Tussen de macho's van Kroatië

Slavenka Drakulic: Café Europa. Life after communism. W.W. Norton & Company, 213 blz. ƒ 49,35

De internationale bekendheid van de schrijfster Slavenka Drakulic is gebaseerd op een combinatie van drie omstandigheden: ze is Kroatisch, ze is kritisch en ze is aantrekkelijk. Haar recente bundel reportages, een vervolg op het succesnummer How we survived communism and even laughed, moet het niet hebben van de scherpe observaties of stilistische hoogstandjes, maar van de openheid en eerlijkheid, van het gemakkelijke proza zonder poespas. Drakulic is een kleurrijke verschijning in de dorre en doodgeslagen officiële machocultuur van Kroatië.

De titel Café Europa verwijst naar de overtuiging die enkele jaren terug populair was onder intellectuelen van Oosteuropese huize: de verdwijning van het communisme maakte de weg vrij voor de 'terugkeer naar Europa'. Het communisme zou wezenlijk vreemd zijn aan de Europa 'traditie'. West-Europa was Europa. Oost-Europa was het door de Russen naar Azië ontvoerde deel van het continent.

De 'terugkeer naar Europa' is een mythe, gebaseerd op politieke selectiviteit en een kort geheugen. Drakulic kan er ook niet mee uit de voeten, behalve bij wijze van anekdote. In Zagreb is een bioscoop die, zolang als ze zich kon herinneren, Balkan heette. In 1990, toen Kroatië zich had vrijgemaakt van die vermaledijde Serviërs, moest de naam veranderen. Balkan stond voor primitivisme, voor oorlog, voor het verleden. Balkan werd bioscoop Europa. 'Europa' is wat wij er zelf van maken, schrijft ze in het begin van de bundel. Zo is het. En daarmee is direct de obligate, want zo dikwijls gestelde, vraag beantwoord waarmee ze het boek besluit: 'Wat is Europa nog, na Bosnië?'

Anders dan de metafoor doet vermoeden, kan op basis van de verhalen in Café Europa onmogelijk worden geconcludeerd dat de 'terugkeer naar Europa' een prettige ervaring zal zijn voor de bewoners van het voormalige communistische deel van ons continent. Het zal nog wel even duren, schrijft Drakulic, voordat het Westen zijn traditionele houding ten opzichte van oostelijk Europa, een combinatie van arrogantie en desinteresse, zal laten varen. Zoals zovele 'Centraal-Europeanen' is Drakulic zelf trouwens evenmin vrij van dergelijke arrogantie. Slechte ervaringen met de belabberde sanitaire voorzieningen in Roemenië worden rechtstreeks omgezet in een sombere analyse van 's lands democratische perspectieven en Rusland wordt tot nader order en zonder reden buiten 'Europa' geplaatst.

De diepste verzuchtingen bewaart Drakulic echter voor haar landgenoten, voor de nieuwe rijken en hun protserige wansmaak, voor de nieuwe machthebbers en hun opgeblazen eigendunk - de megalomane Franjo Tudjman voorop. Drakulic' kritiek is scherp en luchtig. De anekdotes zijn vaak onschuldig maar veelbetekenend. Tudjman die in zijn arrogante onschuld op verzoek van een Brits politicus de toekomstige staatsgrenzen tekent van Kroatië en Servië. Ze lopen dwars door Bosnië. Overijverige ambtenaren op het stadhuis van Zagreb, die menen een bijdrage te leveren aan de nationale zaak door het hoofdstedelijke Plein van de Slachtoffers van het Fascisme om te dopen in Plein van de Grote Mannen van Kroatië. Of de voormalige kampbeul van Jasenovac, Kroatië's eigen Auschwitz, die durft te beweren dat zonder de NDH, de fascistische vazalstaat die Kroatië gedurende de Tweede Wereldoorlog was, de 30ste mei 1990, 's lands jongste onafhankelijkheidsdag, nooit zou zijn gevierd.

Café Europa is authentiek. Slavenka Drakulic is bijna naïef tegendraads. Het vergt moed om in Kroatië op een onbevangen en kritische wijze over politiek te schrijven. 's Lands nationale eerbiedwaardigheid veelt immers weinig kritiek. Er is hoop. De boeken van Slavenka Drakulic worden ook in Kroatië uitgegeven.