'Arabieren mogen EU niet een standpunt voorschrijven'

KAIRO, 3 APRIL. De Europese Unie wil haar eigen rol blijven spelen om het vredesproces in het Midden-Oosten weer op gang te helpen krijgen. Maar ze wil zich niet door Arabische landen laten voorschrijven welke standpunten ze daarbij moet innemen. Openbare verklaringen zijn op het ogenblik misschien minder verstandig.

Zo reageerde minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) gisteren in Kairo op vragen van Egyptische journalisten die op een Europese veroordeling van de Israelische nederzettingenpolitiek aandrongen. De Nederlandse EU-voorzitter, die op zijn rondreis door het Middellandse-Zeegebied gisteren Malta en Kairo bezocht, heeft in de Egyptische hoofdstad gesproken met zijn collega Amr Moussa, en de secretaris-generaal van de Arabische Liga, Abdel Meguid, die hem ook om een scherpere veroordeling van de Israelische politiek hebben gevraagd. Ook tegenover hen heeft Van Mierlo erop gewezen dat de EU de Israelische nederzettingenpolitiek en de onlangs begonnen bouw van een joodse wijk in Oost-Jeruzalem “betreurt en afkeurt”. De Unie heeft ook steeds duidelijk gemaakt dat zij wenst dat de partijen in het vredesproces in het Midden-Oosten zich houden aan wat in 1991 met de internationale vredesconferentie in Madrid is begonnen en in het Israelisch-Palestijnse akkoord van Oslo nader is afgesproken, zei de enigszins geïrriteerde minister.

Zijn kritiek op de aanbeveling van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Arabische Liga om de betrekkingen met Israel te bevriezen en de economische boycot te reactiveren verklaarde Van Mierlo met te zeggen dat hij “zich afvraagt wat het tactische nut daarvan is”. “Het is ook een kwestie van methoden.”

Op de aanstaande Conferentie van Malta (15/16 april), waar de EU en twaalf landen ten zuiden en oosten van de Middellandse Zee hun politieke en economische relaties nader willen uitwerken, moet “iedereen zijn zegje kunnen zeggen” over het stagnerende vredesproces. “Dat is ook zo afgesproken”, aldus Van Mierlo. Maar op Malta mag het niet komen tot een eenzijdige veroordeling van Israel of tot een complete vermenging van de eigenlijke agenda van de Conferentie en het vredesproces. Daarmee is ook de Egyptische regering het eens, aldus Van Mierlo.