Jong Oranje weerstaat Turks fanatisme

MUSTAFAKEMALPASA, 2 APRIL. Het openbare leven in het grauwe Turkse stadje Mustafakemalpasa ligt volkomen plat als de bus van Jong Oranje zich door een haag van nieuwsgierigen een weg baant naar het plaatselijke stadion. De straten zijn voor een dag opgesierd met honderden nationale vlaggen.

In het stadion hebben 24.000 voetbalgekken plaatsgenomen op de krakkemikkige tribunes. Niet alleen binnen de accommodatie, die in Nederland aan geen enkele veiligheidsnorm zou voldoen, ook er buiten is de belangstelling groot. De mensen staan als spreeuwen op de randen van de daken, hangen in bomen of hebben zich verschanst in open kozijnen van de vele onafgebouwde huizen. In Turkije wemelt het van deze grote stenen geraamtes.

Op de uitpuilende tribunes van het stadion is de sfeer als bij een avondje NAC. De mensen zingen elkaar toe van de ene zijde naar de andere zijde. Op de oude overdekte tribune hebben ook enkele ministers plaatsgenomen, de voorzitter van de Turkse bond Senes Irzik en hun Nederlandse gasten. Voor hen worden comfortabele stoelen de tribune opgedragen. Zetels die in de jaren vijftig ook in de Nederlandse huiskamers deel uitmaakten van het interieur. “Ik heb nog nooit zo vorstelijk een voetbalwedstrijd gevolgd”, zegt KNVB-voorzitter Sprengers achteraf.

Een peloton van de oproerpolitie houdt langs de kant een oogje in het zeil. Maar iedereen kan moeiteloos het veld betreden of de sintelbaan die de groene mat omzoomt. Het publiek blijft echter gedisciplineerd achter de hekken. “'s Lands wijs, 's lands eer”, vindt Sprengers. “Als het zo kan, waarom zou je dan allerlei regels invoeren?” De Stichting Cotass van de Club Card zou hier haar ogen uitkijken.

In de penetrante smoglucht behaalt Jong Oranje een nuttige overwinning (0-1) in de strijd voor het Europese landenkampioenschap voor jeugdteams. De zeven beste poulewinnaars plaatsen zich rechtstreeks voor dit evenement. De overige twee nummers één spelen een onderling duel voor de laatste plek bij de beste acht. Daarna volgt er een schiftingsronde als laatste kwalificatie. Vier landen strijden uiteindelijk om de titel. De weg is dus nog lang, maar misschien heeft Jong Oranje onder interim-bondscoach Hans Westerhof, de ontslagen oefenmeester van FC Groningen die de van een hartinfarct herstellende Hans Dorjee vervangt, een begin gemaakt van iets moois. De Oranje-jeugd krijgt België en Turkije immers nog thuis.

De zege komt niet zonder slag of stoot tot stand. In de twintigste minuut neemt Jong Oranje de leiding door Musampa. Na een voorzet van Ricksen en aangeven van Zenden trapt de Ajacied de bal met de punt van zijn schoen in het net.

Twee minuten later wordt laatste man Dirckx van het veld gestuurd omdat hij een doorgebroken Turk zou hebben neergelegd. De jonge prof van Fortuna Sittard vertelt naderhand de speler in het geheel niet te hebben geraakt. “Hij kruiste voor mij langs. Er was geen enkel lichamelijk contact.” Westerhof brengt slechts een kleine correctie aan in zijn aanvallende concept. Hij laat Musampa, die achter de spitsen speelt, op het middenveld iets meer teruggetrokken opereren. Het Nederlands team houdt stand.

Jong Turkije, dat de kern bezit van de Europese jeugdkampioen (1994) van onder de zestien jaar, speelt tactisch zwak en mist veel kansen. Ook Jong Oranje, met Boateng als uitblinker, krijgt zelfs in de tweede helft nog mogelijkheden. Makaay en Korsten zien hun geschoten ballen echter richting de achter het doel opgestelde brandweerwagen gaan.

Onder een klaterend applaus verlaat Jong Oranje het veld. Terwijl de Imam via een speaker vanuit de moskee achter het stadion zijn gezang ten gehore brengt, doet Westerhof zijn verhaal. “We hebben de kwalificatie nu weer in eigen hand”, stelt hij tevreden. En over zijn tijdelijke baan: “Ik heb dit niet gedaan als medicijn tegen de pijn. Ik had anders in deze periode op de fiets de Donau afgezakt richting Boedapest. Al maakt deze middag veel goed, het ontslag bij Groningen kan ik er niet door vergeten.”

Aangestaard door dikke rijen mensen met getekende gezichten verlaat Jong Oranje het stadje aan de rivier. De monden van de schamel geklede Turken vallen open als de luxe touringcar passeert. Voetbal lijkt hier bijna zo heilig als Mohammed. Het gecontroleerde fanatisme vormt een voorproefje van hetgeen het Nederlands elftal vanavond in Bursa te wachten staat.

KNVB-voorzitter Sprengers heeft de afgelopen dagen niet overwogen de Turkse voetbalbond voor te stellen voor de interland een minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis van de zes Turken, die vorige week dinsdag in Den Haag omkwamen bij een (aangestoken) brand. “De kans bestaat dat het verkeerd wordt geïnterpreteerd. Het onderwerp is al delicaat genoeg. Aan de andere kant zou ik wel een gebaar willen maken naar de nabestaanden en de Turkse gemeenschap in Nederland. Als dat tenminste kan zonder risico's voor calamiteiten tijdens de wedstrijd. Want ik wil geen agressie opwekken. Maar de Turkse bond moet het zelf aan de orde stellen. Voorlopig heeft niemand mij over dit drama aangesproken.”

Gezien de woorden van bondscoach Hiddink, die negen maanden in Istanbul onder contract stond bij Fenerbahce, lijkt de kans op problemen na een minuut stilte niet erg groot. “Je krijgt hier als speler vanaf de tribune nog weleens een munt naar je hoofd geworpen. En ik heb een keer meegemaakt dat supporters uit teleurstelling over een nederlaag mijn auto hadden beschadigd. De ambiance is in Turkije veelal warm en hectisch. Maar ik heb dat altijd als aangenaam ervaren en nooit als een verkeerde vorm van agressiviteit.”