Studieloting

In zijn artikel 'Prestatie moet bij loting zwaarder wegen' (NRC HANDELSBLAD, 27 maart) reageert prof. P. Drenth op de kritische kanttekeningen, die gemaakt zijn bij zijn rapport Gewogen loting gewogen.

Bij punt 2 staat dat de commissie heeft willen vermijden “dat zeer getalenteerde kandidaten worden afgewezen”. Dit verklaart in ieder geval, waarom de commissie de overgang van een systeem met stapsgewize toename van de inlotingskans naar een systeem met een zeer scherpe knik bij 7.3 (inlotingskans gaat van 33.3 procent naar 100 procent) heeft voorgesteld. Het maken van zo'n sprong is echter volstrekt niet te verantwoorden.

Tegen het direct toelaten van een categorie (zeer) begaafden voor studies als geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde zijn diverse bezwaren aangevoerd. Zij lopen uiteen van eenvoudige uitspraken als “liever een vaste hand dan veel verstand” en “de tijd maakt iedereen arts” tot het ontbreken van een relatie tussen de kwaliteit van de arts en behaalde schoolcijfers.

Een belangrijk ander argument om supertalenten niet extra te bevoordelen is, dat deze studenten gelet op hun capaciteiten in staat zijn ook de zwaartse B-studierichtingen te volgen. Een aantal van deze opleidingen biedt uitstekende mogelijkheden om het medisch onderzoek als afstudeerrichting te kiezen. Een alternatieve route voor getalenteerden, die voor hun zwakkere zusters en broeders vrijwel ontoegankelijk is. Mijn conclusie: met het (oude) gewogen systeem wordt het supertalent voldoende recht gedaan.