'Journalisten vinden moslims te snel zielig'

ROTTERDAM, 4 APRIL. Journalisten staan in hun berichtgeving te welwillend tegenover moslims. Dat is de stellige overtuiging van de hoofdredacteur van het NOS-Journaal N. Haasbroek. Op de scholen voor journalistiek is men volgens Haasbroek geïndoctrineerd met het idee dat migranten zielig zijn.

Journalisten trekken daardoor - in plaats van de zaken eerst grondig uit te zoeken - vaak voorbarige conclusies. Zoals bij de brand in de Schilderswijk, waarbij een vrouw en vijf kinderen omkwamen. De meeste van zijn medewerkers hadden al snel een verklaring paraat: racisme. “Maar die man heeft misschien al jaren een rekening niet betaald, of wie weet zit de geheime dienst uit Turkije erachter”. Juist voorbarige conclusies vindt Haasbroek “beledigend” voor moslims.

De hoofdredacteur van het NOS-journaal deed zijn uitlatingen gisteren tijdens een debat over 'journalistieke ethiek en moslims in Nederland' dat was georganiseerd door het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam. Aanleiding was het publicatieverbod dat een Marokkaanse vrouw had geëist tegen het door het KIT uitgegeven boek 'En de goden verhuisden mee'. De vrouw, die in het boek de naam Soumaya kreeg, stapte naar de rechter omdat ze zichzelf niet herkende in het vraaggesprek met haar. Bovendien verweet ze de auteurs dat zij een vertekend en stereotiep beeld van de islam hadden gegeven. Daarin werd ze gesteund door de Nederlandse Moslim Raad (NMR). De rechter zag in de bezwaren van Soumaya geen reden voor een publicatieverbod.

In het hoofdstuk 'Soumaya's weg' wordt het veelbewogen leven geschetst van Soumaya, dochter van Berbers. Op vijfjarige leeftijd verhuisde ze naar Nederland. Daar belandde haar oudste zus in een blijf-van-mijn-lijfhuis en verdwenen haar twee broers in de gevangenis. Soumaya doorliep keurig Mavo en Havo en volgt nu een opleiding voor verpleegkunde. Ze wil op eigen benen kunnen staan. Maar ze merkt dat haar geduld op raakt bij haar emancipatiepogingen. “Het is tijd voor verandering van mentaliteit.”

De vraag is nu: zijn de bezwaren van 'Soumaya' van een andere aard dan die van een voetbalsupporter of binnenschipper die zichzelf niet terug herkent in een vraaggesprek? En mag de SGP wel om zijn vrouwonvriendelijke gedrag in de media beschimpt worden en de moslimgemeenschap niet? Moet, kortom, een journalist extra voorzichtig te werk gaan als hij een moslim interviewt?

Ja, meent docent ethiek aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg, H. Evers. “De brug die men over moet om echt te begrijpen wat er aan de hand is, is vaak groter dan bij andere verschijnselen.” Ja, meent ook journaliste N. Azough. Zij constateert een continue negatieve onderstroom in de berichtgeving over moslims. Bij gebrek aan echte kennis vallen autochtone journalisten volgens haar vaak terug op het 'vijandbeeld' waarin het vrije Westen wordt bedreigd door het islamitische oosten. “Daarmee appelleren ze aan het onderbuikgevoel.” Azough zou graag meer diepgaande achtergrondverhalen over de islam willen lezen, liefst geschreven door moslims zelf.

Maar journalist A. Olgun van de Nieuwe Revu wil van geen speciale houding tegenover moslims weten. “Met een aidspatiënt maak ik over een interview dezelfde afspraken als met een moslim.” Dat de moslimgemeenschap vooral negatief in het nieuws komt, is volgens hem niet verwonderlijk. Met terreuracties van fundamentalistische moslims en “de ene fatwa na de andere” is het volgens hem moeilijk een juist beeld van de islam te geven. “In de journalistiek geldt nu eenmaal: slecht nieuws is altijd nieuws en goed nieuws is geen nieuws.”

Dat journalisten te weinig kennis van de islam hebben is nog geen verklaring voor stereotiepe beeldvorming, meent hij. “Een journalist kan niet over elk onderwerp alles weten, maar een goede journalist weet wel de weg om zich te laten informeren. Alleen - vind maar eens een instantie die je betrouwbare informatie over de islam kan geven.” Overigens zit het volgens Olgun bij de Nieuwe Revu met het percentage migranten wel goed. “Mijn chef is een Indische vrouw en mijn hoofdredacteur komt uit Brabant.”