Pensioenfabels

De verzekeringswereld heeft de financiële consument stevig in de greep. Als er pensioenen of oudedagsvoorzieningen aan de orde zijn, volgt daar steevast het woord verzekeren achter. Die twee schijnen bij elkaar te horen als een paar schoenen.

Teleac kondigt een nieuwe cursus over dit onderwerp aan. Serieuze pensioenboekjes worden geschreven door belastingadviseurs en verzekeraars en gaan over werknemers, verzekeringen en fiscale regels. Ze vertellen weinig over fiscaal vriendelijke, eenvoudige voorzieningen als een eigen huis en beleggen in eigen beheer. Dat ligt voor de hand. Fiscalisten willen trossen bv's en fraaie regelingen voor klanten bedenken: dat is hun vak. Verzekeraars willen verzekeringen afsluiten: daar verdienen ze de kost mee. Daardoor komen ze als onafhankelijke adviseurs die overal de weg kennen op het tweede plan, zoals blijkt uit dit voorbeeld.

Een alleenstaande Utrechtse lezer nadert de 65 en beseft nu dat er voor zijn oude dag niets geregeld is. “Daar moet snel verandering in komen”, schrijft hij onrustig, “ik heb advies van een assurantiebemiddelaar gevraagd. Klopt zijn verhaal?” Die handeling wijst erop dat ook hij gelooft in de fabel dat een ouderdomspensioen pas meetelt als je iets doet bij een verzekeraar.

De lezer beschikt over 400.000 gulden aan liquide middelen waar hij snel over beschikken kan, naast straks bijna 20.000 gulden AOW per jaar. Met zo'n vermogen is er geen reden voor onrust en haast, zo blijkt uit de volgende globale (niet alle cijfers staan in zijn brief) basis-opzet voor een eigen regeling.

Als die vier ton voorlopig op een spaarrekening tegen 4 procent staat (of meer als de spaarrente stijgt), kan hij ieder jaar, 30 jaar lang, zo'n 23.000 gulden opnemen. Dat bedrag bestaat uit rente en opnamen ten laste van het spaarsaldo. In het eerste jaar respectievelijk 16.000 en 7.000 gulden. Alleen over de rente is 15,55 procent (eerste schijf 65-plussers) belasting verschuldigd. Er blijft na aftrek van belasting in het eerste jaar bijna 21.000 netto van de 23.000 gulden over. In de loop van de jaren daalt de rente-opbrengst (en dus de belasting) en stijgen de opnamen. Samen met de AOW komt hij op 43.000 bruto in de periode van 30 jaar. Voldoet deze simpele, flexibele opzet aan de wensen? Meneer heeft deze inkomensdoelen voor ogen: bruto ruim 50.000 gulden per jaar voor de komende 15, liefst 20 jaar en een jaarlijkse procentuele verhoging om de inflatie bij te houden. Sparen levert bruto niet voldoende op, maar netto wordt het ieder jaar iets beter door de afnemende belasting. Gaan we uit van een 'interingsperiode' van 20 jaar in plaats van 30, dan kan hij jaarlijks bijna 30.000 gulden opnemen in plaats van 23.000. De vermogensbelasting is te verwaarlozen vanwege de vrijstelling plus de extra vrijstelling door het gebrek aan aanvullend pensioen. Een spaarrekening houdt zelfs globaal de inflatie bij. Wanneer de inflatie aantrekt, zal de rente oplopen en levert de spaarrekening meer rente op. Als er op een dag nog 200.000 gulden van de 400.000 over is en de rente bedraagt geen 4 maar 7 procent, dan is de rente 14.000 gulden, in plaats van 8.000. Daarom is het niet nodig om ieder jaar het inkomen met een vast percentage te verhogen. De rente volgt de inflatie vanzelf, hoewel het saldo waarover de rente wordt berekend ieder jaar wat afneemt.

Waarom voldoet een spaarrekening als pensioenvoorziening? Omdat een 65-plusser in de eerste belastingschijf slechts 15,55 procent belasting betaalt en ouderen bovendien enkele extra belastingvoordelen genieten.

De verzekeringsman van de briefschrijver stelt geen spaarrekening voor, maar ziet meer in een (lijfrente-)koopsompolis met extra hoge aftrek (toegestaan omdat er een pensioentekort is) en straks een direct ingaande lijfrente die 15 jaar loopt en jaarlijks 3 procent stijgt. Hij noemt in zijn offerte overigens geen verzekeraar. Met deze opzet realiseert meneer krap zijn netto doel, althans voor 15 jaar. Na 15 jaar is het lijfrentefeest voorbij: zijn vermogen is op en hij valt terug op de AOW. Meneer kan zijn bank of andere adviseur vragen naar een oplossing voor 25 tot 30 jaar zonder verzekeringen en gebaseerd op alle financiële feiten, een oudedagsvoorziening zonder lijfrenteverzekering. Er is een portefeuille denkbaar met wat spaargeld, veel obligaties en wat aandelen. Die levert binnen aanvaardbare, vooraf bekende risico's, meer op dan louter sparen en vraagt weinig kennis, onderhoud en aandacht.