Ploegleider van het harmoniemodel

Twee dagen voor de Ronde van Vlaanderen zijn de meeste ogen gericht op wereldkampioen Johan Museeuw. Ploegleider Patrick Lefevere koestert het karakter van zijn kopman. “Was Johan iets meer advocaat, dan zou hij iets minder renner zijn geweest.”

KORTRIJK, 4 APRIL. In de warme avondzon van Kortrijk hoopt Patrick Lefevere stilletjes op beter weer. De mannen van Mapei-GB zijn beren van kerels, ze zijn gebaat bij een zware rit op de Vlaamse kasseien. “Hoe harder de koers, hoe beter voor ons. Geef mij een Milaan-Sanremo met regen en wind en wij gaan daar ook winnen.”

De Ronde van Vlaanderen behoort tot de monumenten in de wielersport. De Belgische wielerliefhebbers kijken er al weken naar uit, ze hebben ook weer een paar renners om een gokje op te wagen. De namen van Museeuw, Steels, Vandenbroucke, Merckx en Van Petegem staan zondag op het asfalt gekalkt. Voor Lefevere kwam de teloorgang en de wederopstanding van de Belgen niet als een verrassing.

“Ik heb al veel eerder beweerd dat de Belgische profs niet goed met hun werk bezig waren. Ik sprak de waarheid, maar soms is de waarheid niet leuk om te horen. Wij verkeerden in een euforische toestand. Toen ik in 1992 vertelde dat ze in Italië met hartslagmeters werkten, werd dat niet geloofd in België. Ik was er ook zeker van dat we de achterstand in een jaar of vijf redelijk konden wegwerken. Wij Belgen hebben namelijk ook twee benen en een fiets. En we hebben Museeuw. Hij is een idool, een voorbeeld voor elke jonge renner.”

De 42-jarige Lefevere is een vaderfiguur voor de 31-jarige Museeuw. De onzekere renner, die gisteren zijn goede vorm aantoonde met de eindzege in de Driedaagse van De Panne, zweert bij het vertrouwen van zijn ploegleider. Lefevere: “Johan is de sleutel van ons succes. Iedereen zegt dat hij zich niet genoeg verkoopt. Maar als hij iets meer advocaat was, zou hij minder renner zijn geweest. Zijn ganse familie woont op een zakdoek. Zelfs als zijn familie meekomt naar de Tour, mist hij nog dat stukje Vlaamse grond onder zijn voeten.”

In de jaren zeventig was Lefevere een verdienstelijke amateur. Als professional kwam de zoon van een autohandelaar tekort, naar eigen zeggen omdat hij slecht werd begeleid. “Als je in de zee gesmeten wordt en je kunt nog niet goed zwemmen, is het heel lastig bovendrijven.” Hij koos voor het meeste geld en niet voor de beste ploegen. “Ik had in die periode spaarcenten nodig om te trouwen. Dat is een goede investering gebleken.”

Hij wilde boekhouder worden maar hij kwam al snel in de volgauto terecht. Op 25-jarige leeftijd maakte Lefevere zijn debuut als ploegleider. Tot een paar jaar geleden werkte hij in de marge van de topsport. Als assistent van verschillende sponsors leerde hij de fijne kneepjes van het vak. Hij hoorde Peter Post zijn renners in het openbaar uitfoeteren. Hij zag hoe Cees Priem zijn coureurs veel te lang in het ongewisse liet of ze wel of niet aan de start mochten verschijnen.

“De dictoriale periode in de wielersport is voorbij. Ik ben meer een man van het harmoniemodel. De renners zijn tegenwoordig veel mondiger. Als ik zie dat een jongen niet in de groep past, moet er onmiddellijk gepraat worden. Ik delegeer zaken waar ik geen verstand van heb, zoals trainingen en medische begeleiding. Maar ik ben ook redelijk koppig als het moet. Ik heb een paar jaar geleden doorgedrukt dat we Museeuw van Lotto overnamen. De directie zag het eerst niet zitten. Ik mag wel zeggen dat het een gouden zet is gebleken.”

Hoofdsponsor Mapei, een Milanese producent van lijmartikelen, ging in 1995 samenwerken met de Belgische supermarktketen GB. De bundeling van Italiaanse en Vlaamse coureurs leidde tot een reeks successen, die in het verleden alleen door de ploeg-Post is bewerkstelligd.

De suprematie van de Mapei-formatie beleefde vorig jaar haar hoogtepunt met de overwinning van Museeuw in Parijs-Roubaix. Op voorspraak van zijn ploegleider werd de Belgische renner nog voor de streep tot winnaar uitgeroepen. Zijn ploeggenoten en medevluchters Tafi en Bortolami moesten met troostprijzen genoegen nemen. Lefevere is nog altijd verbolgen over de kritiek op zijn beslissing. “Vooral de kenners zouden moeten weten dat dit de beste oplossing was. Als je ze laat sprinten en Museeuw wint, voelen de anderen zich tekortgedaan.” De ploegleider lacht. “Ik heb nog altijd spijt dat ik niet met de wagen op de piste ben gereden.”

Lefevere noemt de fusie tussen de Belgische en de Italiaanse sponsor een wonderlijke maar geslaagde vorm van synergie. “Als ik achttien of twintig Belgen zou hebben, zou er sneller een rotte appel in de mand zitten. Nu houden de nationaliteiten elkaar in evenwicht. Er is wederzijds repect. Ons spreekwoord luidt: vincere insieme, samen winnen. Ik spreek altijd in de wij-vorm. Een overwinning van Museeuw is een overwinning voor het team.

“Bij Mapei verkeren we in de luxe positie dat we met meer kopmannen werken. We rijden altijd op de aanval, dat zit ook in in mijn karakter opgesloten. Ik ben een optimist tot in de kist. We grijpen liever de tegenstander bij de keel. De meeste jongens fietsen als een paard dat een jaar op stal heeft gestaan en voor het eerst in de weide mag draven.

“Het maakt mij niet of er een Belg of een Italiaan wint. Ik spreek als Europeaan. Het is natuurlijk geweten dat negentig procent van de coureurs geen grote studenten zijn, een verplichte talencursus acht ik dan ook niet zinvol. Met gebarentaal kom je ook een heel eind. Als een Italiaan zijn duim tegen zijn kin houdt, weet ik als ploegleider dat hij kapot zit. 's Avonds aan tafel leren de Italianen een beetje Vlaams; de 'vuile woorden' zal ik maar zeggen.”

Over Lefevere is vaak geschreven dat hij als ploegleider in een gespreid bedje kwam. Dankzij de Italiaanse wetenschap kon hij met de veren pronken. “Misschien ben ik wel op een weg gekomen die geplaveid was. Maar ik heb mijn plaats niet gestolen. De meeste sponsors zijn mij komen komen halen en zeker niet andersom. Ik heb genoeg aanbiedingen gehad, maar ik blijf liever met dezelfde Belgische groep van tien, elf mensen werken. Dat heeft al jaren goed geklikt.”

De wederopstanding van de wielersport in België blijft voorlopig beperkt tot de eendaagse wedstrijden. De wonderploeg van Lefevere maakte vorig jaar in de Tour de France weinig klaar. Lefevere noemt de afwezigheid van een goede sprinter als zijn grootste blunder als ploegleider. “Een riskante onderneming. Na achttien dagen komt het kritische moment in een grote ronde. Als je dan nog geen etappe hebt gewonnen, begint er een zekere nervositeit onderhuids in de ploeg te sluipen. Daarom gaat Steels dit jaar zeker mee naar de Tour.”

Lefevere verwijst fijntjes naar de Italiaanse kranten. “Die schreeuwen ook moord en brand omdat ze geen goede ronderenners meer hebben. Ze maken van Pantani een mythe zoals van Coppi. Pure armoede. Blijkbaar kun je niet alles kopen in de wereld. Het zou ook niet goed zijn als wij overal zouden winnen. Ik ben alleen verantwoordelijk voor de voorjaarsklassiekers. Zolang we daar goede uitslagen rijden, kan ik mezelf weinig verwijten.”