'Goede dienstknecht' zoekt grote werken

Jaap de Hoop Scheffer beloofde de 'christen-democratische' koers van zijn voorganger te blijven voortzetten (NRC HANDELSBLAD 26 maart). Een gemakkelijke belofte, want niemand weet waar zo'n koers uit kan bestaan. Je kunt hooguit vaststellen dat De Hoop Scheffer de lege retoriek van Heerma met wat meer vaart en verve aan het volk zal verkondigen.

Op dezelfde dag probeert dr. R. Kuiper onder de kop 'Ons land moet wel Nederland blijven' een veel zwaardere koers, de Reformatorische, te propageren. Ik denk dat hij jammerlijk faalt. Het begin van het stuk is al bijzonder dubieus. Kuiper begint met te stellen dat “sommige Europese volken hun land genoemd hebben naar zichzelf” - wat hij precies bedoelt weet ik niet - terwijl iedereen kan weten dat namen van landen bijna altijd toevallig zijn ontstaan. Maar met Nederland zou iets bijzonders aan de hand zijn: het is genoemd naar een geografische karakteristiek. De vraag waarom Nederland daarom niet begint bij Duinkerken stelt hij wijselijk niet en hij gaat evenmin in op de vraag waarom de hogere stukken niet aan Germania worden toebedeeld.

Nee, stelt hij, “wellicht meer dan welk Europees land heeft de Nederlander zichzelf in zijn land geïnvesteerd.” Als een RPF-politicus dat zegt, kijk ik daar echt van op. Vooral als dezelfde politicus zijn stuk eigenlijk schrijft omdat hij een Reformatorische visie op 'economisme' en 'consumentisme' wil ontwikkelen. Is hij de gelijkenis van de talenten vergeten? Vergeten dat Jezus tegen de man die zijn talenten verdubbelt zegt: “Wel gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten”, terwijl de man die niets met zijn talent heeft gedaan het moet doen met: “Werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis”? Ik kan zo'n tekst moeilijk anders interpreteren dan als: een goede dienstknecht ontwikkelt juist Betuwelijnen en hogesnelheidstreinen, terwijl de onnutte tevreden zijn pijpje rookt in 'het Groene Hart' (eigenlijk het Central Park van de Randstad).

Het lijkt wel alsof Kuiper niet begrijpt dat de goede dienstknecht juist voorstander is van grote infrastructurele projecten, omdat die mogelijk maken dat hij de winsten maakt die hij hóórt te maken. En niet begrijpt dat met consumentisme niets mis is, omdat het winstgroei mogelijk maakt. Dat die projecten niet “verpulpend” mogen werken lijkt mij vanzelfsprekend.

Tussen de regels door blijkt dan dat Kuiper zelf eigenlijk helemaal geen tegenstander van die projecten is. Hij wil alleen dat ze elders (in Flevoland, in het noorden van het land, maar kennelijk niet in streken waar veel roomsen wonen) worden uitgevoerd. Jezus heeft hem kennelijk niet ingefluisterd dat zelfs een klein landje als Nederland gebieden mag hebben waar het wat minder hectisch toegaat. Kuiper snapt niet dat 'de markt' helemaal niet zo'n slechte planologische beslisser is.

Aan het eind van zijn betoog blijkt Kuiper ook nog nationalist (of euroscepticus wat eigenlijk een beetje hetzelfde is): Europese regio's mogen van hem geen vergaande bevoegdheden hebben. Waarom eigenlijk niet? Kuiper zou moeten weten dat bijvoorbeeld tussen Emmen en Meppen (in Duitsland) redelijk grootschalige en veelbelovende infrastructurele projecten worden ontwikkeld. Het gebeurt ook elders. Van die projecten moeten we proberen te leren, want ze lijken mensen te gaan helpen die altijd een beetje in de drup hebben gestaan. Star denken in termen van landsgrenzen is niet meer van deze tijd.