Autobiografische roman van Herman Stevens; Een poging tot metamorfose

Herman Stevens: Het vrouwelijk halfrond. Prometheus

177 blz. ƒ 29,90

Het vrouwelijk halfrond, de nieuwe roman van Herman Stevens, is niet het boek dat je zou verwachten na Mindere goden (1990) en Een schone slaap (1991). Doorwrochte romans waren dat, op het maniëristische af, virtuoos van stijl, en niet altijd even makkelijk te doorgronden. Ironie en understatement bepaalden de toon, al was Stevens ook niet te beroerd om een held die op de drempel van de volwassenheid staat Hero Groen te noemen. Met de lezer werd een vernuftig spel gespeeld, dat het nodige vroeg van zijn altertheid en literaire sensibiliteit.

Vergeleken met deze beide voorgangers is de nieuwe roman een wonder van eenvoud en directheid. En dat komt door Amerika.

Net als Herman Stevens zelf in 1991, vliegt hoofdpersoon Philip Rood de Atlantische Oceaan over om een jaar als writer in residence in Ann Arbor, Michigan, te verblijven. Ook hij heeft twee romans op zijn naam staan, maar typerend is dat hij daarvan alleen de omslagen ('met lucht ertussen') heeft meegenomen. 'Waarom zou ik nog eens willen lezen wat ik woord voor woord moest opschrijven? Me een schaduwleven lezen? Ik wil een nieuw leven'. Amerika lijkt alleszins bereid het hem te verschaffen, door hem te veranderen. Want dat is wat deze Philip Rood wil: 'Een ander worden. Een Amerikaan'.

Het vrouwelijk halfrond is het geestdriftige verslag van een poging tot metamorfose: een schrijver laat zijn 'natuur' achter zich, hij stapt uit de literatuur en tracht 'doorzichtig' te worden, één en al ontvankelijkheid voor wat Amerika hem te bieden heeft. 'De eerste helft van mijn leven had ik doorgebracht met ontkennen. Niemand zei eerder nee dan ik' - in Amerika laat hij nog uitsluitend een hartgrondig ja horen. Overgave aan het toeval van de werkelijkheid, daar komt het op neer. Philip verandert in 'een personage dat z'n eigen verhaal niet kent, want ik heb geen idee wat er om de volgende hoek staat te gebeuren. Het verhaal mag mij vertellen'.

Het Amerikaanse ja berust desondanks ook op een nee. Nee tegen Holland, waar de geschiedenis 'al zo lang geleden (is) gestopt', nee tegen de Nederlandse literaire wereld (zoals blijkt uit de weinig vleiende presentatie van twee collega-gastschrijvers), nee tegen de literatuur als zodanig, die een schrijver van zichzelf en van de wereld vervreemdt en tot een steriele 'eenzelvigheid' veroordeelt.

Uit dit nee tegen de literatuur spreekt een zeer Europees aandoend intellectueel masochisme, dat in het schrijven de belangrijkste barrière ziet voor de deelname aan het echte leven. Ietwat ironisch is het daarom dat Philip juist via een verhaal van Hemingway (Big Two-Hearted River I and II, het verhaal van 'een man alleen die een verkoold plaatsje uitloopt, de taal achter zich laat en gaat kijken hoe hij het er onder de elementen van afbrengt') probeert dat echte leven te betrappen.

In Michigans Upper-Peninsula bezoekt hij de locatie van het verhaal (die bij nader inzien toch niet de ware plek blijkt te zijn - Hemingway heeft, als een echte schrijver, de naam van de rivier alleen om de mooie klank gekozen), en dan lezen we: 'Hoe je het ook noemt, het gaat over de grote kloof tussen Adam en de aarde, want de rivier aan m'n voeten is een Lascaux, een grot die teruggaat naar het enige wat je met de wereld kan doen. Vangen. Noemen. Meenemen en eten'. Al in het paradijs is de zaak verknoeid, zou je kunnen concluderen; sindsdien heeft de taal zich voorgoed tussen de mens en de werkelijkheid geplaatst.

Nauwelijks minder ironisch is het, dat deze schrijver die de literatuur liefst achter zich zou laten bijna uitsluitend in aanraking komt met Amerikanen die ervan dromen schrijver of dichter te worden. Voor een writer in residence mag dat vanzelfsprekend zijn, maar wanneer Philip vervolgens als ambteloos burger terugkeert in de USA (naar huis wil hij niet meer) komt hierin geen verandering. Wel zijn het stuk voor stuk meisjes of jonge vrouwen die hij ontmoet, en dat maakt alle verschil. Vrouwen, zo meldt Philip tussen neus en lippen, snappen toch niet dat boeken 'anders' zijn; voor hen vallen leven en letteren altijd samen. Een ramp voor de literatuur misschien, maar een zegen voor het leven, zoals Philip mag ondervinden in de gewillige armen van Jane, Susan en Liz.

Zij belichamen voor hem niet zozeer het onbereikbare pre-adamitische paradijs, als wel een particuliere variant daarvan, een herhaling van de kindertijd, toen Philip naar eigen zeggen voornamelijk tussen meisjes opgroeide. Vandaar dat Amerika voor hem het 'vrouwelijk halfrond' kan worden, naar de titel van een van de gedichten die Jane elke dag op haar lap-top produceert: 'I'am Miss America: come eat'. Als Europese lezer, bedolven onder de boeken, zou je er bijna jaloers op worden. Boeken of meisjes - de keuze lijkt niet moeilijk.

Maar de keuze heeft iets bedrieglijks, als deze zich aandient in een boek. Ook Philip Rood, en a fortiori geldt dat voor zijn geestelijke vader Herman Stevens, ontkomt uiteindelijk niet aan de literatuur, net zo min als hij erin slaagt werkelijk een Amerikaan te worden. Hij wordt slechts een andere schrijver. Tegen een van zijn geliefden zegt hij: 'Als ik weer ga schrijven, moet het anders zijn. Echter. Daarom ben ik hier'. Tijdens het werken aan zijn vorige boeken is hij 'ruim zes kilo' kwijtgeraakt; die moeten er nu weer aankomen. Amerika is voor hem een vorm van literaire diëtiek, dankzij het vrouwenvlees dat hij omarmt en dank zij de superdogs die hij in Californië met smaak verorbert.

Het is deze inzet die Het vrouwelijk halfrond tot méér maakt dan het zoveelste verslag van een writer in residence over zijn Amerikaanse ervaringen. Weliswaar ontkomt ook Stevens niet helemaal aan de neiging Amerika uit te leggen aan het thuisfront, getuige de algemeenheden (van het type: 'Amerika is een letterlijk land') die hij ten beste geeft en getuige de historische en geografische wetenswaardigheden waarmee hij de beschrijvingen van Philips zwerftochten lardeert. Maar het gaat hem in laatste instantie minder om Amerika dan om wat Amerika met zijn hoofdpersoon doet. Het maakt hem 'vrij' en 'doorzichtig', het brengt hem in 'extase', en na lezing van de roman kost het geen moeite om daarin te geloven.

De vraag blijft niettemin of ook de literatuur erbij heeft gewonnen. Het vrouwelijk halfrond is inderdaad 'anders' en misschien zelfs 'echter' dan zijn beide voorgangers; de te 'makkelijk' geworden virtuositeit en ironie ontbreken, zij het niet helemaal, want Stevens is gelukkig zo verstandig geweest om niet al zijn stilistische kwaliteiten aan het verlangen naar het echte leven op te offeren. Wie goed kijkt, zal bovendien een thematische overeenkomst met het vroegere werk opvallen. In Mindere goden was het de vraag of iemand zijn leven kon veranderen, in Een schone slaap werden de problemen beschreven van iemand die zijn leven nog moet beginnen, terwijl ook al enige scepsis ten aanzien van Europa viel te vernemen. In zijn nieuwe roman heeft Stevens de knoop doorgehakt. Zijn boek gaat niet meer over begin en verandering, hij is simpelweg opnieuw begonnen en hij heeft zich laten veranderen.

Een beetje teleurstellend is alleen dat dit in de praktijk gepaard gaat met een knieval voor de autobiografie. Ook al biedt Het vrouwelijk halfrond zich aan als een roman, erg groot lijkt het verschil tussen schrijver en hoofdpersoon niet te zijn. Ondanks het reizen en dolen wordt de werkelijkheid bij Stevens en bij zijn alterego niet veel ruimer dan de omtrek van het eigen ik, hoe leeg en oningevuld dat ik er onderweg ook komt uit te zien.

Amerika inspireert blijkbaar tot een behoefte aan echtheid in de literatuur. Jaren geleden kwam Ton Anbeek uit de Verenigde Staten terug met de roep om meer 'straatrumoer' in de Nederlandse roman. Bij Herman Stevens is van zulk 'straatrumoer' weinig te bespeuren, hij heeft daarentegen een autobiografische roman geschreven, zoals de Nederlandse literatuur er tegenwoordig zovele kent. Een intelligente en niet ongeestige autobiografische roman, maar onwillekeurig vraag je je af: moest hij hiervoor nu de Atlantische oceaan over?

Uit: Herman Stevens: Het vrouwelijk halfrond.

Ik ben vrij. Doorzichtig. Ik zwem in de verhalen van de vreemden die m'm vrienden konden zijn. Het wordt Amerikaans in m'n hoofd. Want wie in een andere taal gaat wonen moet z'n leven herschrijven, ook die levens die hij ongeleefd heeft gelaten. Nieuw leven! Het is als de liefde. Het is Amerika