IJskelderlaan

De ijskelder was de voorloper van de ijskast. Hij bevond zich niet in de keuken of elders in het huis, maar buiten de deur. Honderden ijskelders moeten er in ons land zijn geweest. Daarvan zijn er 106 bewaard gebleven. Ze staan stuk voor stuk beschreven in het boek IJskelders van A.W. Reinink en J.G. Vermeulen (1981).

Geen van de ijskelders is meer als zodanig in gebruik. En slechts op twee plaatsen in Nederland herinnert een straatnaam nog aan zo'n oude koelinrichting: Doorn heeft een IJskelderlaan, Tilburg een IJskelderstraat. Het Tilburgse bouwsel is spoorloos verdwenen, dat in Doorn staat er nog in volle glorie.

IJskelders waren er in soorten. Ze varieerden van een gebouwtje boven de grond via een bouwsel dat half boven, half onder de grond lag, tot een ondergrondse ruimte. Meestal staan of stonden er bomen omheen, terwille van de koelte. De meeste ijskelders werden gebouwd op landgoederen. Men koelde er etenswaren en dranken. Ook vishandelaren beschikten vaak over ijskelders. Andere dienden voor medische doeleinden en hoorden bij een ziekenhuis.

De ijskelders waren soms van hout gemaakt, soms van steen. De ijskelder van Doorn ligt als een bovenmaatse molshoop aan het eind van de IJskelderweg. Hij heeft een bakstenen koepelgewelf met een diameter van 3.50 meter. Aan de noordkant begint een portaal van 7 meter lengte. Na 2 meter maakt het portaal een rechthoekige bocht naar links, dus in oostelijke richting, naar de kelder.

Niet bekend

De Doornse kelder bleef tot in de Eerste Wereldoorlog in gebruik. Het ijs was afkomstig uit de gracht van het Huis Doorn, dat een eindje zuidelijker ligt. In de kelder werden de gezaagde ijsblokken afgedekt met zaagsel, om ze koel te houden. In andere ijskelders gebruikte men stro of turf als isolerend materiaal. Als dat goed gebeurde, kon het ijs het hele jaar door bewaard worden.