Roofblei, barbeel en kopvoorn broeden in de Biesbosch

In de Dordtse Biesbosch is visbroed van roofblei, barbeel en kopvoorn aangetroffen. De vangst van enkele tientallen van dergelijke kleine visjes is bijzonder, omdat roofblei geen Nederlandse vissoort is en van de barbeel niet vaststond of hij zich nog wel in Nederland voortplantte.

Kopvoorn is opvallend omdat deze vis paait in matig tot snel stromend water. De vangsten maken deel uit van een onderzoek van Rijkswaterstaat naar de rol van dit deel van de Biesbosch als kraamkamer voor vissoorten. Het monitoringsprogramma gaan na welke gevolgen het maken van een verbinding tussen de Nieuwe Merwede en de Dordtse Biesbosch heeft voor planten, vogels en vissen.

In het vroege voorjaar van 1993 maakte Rijkswaterstaat een waterstaatkundige ingreep uit de vorige eeuw ongedaan. Bij de aanleg van de Nieuwe Merwede was toen een dam aangelegd door het brede Gat van Kielen. In de jaren die volgden slibde de kreek geleidelijk dicht en verlandde het zuidwestelijke deel van de Biesbosch. Het plan Doorstroming moet weer voor wat dynamiek zorgen. Op twee plaatsen is de dam verlaagd zodat weer rivierwater de Dordtse Biesbosch in- en uitstroomt. Om de uitwerking op de natuur te kunnen bepalen, kreeg het Natuurwetenschappelijk Centrum (NWC) van de stichting Natuur- en Vogelwacht Dordrecht opdracht na te gaan of de ingreep gevolgen had voor de functie van het gebied als paaiplaats en kraamkamer voor vis. In de zomer van 1993 is men begonnen.

De eerste jaren werden er geen bijzondere vangsten gedaan. Maar de afgelopen zomer troffen de onderzoekers van het NWC tussen de 13.000 gewone visjes 56 roofbleien (Aspius aspius) en 36 barbelen (Barbus barbus) aan. S. Jansen, onderzoeksmedewerker bij de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, bevestigt de vangsten. Het broed is er gedetermineerd en als zodanig herkend. Alleen de sneep blijft onduidelijk, dat zou ook een serpeling kunnen zijn.

Dat barbeel in de Biesbosch paait, duidt op een verbetering van de waterkwaliteit. De onderzoekers noemen de hoge waterstanden van enkele jaren geleden als oorzaak voor het verschijnen van de barbeel in de Biesbosch. Het is goed mogelijk dat toen enkele volwassen exemplaren uit de Grensmaas in Limburg met de watervloed zijn meegespoeld. Dat ze in de Biesbosch zijn blijven hangen en hebben gepaaid, is een aanwijzing dat de omstandigheden er goed zijn.

Volgens de Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen (H.W. de Nie, 1996) zijn er uit de laatste 25 jaar 195 vangsten van barbeel bekend. Bijna driekwart daarvan is in de jaren tussen 1991 en 1995 gevangen. Daarbij ging het steeds om volwassen exemplaren. De barbeeltjes die in de Dordtse Biesbosch gevangen zijn, waren tussen de 3 en 8 cm groot. Dat duidt vrijwel zeker op voortplanting dichtbij. Daarmee zou voor het eerst sinds 1970 zijn aangetoond dat barbeel zich in Nederland voortplant. In 1996 is ook in Zuid-Limburg jonge barbeel gevangen.

Van oorsprong komt roofblei voor in de Elbe, de Wolga en de Donau. De soort is mogelijk via het Main-Donaukanaal in het stroomgebied van de Rijn beland, maar kan ook door sportvissers zijn uitgezet. De Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen meldt 34 waarnemingen tot september 1995. In plaats van verdwaalde, uitgezette exemplaren zou er eerder sprake zijn van een zich vormende en instandhoudende populatie. De vangsten in de Dordtse Biesbosch lijken dat vermoeden te bevestigen.