Het wilde wonen; Carel Weeber wil af van het rijtjeshuis

Héél gebouwd Nederland een zee van identieke rijtjeshuizen - architect en stedenbouwer Carel Weeber vreest die ramp als de woningbouw niet wordt geliberaliseerd. Het vrijstaande huis moet weer de normale woonvorm worden, vindt hij. Daarvoor is in Nederland ruimte genoeg. “In mijn ideaal gaan de mensen naar een bouwwarenhuis, een soort Gamma, dat huisonderdelen in verschillende variëteiten verkoopt.”

De Nieuwe Kaart van Nederland is te zien in het Nederlands Architectuur- instituut, Museumpark 25, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u.

Nederland zal over tien jaar één miljoen woningen rijker zijn. Een groot deel hiervan zal worden gebouwd op Vinex-locaties, de plekken dichtbij grote steden die de overheid in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra heeft aangewezen. Het aantal van 1.000.000 boezemt veel Nederlanders angst in, een angst die twee weken geleden werd aangewakkerd door de presentatie van de 'Nieuwe Kaart van Nederland' die, tot hij versleten is, de vloer siert van de foyer van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Deze kaart, gemaakt op initiatief van minister De Boer van VROM om het debat over de toekomstige ruimtelijke ordening van Nederland te bevorderen, laat zien waar de komende acht jaar 2800 bouwprojecten zullen worden gerealiseerd. Alweer een aantal dat suggereert dat Nederland één groot verstedelijkt gebied aan het worden is.

In werkelijkheid is er weinig reden tot paniek, vindt Carel Weeber, architect en voorzitter van de Bond van Architecten. Het aantal van 2800 projecten betekent slechts een stuk of dertig per provincie per jaar, inclusief de landbouwgrond die tot parken en natuurgebieden wordt omgetoverd.

“Van de 34.000 vierkante kilometer land waaruit Nederland bestaat is niet meer dan 10 procent bebouwd, 3400 vierkante kilometer dus”, zegt Weeber in een kamer van het Bouwkunde-gebouw van de Technische Universiteit in Delft waar hij doceert. “De overheid wil de miljoen woningen in een dichtheid van 40 per hectare bouwen. Hiervoor is dan 250 vierkante kilometer nodig, dat is ongeveer 0,7 procent van het oppervlak van Nederland. Dit betekent dat er zelfs genoeg ruimte is voor het bouwen in een lagere dichtheid. De miljoen woningen kunnen gemakkelijk in een dichtheid van 25 per hectare moeten worden gebouwd, zodat de toekomstige bewoners allemaal een losstaand huis met een tuin eromheen kunnen hebben. Zo wil de Nederlander het liefst wonen, blijkt uit enquêtes. Hiervoor is 400 vierkante kilometer nodig, ongeveer 1,2 procent van Nederland.”

Maar dat is niet wat de overheid wil. Het uitgangspunt voor de bebouwing van de Vinex-locaties is de 'compacte stad', dat wil zeggen: nauwelijks losstaande huizen, maar veel rijtjewoningen en hier en daar hoogbouw.

“Woningbouw is in Nederland nog steeds een staatszaak, al gebeurt het nu steeds meer in samenwerking met projectontwikkelaars. De meest voorkomende staatsarchitectuur in Nederland is na 1960 het rijtjeshuis, een uitvinding van deze eeuw. In vroegere eeuwen werd dit bouwtype alleen gebruikt in hofjes voor bejaarden, maar in de twintigste eeuw is het het woningtype bij uitstek geworden in Nederland. Rijtjeshuizen kunnen niet door individuen worden gebouwd, maar worden alleen door woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars aangeboden. Hun producten moeten bovendien voldoen aan allerlei wettelijke bepalingen en aan de eisen van de welstandscommissies, die de ontwerpen vooral beoordelen op samenhang met de rest van de omgeving.

Stacaravans

“Dit soort woningbouw strookt helemaal niet met de liberalisering die zich overal in de samenleving voordoet en door de overheid zelfs wordt gepropageerd. Ad Geelhoed, de ambtelijke rechterhand van premier Kok, zei dezer dagen in een interview dat de belangrijkste taak van de overheid de regulering en het stimuleren van de markt is. Dat zie je dan ook op alle terreinen in de samenleving gebeuren, maar niet in de ruimtelijke ordening en woningbouw. Het is in Nederland onmogelijk om te kiezen voor 'ondermaats wonen'. Er zijn veel mensen die meer waarde hechten aan eten, reizen of auto's dan aan wonen, maar onder een bepaalde inkomensgrens kan niemand zich onttrekken aan keurige woningen, compleet met subsidies. Tot welke absurditeiten dit leidt, bleek twee jaar geleden toen bejaarden in Ermelo niet in hun stacaravans mochten blijven wonen, hoewel ze dat erg graag wilden. Ze moesten terug in hun gesubsidieerde hokken. Het was deze gebeurtenis die me op andere gedachten bracht over de Nederlandse woningbouw.

“In de woningbouw blijft de staatsarchitectuur gehandhaafd, zoals Nederland die sinds de Woningwet van 1901 kent. Op de Vinex-locaties zullen niet de door de markt gewenste, losstaande huizen worden gebouwd. De Vinex-wijken zijn een overbodige beperking van de vrijheid. Mensen worden gedwongen om 'thematisch' te wonen, zoals in Kattenbroek in Amersfoort. Daar worden ze dan in ruïne-woningen aan 'Pleinen van Diepe Gedachten' en zo gestopt. Vreselijk is dat.”

“Ik pleit voor afschaffing van de staatsarchitectuur. Als de overheid consequent is in de bevordering van de marktwerking, dan moet de ruimtelijke ordening en woningbouw ook worden geliberaliseerd. En zelfs het architectonische beeld: laat de mensen zelf bepalen hoe hun woningen worden. Ik werk nu met projectontwikkelaar Era aan een plan om deze geliberaliseerde woningbouw vorm te geven. Het is heel simpel. De overheid geeft 25 kavels per hectare uit. Aan één zijde van die kavels lopen wegen. De overheid schrijft voor dat de delen van de kavels aan de weg voor zestig procent mogen worden bebouwd, en dat de stroken grenzend aan de andere kavels voor tachtig procent uit tuin moeten bestaan. Maar verder zijn de grondeigenaren vrij om te bouwen wat ze willen. In mijn ideaal gaan ze naar een bouwwarenhuis, een soort Gamma, dat door de overheid goedgekeurde huisonderdelen in verschillende variëteiten verkoopt. Ze geven aan het bouwwarenhuis op welke onderdelen ze voor hun huis willen. Een week later rijdt er een vrachtwagen naar de kavel en het gewenste huis wordt in elkaar gezet. Ten slotte belt de eigenaar de gemeente op om zijn huis aan te laten sluiten op het gas- en elektriciteitsnet.”

Leidt dit niet tot een eenvormige huizenzee? Gaat Nederland er dan niet overal hetzelfde uitzien?

“Ja, maar dat is nu ook al het geval. Zet me neer in Nieuwegein of Zoetermeer en ik kan je niet vertellen waar ik ben. Ook de nieuwbouwwijken op de Vinex-locaties zullen op elkaar lijken, want de esthetische controle van de welstandstandscommissies zorgt voor orde en netheid. In Nederland bestaat sinds 1901 de traditie van 'eindbeeldplanning' in de stedenbouw. In het beroemde Amsterdam-Zuid van Berlage, maar ook in de naoorlogse uitbreidingen als Amsterdam-West van Van Eesteren, bepaalden de stedenbouwers in grote lijnen hoe de woningen zouden worden. In huidige wijken als Kattenbroek van Ashok Balotra is het niet anders. De stedenbouw durft in Nederland niet zonder eindbeeld te ontwerpen. Ik vind dat de stedenbouwer eens moet durven alleen een kader aan te geven dat door de bewoners zelf kan worden ingevuld.

“Dit is niet alleen in overeenstemming met de toenemende liberalisering van de samenleving, maar heeft ook esthetische voordelen. Als je mensen hun eigen huis laat bouwen, wordt de variatie veel groter. De huidige welstandscommissies zijn bij hun beoordelingen gericht op 'samenhang', maar een ordelijk stadsbeeld is esthetisch kwetsbaar. Uniformiteit wordt door de uitzondering doorbroken; orde wordt door de geringste verstoring al teniet gedaan. Een stadsbeeld gebaseerd op wanorde en toeval is door de variatie esthetisch minder kwetsbaar.”

Een argument van de overheid om voor de Vinex-locaties te kiezen voor compacte uitbreidingen bij grote steden is dat bebouwingen in lage dichtheid leidt tot onaanvaardbaar meer verkeer.

“Gespreide bebouwing levert inderdaad problemen op. Men wijst dan altijd op Los Angeles waar iedereen elke dag uren in de file zou staan. Maar Los Angeles is ontstaan in een tijd dat een werknemer fysiek aanwezig moest zijn op zijn werkplek. Computers zullen dit laatste in veel gevallen overbodig maken, arbeid krijgt een ander karakter. Er zal steeds meer met computers thuis worden gewerkt, de behoefte aan mobiliteit neemt af. En de auto's die nog rijden, zullen beslist milieuvriendelijker worden.

“De voortschrijdende techniek zal gespreid, zelfvoorzienend en licht wonen mogelijk maken. Dure riolen worden overbodig; iedereen krijgt een septische tank voor zijn afvalwater. Zonnecollectoren worden steeds goedkoper en zullen steeds meer voorzien in de eigen energiebehoefte van huishoudens.”

Een ander argument tegen gespreid wonen is dat Nederland misschien niet zozeer vol raakt, maar wel dat overal in het land bebouwing zichtbaar zal zijn en dus vol lijkt. Echte leegte zal straks nergens meer bestaan.

“Echte leegtes zijn onmogelijk in Nederland. Als je een weiland echt leeg laat, staat het binnen de kortste keren vol wilgen, berken en elzen en dat zijn oersaaie bossen. Alleen dank zij de koeien zijn er leegtes. De koeien zijn onze nationale grasmaaiers, maar daarvan zijn er wegens de overproductie van zuivel steeds minder nodig.

“Het vrijkomende landschap is juist te redden door het gespreide wonen. De huizen omringd door individueel vormgegeven tuinen zullen niet worden ervaren als een traditionele, dichtbebouwde stad maar als een landschap. Het is in Nederland een traditie dat het landschap wordt vormgegeven door vele individuen. Kijk maar naar Walcheren, landgoederen, villadorpen en volkstuinen.”

Is het niet vreemd dat juist Carel Weeber, de architect van de Zwarte Madonna in Den Haag, pleit voor een liberalisering van de woningbouw? Dit strenge gebouw vol sociale woningen is het tegendeel van geliberaliseerde woningbouw. En is het niet nog vreemder dat juist Carel Weeber, de architect die in 1994 nog zei dat leken architectuur niet konden beoordelen omdat ze er geen verstand van hadden, nu diezelfde leken hun eigen woningen wil laten maken?

“Ja, ik ben natuurlijk de ergste staatsarchitect die er is. Ik ben de laatste architect die de sociale woningbouw in zijn fundamentele bedoeling heeft vormgegeven. De Zwarte Madonna is een vangnet voor mensen die geen woning kunnen vinden en betalen en zo ziet het gebouw er ook uit: een huurkazerne. Maar ik probeer los te komen van de staatsarchitectuur door erover na te denken.

“Honderd jaar staatsarchitectuur heeft gezorgd voor een staatsesthetiek. Het Nieuwe Bouwen van Mies van der Rohe en al die anderen is altijd verbonden geweest met de overheid: het eerst werd deze stijl gepropageerd door Duitse sociaal-democratische stadsbesturen, na de oorlog werd dit overgenomen door overheden in heel Europa.”

Oisterwijk-meubelen

“Maar de staatssmaak is niet de smaak van het publiek. Daar bestaat een grote kloof tussen. Wie in al die door staatsarchitecten ontworpen woningen naar binnen kijkt, ziet ze vol eikenhouten Oisterwijk-meubelen staan. Alleen bij architecten en andere ingewijden vloekt het exterieur niet met het interieur: zij hebben keurig meubelen van Le Corbusier en Rietveld in hun huizen gezet.

“Van staatsarchitectuur hebben leken nog steeds geen verstand. Maar als ze hun woningen volgens hun eigen wensen mogen bouwen, krijgen ze natuurlijk vanzelf verstand van hun eigen architectuur, net zo als ze nu ook verstand hebben van klussen.”

Is het ook niet raar dat u als voorzitter van de Bond van Nederlandse architecten pleit voor een soort woningbouw die architecten overbodig maakt?

“Als voorzitter van de BNA ben ik er om het vak verder te helpen, niet om architecten de hand boven het hoofd te houden. Toen de auto kwam, hebben we de koetsier ook niet kunstmatig in stand gehouden. In mijn plan voor geliberaliseerde woningbouw krijgt de architect een andere taak: hij wordt industrieel ontwerper. Hij moet mooie, zorgvuldige ontwerpen maken voor de verschillende onderdelen van de huizen en ervoor zorgen dat al die delen in al hun variaties feilloos op elkaar passen. Daar is natuurlijk wel een ander soort opleiding voor nodig. Hier in Delft worden nog steeds staatsarchitecten opgeleid. De studenten worden hier nog steeds doodgegooid met het Nieuwe Bouwen uit de jaren twintig en dertig - dat zal pas veranderen als de de huidige generatie docenten met pensioen is gegaan.”

Denkt u dat uw plan enige kans van slagen heeft?

“Vandaag heb ik toevallig van de projectontwikkelaar te horen gekregen dat hij mij het plan voor vrijstaande huizen verder wil laten uitwerken. Maar meestal voel ik me als de spookrijder die op zijn autoradio hoort dat er op zijn weg een spookrijder is gesignaleerd en denkt: 'Eén spookrijder? Ik zie er wel duizend!'

“Eigenlijk pleit ik voor iets dat overal in de wereld heel gewoon is. In België, Duitsland, Frankrijk, Scandinavië, Amerika, zelfs in Japan dat nog veel voller is dan Nederland - overal is het vrijstaande huis de normale woonvorm. Ook in Nederland bestaat er overigens een tendens tot gespreid bouwen: sinds de stadsmuren in de achttiende eeuw zijn geslecht kennen de achtereenvolgende stadsuitbreidingen een steeds lagere dichtheid. Het zet zich zelfs door in de Vinex-wijken: men streeft naar een dichtheid van 40 woningen per hectare, maar die zal zelden worden gehaald.

“Geliberaliseerde woningbouw sluit ook aan op een Nederlandse traditie die voor de Woningwet bestond. Neem bijvoorbeeld de Amsterdamse grachten: bij de bebouwing hiervan beperkte het stadsbestuur zich tot de uitgifte van kavels. Of neem de Zaanse Schans bij Zaandam: deze houten huisjes laten zien dat het vrijstaande woonhuis eens heel gewoon was in Nederland.

“Mijn pleidooi gaat in tegen alle belangen. De geliberaliseerde woningbouw is niet in het belang van de architect die gebouwen wil ontwerpen. Ook projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen zien er weinig in: zij willen rijtjeshuizen blijven aanbieden. En het is ook niet in het belang van bestuurders, want de rol van de staat wordt minder belangrijk: ze krijgen minder te besturen als ze alleen maar 25 kavels per hectare hoeven uit te geven. Er is een radicale mentale salto mortale nodig bij alle belanghebbenden.

“Maar helemaal alleen sta ik niet. Ik heb begrepen dat een deel van IJburg, de bij Amsterdam in het IJsselmeer te bouwen wijk, zal zijn bestemd voor vrijstaande woningen. En het architectenbureau MVRDV heeft plannen voor 'lichte stedebouw' ontwikkeld die vergelijkbaar zijn met mijn pleidooi. Dit bureau mag in Rotterdam zelfs een wijkje bouwen naar hun ideeën. Maar dit is een experiment en het gevaar van experimentele wijken is dat ze zo bijzonder worden. Dat is jammer, want het gespreide wonen moet er juist niet bijzonder uitzien.”