De Schilderswijk is in grote verwarring

DEN HAAG, 2 APRIL. Terneergeslagen staren bestuursleden en belangstellenden in het kantoor van de bewonersorganisatie De Hoefeiser in de Haagse Schilderswijk naar de radio op de wat krakkemikkige tafel. Ze hebben de mededeling over de daad van hun medebestuurslid Martin de G. verbijsterd aangehoord.

Er zou eigenlijk enige opluchting moeten zijn, maar de verwarring die de Schilderswijk sinds vorige dinsdag beheerst, wordt alleen maar groter. Want, zo luidt de vraag in het kantoor van de bewonersorganisatie, heeft de 56-jarige De G. dan ook zelf de racistische pamfletten opgesteld en die op tweede paasdag verspreid? Met uit kranten geknipte teksten werden daarin “vrienden van buitenlanders” bedreigd. Of is hij er volledig van in de war geraakt?

Niemand in de wijk is goed bevriend met Martin, hij woonde er nog maar anderhalf jaar. Een glaszetter op de hoek van de David Blesstraat heeft het over “die lange excentrieke man in dat kraakpand”. Volgens een overbuurman van De G., die van tijd tot tijd bij de verdachte over de vloer kwam, ging het al een tijdje niet goed met Martin. “Hij is een hartpatiënt en viel regelmatig van de trap af. Dan lag hij ziek op straat, waar de ambulance hem kwam ophalen.” Verward, noemt de overbuurman hem. “Hij voelde zich altijd bedreigd, zat hele nachten op. Vooral na die keer dat inbrekers hem in elkaar hadden geslagen.” Dat Martin achter de brandstichting zou zitten bevreemdt hem. Hij staat immers bekend als een man die opkomt voor drugsverslaafden en daklozen.

Burgemeester W. Deetman van Den Haag zei gisteren dat door de bekentenis van De G. de angst voor nieuwe aanslagen op organisatoren van de rouwmars “naar ik hoop ongegrond is”. In de Haagse Schilderswijk is men er helemaal niet gerust op. Kreeg Zeki Kösedag, vader van het getroffen gezin dat een moeder en vijf van de tien kinderen door een brand verloor, twee dagen na de aanslag bezoek van medewerkers van MED TV, de in Londen werkende zender van de Koerdische guerrillagroepering PKK? Zij zouden hem ervan hebben willen overtuigen dat de aanslag niet het werk van deze beweging is geweest.

In het Turkse koffiehuis 'Cagri' in de Kaapsestraat, belandde vorige week dinsdag, enkele uren voor de aanslag in de Frans Halsstraat, een molotovcocktail op een tafel voor de bar. De eigenaar toont zwijgend het geblakerde tafelkleed en wijst op de zwarte vlekken aan het plafond. Het was al de tweede poging tot brandstichting, vertelt hij. Enkele maanden geleden gooiden onbekenden een benzinebom bij de voordeur naar binnen; de sporen zijn nog duidelijk te zien. Wie verantwoordelijk is voor de brandstichting weet hij niet en ook de politie tast volgens hem in het duister. De Azerbajdzjaanse vlag, die naast de Turkse aan de muur van het koffiehuis hangt, heeft volgens hem niets met de aanslag te maken. Noch het feit dat hij geen Koerden in zijn zaak toelaat. “Voor Koerden is het hier absoluut verboden”, zegt de eigenaar.

In de Koerdische bibliotheek, die is ondergebracht in het uitgestrekte kraakpand 'De Blauwe Aanslag' aan de rand van de Schilderswijk, ziet de freelance journalist H. Cakan een samenhang tussen drie van de vier aanslagen. Vader Kösedag was volgens Cakan “een bewuste Koerd”, die fel protesteerde toen bleek dat vlaggen van “fascistische partijen als de MHP” in de mars van vrijdagavond zouden worden meegedragen. En in het Turks cultureel centrum aan de Koningstraat staat de vrijheidsstrijd dagelijks centraal, evenals in het koffiehuis 'Cagri'. “Onrust stoken en dreigen, typisch iets van de Turkse geheime dienst”, zegt Cakan. Hij sprak met familieleden van Kösedag. “Het was een normaal gezin, men lette op elkaar. De vader was niet politiek actief, maar wel zeer fel tegen racisme en fascisme.”

In zijn omgeving geldt Kösedag als een redelijk onopvallende, goedwillende persoonlijkheid. Volgens Nihat Yilmaz, een aangetrouwde neef van vader Kösedag, is zijn oom een “doorsnee middenstander die het niet altijd voor de wind is gegaan”. In 1992 nam Nihat de slagerij annex supermarkt aan de Hoefkade van Kösedag over omdat deze naar zijn zeggen 'er een potje van maakte'. “Mijn oom is een prima vent, maar van zaken doen heeft hij weinig verstand”, zegt de jonge ondernemer. Voor zover hem bekend is zijn oom al een paar jaar werkloos.