Biologische groente via abonnement in opmars

Wekelijks levert het bedrijf Odin een tas met biologisch geteelde groente en fruit aan 14.000 abonnees. Wat enkele jaren geleden nog het domein van de biologisch- dynamisch georiënteerde consument was vindt nu bredere ingang.

GELDERMALSEN, 2 APRIL. De schorseneer werd vroeger ook wel 'keukenmeidenverdriet' genoemd, omdat het schoonmaken ervan nogal tijdrovend is. De 'armeluisasperge', die al voorkomt in het dagboek van een Amsterdamse koopman in de zeventiende eeuw, stond als delicatesse elke winter en elk voorjaar op het menu.

Deze wetenswaardigheden komen uit 'Odinieuws', een blaadje met informatie over de inhoud van een pakket groente dat bij steeds meer Nederlandse huishoudens wekelijks in de keuken komt.

Biologisch geteelde groente per abonnement maakt een ongekende opmars door. Distributeur Odin in Geldermalsen levert wekelijks een 'groentetas' met een groot of kleiner pakket groente, afhankelijk van het aantal gezinsleden voor vier of twee eters. In vrijwel elke grote plaats in Nederland zijn afhaalpunten, veelal natuurvoedingswinkels, waar abonnees hun groentepakket kunnen afhalen.

De distributeur begon drie jaar geleden met het abonnementensysteem. In december vierde het bedrijf de inschrijving van de 10.000ste abonnee. Nu zijn het er 14.000. Odin, dat het 'Groente-Abonnement' als merk heeft gedeponeerd, mikt op termijn op een dekking van twee tot vijf procent van de Nederlandse huishoudens, wat neerkomt op 100.000 tot 250.000 abonnementen. Opmerkelijk is dat zestig procent van de abonnees zegt nooit eerder biologische groenten te hebben gekocht. Het bedrijf heeft vorige week een fruitabonnement aan het assortiment toegevoegd.

Koos Bakker, oprichter van Odin: “Ik ben jaren op zoek geweest naar een middel om biologische produkten op een behoorlijke manier aan de man te brengen. Op de 'gewone manier' gaat dat lastig. Je hebt natuurlijk natuurvoedingswinkels, maar dat blijft kleinschalig. Waar je voortdurend tegenaan loopt zijn vragen van de consument die niet begrijpt waarom het biologische produkt duurder is dan dat wat je bij de gewone groenteboer of in de supermarkt koopt.

“Je probeert dan te vertellen dat biologische produkten niet te duur zijn, maar de andere te goedkoop. Biologische boeren werken niet met allerlei gewasbestrijdingsmiddelen en kunstmest en hebben daarom een achterstand. Ze lijken daarom duurder te produceren, maar het ontgaat de consument kennelijk dat de boer die wél spuit niet opdraait voor de kosten om het grondwater weer schoon te krijgen. Maar dat betaalt de consument natuurlijk wel, alleen niet bij de supermarkt.”

Pagina 21: Klant investeert in biologische teelt

Bakker: “Zo heeft de traditionele landbouw zich een voorsprong verschaft op de biologische. Dat komt de consument goed uit, want hij wil zo min mogelijk betalen. Het redmiddel daarbij voor de boer zijn chemische middelen, waarmee hij gedwongen is de natuur te forceren en te exploiteren. Zo is het varken geen varken meer, maar producent van eiwit en de koe geen koe meer, maar leverancier van zoveel mogelijk melk. Niet dat de boer daar nou direct de hoofdschuldige van is, hij doet het waarschijnlijk allemaal nog met liefde. Het is de consument die het systeem heeft bewerkstelligd en in stand houdt. Steeds meer mensen zien echter in dat je in dat systeem niet straffeloos kan blijven investeren”, aldus Bakker.

“We moeten dus naar 'ketens', zodat een relatie ontstaat tussen producent en consument. In natuurvoedingswinkels zie je dat winkeliers een bijna amicale relatie hebben met hun klanten. Voor Odin is het de kunst in dat segment iets op een behoorlijke schaal te bereiken. Het abonneesysteem voorziet daarin. Bij je afhaalpunt betaal je elke week voor de tas van volgende week. De consument investeert zo als het ware in het produkt dat hij volgende week krijgt.”

Bakker is al sinds '83 actief in de biologisch-dynamische branche. Hij kwam tot het concept van het groente-abonnement door het koppelen van een paar ideeën. Hij las begin jaren negentig in de krant dat een boer onder de rook van Arnhem besloot niet langer zijn produkten te slijten aan de traditionele afzetkanalen, maar aan een vast aantal gezinnen. “Het leek me een hele klus voor die boer - telen, oogsten, voor distributie zorgen en de administratie doen - maar de gedachte sprak me aan. Probleem bleek alleen dat er ook mensen in Amsterdam waren die de produkten van die boer wilden. Dat geeft logistiek een onoplosbaar probleem. Maar het principe van de directe koppeling van producent aan consument leek me wel logisch. Het logistieke probleem ondervang je door te werken met afhaalpunten.

“Als iemand ons belt en vraagt waar hij eventueel zijn groententas kan halen, zoeken we hier het dichtstbij zijnde afhaalpunt op. Vaak lukt dat goed, maar gaat het om een heel klein dorpje, dan kunnen we daar - nog - niet in voorzien.”

De andere pijler onder zijn concept werd aangereikt door een avondlange televisie-uitzending voor Foster Parentsplan. “Daar leek me ook heel logisch gedachte achter te zitten. Dat plan vormt een hele mooie manier om klanten te binden. Je werft als het ware een abonnee die een vast bedrag aan geld geeft, waarmee je precies, en op langere termijn, weet wat je doen kunt, gekoppeld aan een kind dat bekend is. Het systeem ondervangt de permanente onzekerheid van de eenmalige duit in de collectebus. Je legt je min of meer vast voor een langere periode. De consument weet via Odinieuws ook welke boer wat levert.In ons geval geldt een Odin groente-abonnement dus voor onbepaalde tijd, maar als je er vanaf wilt, geldt een opzegtermijn van vier weken. Je betaalt bij het afhaalpunt steeds 17,50 gulden voor een vierpersoons- of 10 gulden voor een tweepersoonstas vooruit. De consument kan twaalf weken 'vakantie nemen'. Als hij zijn tas niet komt halen, wegens vakantie bijvoorbeeld, moet hij dat de week tevoren aangeven.”

De 14.000 gezinnen met een groente-abonnement hebben inmiddels 300 hectare landbouwareaal een biologische bestemming gegeven. “Dat vind ik al heel wat,” zegt Bakker. “In totaal telt Nederland 12.900 hectare biologisch landbouwareaal, waarvan een derde voor groenteteelt is bestemd. Daar beginnen we dus een aardig beslag op te leggen. Elke honderd abonnementen zorgen voor een hectare meer.”

Het concept van Odin - genoemd naar de Noorse mythologische god voor handel en spraak - biedt grote logistieke voordelen. Doordat sprake is van een abonnementenbestand kan met de aanleverende boeren een teeltplan worden opgesteld. Odin kijkt als het ware twee kanten op. Het hoort de wensen van de klant aan en weet anderzijds wat de boer kan leveren. De boer kan op het juiste moment de exacte hoeveelheid afleveren van wat lang tevoren bij hem is besteld. Hij ziet geen oogst verloren gaan, er wordt niets doorgedraaid en is hij is verzekerd van een inkomen dat tevoren vaststaat. “Wij kunnen de boer binnen zeven dagen na levering betalen, omdat de consument al heeft betaald. Dat vinden boeren erg prettig.” Bovendien kan door precieze aanlevering en distributie het produkt bijna niet verser zijn.

De commanditaire vennootschap Odin rekent gewoon commissie en elke werknemer, ook de directeur, heeft een gemaximeerd salaris. De winst gaat naar de stille venoot 'Sleipnir', een stichting genoemd naar Odins paard, die beurzen, open dagen en onderzoek financiert.

Bakker herinnert zich nog hoe hij in '83 begon op een markt die zich nog moest bewijzen. “Niemand geloofde dat biologische landbouw op een econmisch verantwoorde wijze kon. Tien jaar geleden kwam de omslag. De overheid begon erin te geloven en stimuleerde de sector. Er kwam gesubsidieerde voorlichting, boeren konden een omschakelingspremie krijgen en de overheid droeg mede de kosten van een behoorlijk controle-apparaat. Nu zie je dat allerlei maatschappelijke organisaties, waarvan je het eigenlijk niet verwacht, zich achter de biologische landbouw scharen. Ik hoorde op de radio dat ook Rabobank-topman Wijffels een groente-abonnement heeft. Het baarden- en geitewollensokken-imago is verdwenen.”

Dat consumenten ermee instemmen dat Odin bepaalt wat er wekelijks in de zak te vinden is heeft ook Bakker verwonderd. “We hebben in het begin twintig gezinnen gevraagd aan het experiment mee te doen. Ze kregen drie maanden wekelijks een groentetas en wij bepaalden wat erin zat. Dat bleken ze prima te vinden. In de groentenwinkel minutenlang staan te peinzen wat je nu weer zult eten blijken mensen vervelend te vinden. Odinieuws, dat we in iedere tas doen, geeft wel recepten, want niet iedereen weet wat-ie met een schorseneer aan moet. Op dat blaadje staan ook herkomst van het produkt en wat anecdoterie.”

Vraag blijft wat zo'n snel toenemend aantal abonnees drijft, gegeven het feit dat zestig procent van de abonnees voordien geen biologische groenten kocht: Is dat het gemak van de klaarstaande tas met groente en recepten, of de biologische herkomst van het produkt?

“Met enquêtes én de abonneelijn houden we bij hoe het bevalt. Afgelopen zomer bleken er bijvoorbeeld te weinig paprika's in te zitten. Nou, dat corrigeren we dan. Maar de tas reist wel met de seizoenen mee. Er zitten dus nooit produkten in waarvoor in de kas gestookt is. Paprika's en aardbeien in de winter is de laatste jaren de gewoonste zaak van de wereld. Bij ons dus niet. Zo'n onnatuurlijke teelt is buitengewoon slecht voor het milieu.”

Odin behaalde vorig jaar een omzet van 23 miljoen gulden. Daarvan werd 20 miljoen gerealiseerd door groothandel in biologische groenten en 3 miljoen door de abonnementen. “Duidelijk is dat de groente- en fruitabonnementen onze 'core bussiness' worden”, zegt Bakker.

Een snelle groei van die activiteiten zal het bedrijf wel dwingen tot decentralisatie, verschillende distributiepunten in het land. Daarmee zal ook het personeelsbestand, nu zestig medewerkers, stijgen én het aantal boeren dat voor Odin produceert. Dat zijn er nu meer dan honderd.

Bakker luistert op vrijdagochtend met plezier naar 'De groentenman' op de VPRO-radio, de Amsterdamse mevrouw die - tsja, tsja, tsja - gedurende een monoloog over strikt particuliere belevenissen een keus probeert te maken over 'wat zullen we eten'. Bakker: “Als die mevrouw een groente-abonnement neemt, hebben we echt een mijlpaal bereikt.”