'Te lang hielden Belgen zich afzijdig van politiek'

België telt meer dan honderd 'witte comités', een reactie op de affaire rond kinderontvoerder Marc Dutroux. Ze organiseren witte marsen en helpen van slachtoffers van seksueel misbruik. Alleen politiek is uit den boze.

BRUSSEL, 4 APRIL. Ze hadden elkaar nooit eerder ontmoet, de twintig Brusselaars die onlangs bijeenkwamen in de eenkamerwoning van gemeente-ambtenaar Patrick van Marsenille. Thema van de avond: de Belgische politiek. Eén van de aanwezigen gaf een uiteenzetting over de werking van het parlement. Daarna volgde een debat. “Het is lang geleden dat Belgen samenkwamen als burgers”, betoogt Van Marsenille die de avond voorzat. “Te lang hielden we ons afzijdig van het maatschappelijk debat. Maar nu nemen we onze verantwoordelijkheid weer op.” Op 18 april komt het comité 'Brussel witte stad' opnieuw bijeen. De leden willen waakzame burgers zijn, die er op toezien dat politici hun beloftes over onder andere een hervorming van justitie waarmaken.

'Brussel witte stad' is één van de ruim honderd 'witte comités' die de afgelopen maanden in België zijn opgericht. Nog dagelijks komen er nieuwe bij - een gevolg van de schok van maatschappelijke bewustwording die de affaire rond kinderontvoerder Marc Dutroux teweeg bracht. De comités bestaan uit vrijwilligers, die witte marsen en liefdadigheidsfeesten organiseren of slachtoffers van seksueel misbruik helpen. Maar ze houden zich vooral bezig met “ontmoeten en praten”, zegt Michel Lefevre op het coördinatiecentrum van de comités in Brussel. Dat is volgens hem hard nodig. “De mensen zaten maar voor de televisie en er was geen gemeenschapszin meer. Daardoor konden de politici de burgers vergeten. Nu moeten die burgers hun controlerende macht herwinnen.”

'Respect', 'waakzaamheid', 'gerechtigheid voor allen' of 'witte droom' heten de comités. De leden onderschrijven een gemeenschappelijk handvest van 'het Samenwerkingsverband tot verhoogde waakzaamheid en solidariteit', dat bepaalt dat ze “absolute voorrang” moeten verlenen aan de bescherming van kinderen. Daarnaast moeten ze “zich vormen, bijleren, documentatie bijhouden, een lijst met bronnen maken, analyseren, communiceren, vernieuwen.” Ze mogen “geen enkele geld-collecte organiseren”. Dit najaar willen de comités een Staten Generaal van de Burger organiseren. Wat dit precies behelst, staat nog niet vast. In ieder geval moet er worden gediscussieerd over justitie en democratie.

De witte comités organiseren zich over taal- en leeftijdsgrenzen heen. 'Brussel, witte stad' telt Frans- en Nederlandstalige leden, vertelt Van Marsenille, zelf tweetalig en 41 jaar. Hij toont een groepsfoto van de eerste bijeenkomst en wijst: een professor met zijn vrouw, een 76-jarige ere-senator (gepensioneerd eerste Kamerlid), een fysiotherapeut, twee scholieren. De comités zijn het bewijs van heropgeleefde burgerzin, onderstreept Van Marsenille nog eens. “We willen druk uitoefenen op politici, opdat ze justitie hervormen ten gunste van het slachtoffer. Politici moeten weer praten over het essentiële: de mens zelf.”

Subversief willen de witte comités niet zijn. Het handvest stelt dat ze “zich niet in de plaats stellen van de bestaande machten en instellingen, maar meehelpen druk en controle uit te oefenen.” De comités mogen zich niet aansluiten bij een politieke partij. “We willen anders zijn, en dat betekent geen partij worden”, verklaart Lefevre. “We moeten buiten de politiek blijven, anders verliezen we geloofwaardigheid”, meent ook Van Marsenille. “Maar we kunnen wel een wit programma opstellen, dat door de politiek wordt overgenomen.” Zo wil zijn comité een witboek opstellen voor het Brusselse college van B en W, met voorstellen om de stad kindvriendelijker te maken. “Bijvoorbeeld met kleine kindertelefoons, die niet met kaarten maar met munten werken.”

Ouders van vermiste en vermoorde kinderen riepen op tot de witte comités, om een vervolg te geven aan de mars in Brussel in oktober vorig jaar. Een mars die honderdduizenden Belgen op de been bracht in een demonstratie van medeleven met de ouders en van protest tegen een falend justitiebeleid. “Wordt burgers, actieve burgers”, vroegen de ouders in een gezamenlijke oproep. “Richt witte comités op om de mentaliteiten te veranderen.” Gino Russo, de vader van de vermoorde Mélissa, spreekt van een “vakbond van de burgers”. De ouders van verdwenen kinderen genieten in België een enorm moreel gezag. “Ze zijn een lichtpunt geworden, ook voor mij”, zegt Van Marsenille. Trots toont hij een brief, ondertekend door de ouders van Mélissa. “Als de ouders vragen om kinderen te zoeken of om posters te plakken na een verdwijning, dan doen we dat.” Hoe ver gaat de comitévoorzitter - zou hij bijvoorbeeld op een politieke partij stemmen als de ouders daartoe opriepen? “Neen. Maar dat zouden ze ook nooit vragen.”

De witte beweging draait al lang niet meer alleen om kinderen. “Wij komen op voor alle mensen die hun waardigheid hebben verloren en die terug willen”, zegt Lefevre: “Armen, werklozen, ouderen.” Maar toen ouders van vermoorde kinderen zich begin februari aansloten bij een mars voor werk, gingen ze volgens sommigen te ver. “De witte beweging moet zuiver blijven”, reageerde een briefschrijver in De Standaard. “Mensen die zichzelf graag als symbool van de nieuwe burger voorstellen, worden wel verondersteld te weten voor welke kar ze zich laten spannen”, meende een ander.

Het coördinatiecentrum van de witte comités is voorlopig gevestigd in een kantoor met enkele andere maatschappelijke organisaties. Posters van vermiste kinderen hangen aan de muur. Foto's van Julie en Mélissa staan zelfs in de plantenbak. Op de tafels liggen stapels papier, een paar computers en telefoons. Tientallen oproepen komen hier dagelijks binnen. Van mensen die willen weten waar het dichtstbijzijnde witte comité is of die een foto vragen van het vermoorde meisje Loubna. Sinds vorige week is het nog drukker, na het verschijnen van de krant 'La Marche Blanche/De Witte Mars'. Het blad moet worden gevuld met “het woord van de burger”, aldus de vader van de vermoorde An Marchal. “Dit is de eerste stap van een strijd die wij begonnen zijn en die u voortzet”, schrijven de ouders van Mélissa in het redactioneel. “Samen met u eisen wij een justitie en een politiek die echt ten dienste staat van alle inwoners van dit land.” De eerste 80.000 exemplaren van de tweetalige krant waren binnen enkele dagen verkocht. Het volgende nummer moet verschijnen begin mei, vlak voor moederdag.

Zo actief zijn de witte comités, dat er soms twee in conflict raken omdat ze in één gemeente tegelijkertijd een witte actie willen organiseren. De ouders van vermoorde kinderen hebben laten weten dat ze even geen uitnodigingen meer willen voor witte marsen. Ieder weekeinde heeft wel ergens in België een kleine mars plaats. Het comité 'kinderen voor alles' organiseerde Paaszondag een tocht door Marcinelle, de plaats waar Julie en Mélissa doodhongerden. 'De witte dolfijnen' leidde een wandeling in De Panne, met naast de inmiddels onvermijdelijke witte ballonnen ook witte vliegers. Vorige week werden de eerste bomen geplant van wat een wit kinderbos moet worden, langs de snelweg Antwerpen-Brussel. En had in het Brusselse koninklijk conservatorium een Beethoven-concert plaats.

Het comité 'Brussel, witte stad' beperkt zich voorlopig tot debatteren. In zijn sobere kamer aan een drukke straat in Brussel-centrum neemt voorzitter Van Marsenille de agendapunten voor de komende vergadering door. Thema's zijn: uw engagement; hoe kun je burgerzin in de maatschappij bevorderen; een stad voor de kinderen; justitie; en pedofilie, wat is het en hoe moet de maatschappij er tegenover staan? Deze agenda, die de leden van tevoren krijgen toegestuurd, moet vermijden “dat de discussie over van alles en nog wat gaat.” Op een tafeltje tegen de muur staan ingelijste foto's van verdwenen meisjes en wat bloemen. Van Marsenille erkent dat de witte beweging iets religieus heeft, met kinderen als martelaars, wit als kleur van de onschuld en marsen als waren het stille ommegangen. “De religieuze symboliek zit er nu eenmaal sterk in, bij ons in België.” Maar de beweging geeft hem vooral een mei '68-gevoel: een nieuwe periode is aangebroken, met ruimte voor meer democratie. “België was ingedommeld, maar dit is de bevrijding.”