Zwitserse bankrekeningen gratis tickets verstrekken aan familieleden ter waarde van tienduizenden guldens en zich schuldig maken aan belastingontduiking en omkoping. Toen de verantwoordelijke staatssecretaris, Kroes, af wilde van de negatieve berichtgeving over de KLM, ontweek ze vragen over corruptie en zei ze tegen de K

amer op de haar kenmerkende, gedecideerde toon: “Ik vind de KLM een zaak waar fantastische mensen fantastisch hard werken. Ik ben daar trots op.”

Dat de KLM-directeur vliegtickets had weggegeven, was een “normale gang van zaken in het bedrijfsleven”, vond Kroes. Rienks en de Kamer vonden van niet, omdat de staat tachtig procent van de KLM-aandelen bezat. “In die tijd beschouwden we zulke gunsten als corruptie. Maar de tijdgeest was die van de Terugtredende Overheid en Kroes vond dat de staat zich niet moest bemoeien met gedragingen in een bedrijf.” Tot meer dan Kamervragen heeft de KLM-zaak nooit geleid.

Ook VVD'er en oud-vicepremier Hans Wiegel zegt dat Kroes “behoorlijk op Rotterdam was gericht”, maar schrijft dat vooral toe aan haar zakelijke instincten. “Zij begreep dat een sterke mainport essentieel was voor de Nederlandse economie”, aldus Wiegel. Volgens Nijpels, die als collega-minister (VROM) regelmatig met haar in conflict kwam over vliegveld Beek, haar strijd voor verhoging van de maximumsnelheid en aanvankelijk het nationaal milieubeleidsplan (NMP), was het beleid van Kroes altijd gebaseerd op infrastructurele impulsen voor het Nederlands bedrijfsleven.

Tot haar politieke ommezwaai in 1989. Plotseling maakte Kroes, die bijna achttien jaar lang tegen overheidsbemoeienis had geageerd, zich sterk voor milieumaatregelen. Ze werd een felle voorstander van verlaging van het reiskostenforfait en invoering van rekening rijden, maatregelen die het aantal auto's op de overvolle wegen moesten verminderen. “Ze zag in dat op de lange termijn een goed milieubeleid voor Nederland van belang was. Ze was overtuigd, door argumenten”, zo verklaart haar medestander Nijpels haar radicale koerswijziging. De VVD-fractie heeft haar onder leiding van fractieleider Joris Voorhoeve na die metamorfose laten vallen.

Een paar jaar later werd ze verliefd op de Rotterdamse burgemeester Bram Peper. Een PvdA'er. 'Het eerste paarse echtpaar' riepen politici en journalisten, toen ze in 1995 met hem trouwde, enige jaren na haar scheiding van Wouter Jan Smit. Het paar koos de woning in Wassenaar als verblijfplaats.

Kroes heeft haar imago van de menselijke politicus altijd zorgvuldig gecultiveerd en benut. Ze sprak 'gewone-mensentaal', etaleerde haar bekendheid met de beslommeringen van het moederschap (ze heeft een zoon), reed mee met vrachtwagenchauffeurs, vierde carnaval en liet zich fotograferen en filmen door wie maar wilde. De meest beroemde foto stond in de Telegraaf: Neelie met griep in bed. Kroes wilde een 'volkse liberaal' zijn. Ook achter de schermen, met name tijdens crises, hield ze van een persoonlijke benadering. Als ze onenigheid had met een collega, ambtenaar of journalist, dan zette ze alles op alles om die persoonlijk te charmeren of imponeren. “Ze kwam weleens 's ochtends vroeg bloemen bij mij thuis brengen als we van mening verschilden”, vertelt Nijpels. Verslaggevers van wie ze kritische vragen verwachtte, liet ze nooit door haar woordvoerders te woord staan - dat deed Kroes liever zelf.

Publiek, collega's en televisieverslaggevers waren jaren lang van haar gecharmeerd - bij Kroes wist je tenminste waar je aan toe was. “Neeltje weet wat ze wil en schuwt de aanval niet”, zo beschrijft Wiegel haar. “Veel mannen vonden dat in de jaren zeventig ongebruikelijk, maar wij (de partij - red.) vonden dat mooi.”

Kroes is gewoon recht voor zijn raap, zegt Nijpels. Soms maakte ze zich daardoor impopulair, zegt de oud-minister “omdat de nuance verloren gaat”. J. Hoogland, voormalig hoofd van de afdeling waterkeringen, herinnert zich een voorbeeld: “Er waren problemen rond de dijkversterkingen. Een stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg leek de oplossing. Dat hadden we al eens uitgewerkt. Maar toen we dat voorstelden, zei Kroes: Eén, wat is dit méér dan leuk werk voor ingenieurs? En twee, ik wil geen tweede financiële molensteen om mijn nek.” Hoogland en zijn afdeling voelden zich gegriefd. Later stelde Kroes voor: “Laten we maar eens gaan kijken.” “Ze erkende vrij snel dat niet een dijkverhoging en -versterking maar de eerder voorgestelde stormvloedkering de enige goede oplossing was.” G. Blom, de huidige directeur-generaal Rijkswaterstaat op het departement vindt het bewonderenswaardig dat onder haar leiding de Oosterscheldedam tot een goed einde is gebracht: “Als Kamerlid was ze altijd tegen een afsluitbare dam geweest. Bij haar aantreden bleken bovendien de rekeningen fors overschreden, maar ze bracht dit karwei tot een goed einde.”

Ambtenaren, hoog en laag, vinden ook dat Kroes vanaf 1977 hun departement nieuw elan gaf. Tot dan was Verkeer en Waterstaat een rustplek, veel spannends gebeurde er niet. Met Kroes kwam er actie. Rijkswaterstaat, waar altijd de echte pausen van het water en de weg hadden geregeerd, werd ingelijfd. Op de borden langs de weg stond opeens dat het werk ook betaald werd door haar ministerie en niet langer de particuliere hobby was van Rijkswaterstaat. Bovendien was voor die ambtenaren prettig dat ze zich door argumenten liet overtuigen. Blom: “Dan knokte ze er ook voor.”

Tegen het einde van haar politieke carrière raakte Kroes verstrikt in een nieuwe affaire, nu met de binnenschippers. Ze had de veevoerfabrikant Granaria een vergunning gegeven om met eigen boten en duwbakken zijn produkten over het water te vervoeren. De binnenschippers waren woedend, omdat ze zich buitenspel gezet voelden. Eén van de protestacties liep bij Gorkum uit op een veldslag met de mobiele eenheid.

Kroes forceerde een compromis en trok Granaria's vergunning in. Later, in 1989, bleek ruim tien miljoen gulden uit de schatkist nodig voor de beloofde schadevergoeding aan Granaria. Eerder had de minister de Kamer met klem verzekerd dat de rekening voor dit compromis niet hoger dan een half miljoen gulden zou zijn. Het kabinet was toen al demissionair, reden volgens de Kamer om geen motie van wantrouwen in te dienen.

Eind 1989 nam Kroes op emotionele wijze afscheid van de landelijke politiek. De liberalen leken zich van de 'bekeerde' bewindsvrouw, die het niet meer opnam voor de automobilist maar zorgen toonde over de ozonlaag, de das en de bomen, te hebben afgekeerd. Achttien jaar lang hadden haar uitdrukkingen als 'het naaimandje dat erg door de war werd gemaakt' en 'het leven is niet met een schaartje te knippen' over het Binnenhof geklonken. A. Teunissen, destijds griffier van de Tweede-Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat, zei bij haar afscheid: “Haar taalgebruik is uniek. Als ze niet snel iets anders vindt, zou ze zo bij Joop van den Ende aan de slag kunnen met een eigen show.”

Ondanks haar warme belangstelling voor het milieu werd ze een enthousiast voorzitter van Nederland-Distributieland, de lobby van ondernemers die vooral aandacht vroeg voor een vlot verkeer op autowegen. In 1991 maakte Kroes haar omstreden entree als president van Nijenrode University: ze had 63 miljoen gulden van minister Ritzen (Onderwijs) gekregen om Nijenrode voortaan zonder onderwijssubsidie verder te laten gaan. Voor boze studenten was dit de aanleiding om haar 'Het paard van Troje' te noemen. Anno 1997 werkt ze nog steeds in Breukelen. De laatste vijf jaar is ze voornamelijk in die hoedanigheid in de publiciteit geweest èn als 'de vrouw van Peper.' Totdat de TCR-affaire in juni vorig jaar door een rapport van de Centrale Recherche en Informatiedienst opnieuw in de publiciteit kwam. Volgens dit rapport was het strafrechterlijk onderzoek naar de gang van zaken bij TCR tegengewerkt door hoge ambtenaren om de positie van de toenmalige minister niet in gevaar te brengen. Die minister was Neelie Kroes.