Vrijblijvend vormexperiment met Lucifer

Voorstelling: Lucifer van Joost van den Vondel door Het Zuidelijk Toneel/Cie. De Koe. Regie: Peter van den Eede. Decor: Bas van Teeken. Spel:Frank Focketeyn, Steven van Watermeulen, Bart Slegers, Ramsey Nasr. Gezien: 28/3, Toneelschuur, Haarlem. Nog te zien: t/m 17/5 in België en Nederland. Inl. 040-2333633.

Het aardse paradijs dat Adam en Eva in hun beschamende naaktheid moeten verlaten, krijgen we niet zien. Zomin als hun aftocht trouwens: de zondeval, het begin van de menselijke geschiedenis voor wie erin gelooft en aanleiding voor Joost van de Vondel voor de schepping van zijn drama Lucifer, speelt zich slechts af in zijn duizelingwekkende tekst. Regisseur Peter Van den Eede heeft het stuk zichtbaar niet letterlijk willen verbeelden; hij brengt het op een hoger plan, niet zozeer in de hemel waar het zich ook in zijn enscenering afspeelt, maar als een abstractie tussen goed en kwaad.

Het decor, van Bas van Teeken, is allesbepalend. Het is een variant op het decor van Jan Versweyveld (die nu het licht ontwierp) voor Ivo van Hoves enscenering van Caligula, vorig seizoen. Mutatis mutandis is ook Van den Eedes regie een variant. Temeer daar Lucifer een (co-)produktie is van Van Hoves gezelschap Het Zuidelijk Toneel maakt dat geen sterke indruk: de eigenzinnigheid is zo groot niet als zij lijkt.

Teekens hemel is dus een high-tech ruimteschip, waar microfoons de stem der engelen versterken. De getrouwe Gabriël, die Lucifers onrust over de schepping van de mens naar Gods evenbeeld tracht te temperen, spreekt tot ons via een televisiescherm. Hij zit ergens (gespeeld door Bart Slegers) achterin de stalen constructie waarvan Versweyvelds tl-lampen steeds slechts een gedeelte zichtbaar maken. De engelen, ongeacht hun gezindheid, zijn gehuld in alledaagse kleding, waarover zij doorzichtige plastic zakken van de Vlaamse wasserij Ideal dragen. Frêle vleugeltjes van met plastic folie omwonden ijzerdraad sieren hun schouderbladen.

De synopsis waarvan Het Zuidelijk Toneel/Cie. De Koe het publiek voorzien is een noodzakelijk kwaad. Met de scène-beschrijving in de hand is het al moeilijk genoeg om uit te maken wie wie is en op welk punt de verwikkelingen zich bevinden. Vondels taal - een hondsmoeilijke maar dankbare voordrachtsproeve - is gekortwiekt en wordt nu eens terloops als een praatje tussen buren gebezigd, dan weer in weliswaar bewonderenswaardig maar nauwelijks te volgen tempo gerapt.

Deze Lucifer is vooral een vormexperiment. Inzicht in de vertwijfeling en motieven van Lucifer die zich genoodzaakt ziet op te staan tegen Gods wil, de strijd aanbindt tegen veldheer Michaël en zijn legers, het onderspit delft en ten slotte wraak neemt door de erfzonde op touw te zetten, verschaft de voorstelling niet. We kunnen individuele prestaties bewonderen, zoals die van Ramsey Nasr die als Apollion verslag uitbrengt van de strijd tussen de engelenscharen - ontstuitbaar maar tekstvast, en zoals die van de sopraan Rolande van der Paal die met schitterend vertolkte bel canto-varianten de reizangen voor haar rekening neemt. Mooi is ook het begin van de strijd als alle acteurs front-zaal haar lieflijke zang onderbreken met aanvalskreten.

Maar het drama van Lucifer en vooral van Vondel is hiermee niet gediend. De vorm is op zichzelf aardig, hoewel niet bijster origineel, maar mislukt in relatie met de inhoud. En al gebeurt dat willens en wetens, zoals hier het geval lijkt, zoiets blijft onbevredigend. Vrijblijvendheid hoort het niet van onontkoombaarheid te winnen.