EEN TOSCAAN MET TWEE GEZICHTEN

Marcello Lippi maakte van Juventus weer een club van kampioenen. Een trainer van harde aanpak en fysieke kracht. Volgende week speelt Juventus tegen Ajax, maar eerst nog tegen AC Milan. Lippi is de rust zelve. Of is dat maar schijn?

Soms gaat hij gebukt onder het leven. Dan doorgrondt hij zuchtend en steunend de ernst ervan. Zijn gezicht staat dan op donder en bliksem. Hij zwijgt dan, maar van binnen raast een storm. Soms grijnst hij het leven toe. Dan is het onheil geweken. Zijn gezicht is dan geplooid tot een innemende glimlach. Dan straalt iedereen in zijn nabijheid van opluchting. Marcello Lippi is een man van twee gezichten, zeggen Italianen die hem menen te kennen. Maar slechts weinigen kennen zijn echte gezicht.

Hij is een man die zich beheerst. Zelden laat hij zich gaan. Zelden is hij uitbundig. Kalm, koel en beschaafd, dat is Lippi. Het is een mooie man, vinden Italianen. Een man die harten kan breken. De treffende gelijkenis met acteur Paul Newman heeft hem een naam bezorgd als vrouwenjager. Geen wonder dat Marcello Lippi niet graag wordt herinnerd aan deze Amerikaanse filmster. Dan nog liever aan Marcello Mastroianni. Melancholie staat dichter bij hem dan sterrendom. Vraag het Roberto Baggio en Gianluca Vialli. Voetballers die graag anders zijn en beter dan anderen worden door Lippi niet gewaardeerd. Doe maar gewoon en het leven zal niet verontrustend zijn.

Waar de voetballers van Juventus in snelle en uitbundige auto's van Italiaanse signatuur de poorten van Stadio Comunale in Turijn binnenstuiven, rijdt Lippi met een sobere Fiat Bravo. “Ik heb het niet nodig om mijn buitenkant te laten zien. De binnenkant is voor mezelf mooi genoeg. Ik ben eigenlijk een mislukte Toscaan”, zegt de grijze man die 49 jaar geleden in Viareggio aan de Toscaanse kust werd geboren. Hij praat niet zoveel als Toscanen plegen te doen. Hij houdt van stilte, van alleen zijn. Lippi wil met rust gelaten worden; vooral door Italiaanse journalisten, aan wie hij in de loop der jaren van zijn loopbaan als voetbaltrainer een hartgrondige hekel heeft gekregen.

Het ongenoegen is wederzijds. Vraag een Italiaanse journalist wat hij van Lippi vindt en er komt een stortvloed van allerminst vleiende woorden. Lippi wordt achterdochtig, humeurig, ijdel en arrogant genoemd, hij vindt zichzelf mooi, hij is hard en meedogenloos als trainer en hij is helemaal niet sympathiek. Spelers van Juventus praten liever niet over hun trainer. Ja, hij is een goede trainer, de beste van Italië; meer zullen ze niet zeggen, mogelijk bang voor het regime van Lippi waarin elk onvertogen woord over trainers, medespelers en club zwaar wordt bestraft.

Het leven van een voetballer in Italië is zwaar, verzucht Zinedine Zidane, de Fransman die vorig jaar van Bordeaux naar Juventus kwam. “Er wordt hard getraind, elke wedstrijd is zwaar, leuk voetballen is er niet bij. In Frankrijk was het aangenamer”, zegt de voetballer die graag 'lekker' met een bal speelt. Hij ziet er vermoeid en getekend uit wanneer hij even om de hoek van de perskamer van het oude stadion komt kijken. “Wat willen voetballers nou?”, antwoordt Lippi op de vraag waarom het leven van een voetballer in Italië zo zwaar wordt gevonden. “Geld, mooie auto's, mooie kleren, mooie vrouwen, mooi weer. Dat kunnen ze allemaal krijgen. Maar dan moeten ze er ook hard voor willen werken. Voetballers hebben heus weleens reden om te klagen, vooral als ze voor Juventus spelen. Maar het is ook een eer. Het is de beste club van Italië en van de wereld. Dat is het loon voor veel en hard werken.”

Lippi zegt heel veel waardering te hebben voor de voetballers die nu bij Juventus spelen. “Juventus staat bovenaan in de Serie A en Juventus staat in de halve finale van de Champions League. Bijna een heel elftal is international. Van Montero bij Uruguay, Boksic bij Kroatië en Jugovic bij Joegoslavië tot Deschamps en Zidane bij Frankrijk. Daarnaast zijn zes à zeven spelers regelmatig Italiaanse international. Het aantal geblesseerde spelers wordt met de dag groter. Zondag spelen we tegen Milan. Montero en Deschamps zijn geschorst. Conte is al een half jaar geblesseerd, Torricelli moet geopereerd worden en speelt voorlopig niet meer, Padovano ook niet meer, Tacchinardi gaat vooruit, Lombardo ook een beetje, Dimas ook, Del Piero kan hopelijk tegen Ajax spelen, Zidane is bijna op, Boksic heeft een half jaar niet kunnen spelen. Toch staan we nog aan de top, dat is de grote verdienste van de spelers. Dat ze blijven volhouden. Maar het wordt steeds moeilijker.”

Fysieke en mentale kracht, soberheid en hardheid vermengd met grote balvaardigheid zijn de kenmerken van Juventus sinds Lippi in 1994 trainer van de grote Turijnse club werd. Zelf was hij jarenlang (239 wedstrijden) een sobere, beheerste libero bij Sampdoria. Een grote voetballer was hij niet. Maar hij was een goede organisator die rust uitstraalde. Na jeugdtrainer bij Sampdoria werd hij achtereenvolgens hoofdtrainer bij Pontedera, Siena, Pistoiese, Carrarese, Cesena, Lucchese - inderdaad tweerangs clubs. Pas bij Atalanta viel Lippi op als een talentvolle trainer-organisator. Napoli haalde hij in 1993 uit de malaise en loodste hij naar de derde plaats. Toen kwam Juventus, dat al sinds 1986 vergeefs vocht tegen de heerschappij van Milan, bij de man uit Toscane. En van de ene op de andere dag won Juventus prijzen. Landskampioen, Italiaanse beker en finalist UEFA Cup in 1995; Italiaanse Supercup, Europa Cup, wereldcup in 1996; Europese Supercup in 1997.

“Ik ben streng en ik eis discipline. Dat is mijn grote kracht”, legt Lippi kort maar krachtig uit. Hij is opgestaan, legt zijn handen op de rug en tuurt over het trainingsveld van het oude stadion waar twee jeugdelftallen een wedstrijdje spelen. Dan praat hij met een speler die zojuist met een fraaie schaarbeweging een tegenstander of twee op het verkeerde been heeft gezet. “Bravo, ragazzo”, zegt hij met een zware stem, goed gedaan jongen, en hij gaat weer in zijn felblauwe trainingspak op de bank zitten. “Streng, maar positief zijn”, verklaart Lippi zijn werkwijze nader, terwijl hij wijst naar de elegant voetballende jongen met opvallend lange haren.

Op de atletiekbaan in het warme stadion trekken Lombardo en Deschamps onophoudelijk sprintjes. Het zweet gutst van hun gezicht. Lippi kijkt met een glimlach naar de twee spelers die opdracht voor een privé-training hebben gekregen. Op de vraag of het waar is dat Juventus doorgaat voor de meest fysieke ploeg van Italië en Europa, misschien wel van de wereld, antwoordt Lippi weer kort maar krachtig: “Ja, natuurlijk.” Hoe dat komt? “Veel trainen, veel kracht, goed leven, goed eten en veel rust nemen.”

De grote man naast Lippi is Gianpero Ventrone, bijgenaamd de marinier - waarom moge duidelijk zijn: zijn militaire aanpak. Hij is verantwoordelijke voor de conditie- en krachttrainingen van Juventus en is destijds door Lippi meegenomen van Napoli. Samen met de medische staf, die door Lippi bij zijn komst werd vernieuwd en flink werd uitgebreid, zorgt Ventrone ervoor dat de spelers voortdurend onder controle staan. Het gebruik van middelen als creatine is bekend in voetballend Italië, zeker sinds Juventus zich bedient van bijzondere trainingsmethoden en bijbehorende medicamenten. De spelers worden geacht alleen wit vlees te eten, het eten van rood vlees is verboden. Lippi wil er niets over zeggen; dat is de zaak van Ventrone en de doktoren.

“Ik hou van kracht en snelheid. In het Italiaanse voetbal win je een wedstrijd niet alleen op techniek. Elke wedstrijd is een finale”, weet Lippi. Hij verwijst naar morgen als Juventus op bezoek gaat bij Milan. Al twee maanden heeft Juventus geen uitwedstrijd gewonnen. En bij Milan, hoe onevenwichtig die ploeg ook draait, zal het weer moeilijk worden. “Ajax is het volgende hoofdstuk. Daar zijn we nog niet mee bezig. Dat kan niet in de Italiaanse competitie. We leven van dag tot dag. Pas maandag zullen we ons richten op Ajax. We zijn al blij dat we weer in de halve finale van de Champions League zitten. En dat is toch weer een grote prestatie.”

Een vergelijking met het krachtsverschil tussen Juventus en Ajax van vorig jaar en dat van nu vindt Lippi niet op zijn plaats. “1986 is verleden tijd. We waren toen beter dan Ajax. Maar ik weet niet of dat nu weer het geval is. Ajax heeft een zware tijd achter de rug. Het is spelers kwijtgeraakt en op zoek naar een nieuwe vorm. Juventus is Vialli, Ravanelli, Sousa, Vierchowod en Carrera kwijt. Maar daarvoor zijn weer spelers gekomen als Dimas, Montero, Boksic, Amoruso, Vieri, Zidane. We zouden sterker geworden kunnen zijn. Maar met al die blessures en schorsingen komen we niet vooruit. Elke ploeg is anders, elke wedstrijd is anders. Morgen schijnt de zon, overmorgen regent het.”

Lippi lijkt een man die in stilte geniet van het succes dat hem nu al drie jaar aan Juventus bindt. Thuis, in de Turijnse wijk Crocetta, is hij het meest op zijn gemak. Geen lastige mensen, geen drukte om zich heen, heerlijk rustig, gewoon van de stilte genieten. Hij plooit een glimlach om zijn lippen wanneer hij wordt geconfronteerd met de rustigste kant van zijn bestaan en vooral met de liefde voor zijn twee dochters. Tevreden spinnend hoort hij de vragen aan over zijn successen als trainer. Ja, hij is inderdaad twee keer door de Italiaanse trainers gekozen tot de beste van zijn land. De Il Seminatore d'Oro, ofwel de zaaier van goud. En hij lacht zowaar, als Paul Newman.

Ach, misschien is hij niet zo aimabel als Giovanni Trapattoni, zijn voorganger bij Juventus. Niet zo'n praatgrage, grapjes makende trainer. De Italiaanse journalisten die hem elke dag meemaken zeggen met weemoed terug te denken aan Trap: altijd stond hij klaar, altijd vertelde hij openhartig over zijn voetbalproblemen, altijd had hij een boeiend verhaal, altijd deelde hij schouderklopjes uit. “Wat ze over mij zeggen en schrijven, is bekend. Dat kun je elke dag in de krant lezen”, riposteert Lippi. “Ik ben trainer, ik werk hard, ik wil voetbal brengen waarvoor het publiek komt, snel, spectaculair en ik wil winnen. Zo ben ik. Soms ben ik niet aardig, soms ben ik wel aardig.”

Bij de poort van het stadion hangen oude mannen rond. Ze praten luidkeels over de kansen van Juventus. Dan mopperen ze, dan lachen ze. Wanneer een knetterende auto voorbij snelt, houden ze even stil en roepen: ciao Angelo. Doelman Peruzzi zwaait vanuit zijn Alfa Romeo Sport, draait de Via Filadelfia op en geeft gas. Buiten het stadion hangen grote affiches van een sportkledingmerk. Er staat een grote foto op van Marcello Lippi. Hij rust met zijn hoofd op een bal. Hij heeft de glimlach van een aardige man.