Onze tuin

Het voorjaar is in het groot wat de ochtendstond in het klein is: een meevaller. We leven nog steeds. De natuur is genereus. In tijden van voorspoed laat ze je met rust, in tijden van ziekte staat ze aan je bed en draagt zij er met haar kunsten toe bij je te genezen, en word je vanzelf weer beter. De natuur is optimistisch en bijgevolg jij ook.

Elke dag is een dag dichter bij de dood, het graf gaapt, maar voorlopig spring je er nog met groot gemak overheen. Je gezondheid stelt je in staat nog allerlei risico's te nemen.

Zijn wij tevreden met ons leven? Ja, we zijn tevreden. Wat niet uitsluit dat we soms mensen ontmoeten die het beter gaat dan ons - in hun ogen. Hebben net drie weken in Nieuw Zeeland 'gelogeerd' (zijn wij toevallig ook geweest), in Amerika, met een Landrover (hebben wij ook gedaan, ooit), of in Mexico, alles van Mexico gezien, maar nooit van Cuernavaca gehoord (dát kun je ze niet kwalijk nemen, zeiden we later tegen elkaar, dat is onze eigen geborneerdheid). Maar de opschepperij is menigeen aangeboren. Laatst voerde ik een gesprek met een gewezen vriendin van ons, die misschien onder een ander gesternte ook wel mijn vrouw had kunnen zijn - over onze gezondheden. Als je de veertig bent gepasseerd en verder geen stof tot praten hebt, heb je het over je gezondheid. Ik vertel haar hoe ik er voor sta, gezien mijn leeftijd... Lang niet gek. Zij kan niet veel jonger zijn dan ik, zij moet toch ver in de vijftig zijn. Maar nee, lachend gooit ze haar armen omhoog en roept uit dat ze zich dertig voelt. Dat vind ik knap. Sommige mensen hebben alles mee, zelfs hun leeftijd.

Maar ik laat me niet onbetuigd. Ik vertel haar hoe ik de dag tevoren de hele tuin heb gesnoeid... Gunst, zegt ze, hebben jullie... De hele tuin, de rozen, de blauwe regen, de hortensia's, de fruitbomen, de asters en al dat andere droge spul van de grond gegraaid, dode witte stengels die knappen als glas, wel tien kruiwagens vol, vroeger stak je er de brand in.

Gunst, kan ze eindelijk zeggen, hebben jullie nog een tuin? Vind je dat niet wat burgerlijk? Zij had namelijk een bos. Een groot bos? Ja, wel een hectare, zei ze. Ze woonde er middenin. Ik dacht bij mezelf, weet ze eigenlijk wel wat een hectare is. Maar dat zei ik niet. Evenmin vertelde ik haar dat ik vroeger zelf ook een bos had gehad. Ik woonde ook er middenin. Toevallig ook een hectare. Ik heb het later verkocht. Misschien was het wel hetzelfde bos.

We zitten, mijn vrouw en ik, op deze voorjaarsdag in de eerste stralen van de zon, op de stoep, naast elkaar. En we zien het werk dat ons wacht. Het is een tuin van verscheidenheid en verrassingen. Het is, zegt mijn vrouw, de mooiste tuin ter wereld.

Het is alleen een heel late tuin. Bij de buren zijn de krokussen al uit, bij ons is het groen nog niet eens te zien. Sommige tuinen zijn laat, net als sommige mensen. Die bloeien in de herfst van hun leven. Van nature. Toch denk ik dat ik weet waar het aan ligt, dat het zo lang duurt. 's Winters hebben wij altijd de fazanten. Van wie die zijn weten we niet. Misschien van de jagers. Maar die komen nooit opdagen en dus hebben die beesten een heerlijk leven, voornamelijk in onze tuin. In de tuin van onze buren zie je ze niet. Want die is keurig opgeruimd en aan kant. Onze tuin is smakelijker voor ze. Als ik een jager was, of een stroper, had ik ze allang soldaat gemaakt. Maar het is niet mijn aard, noch de aard van mijn vrouw. Als we ze zien, jagen we ze weg. Soms lopen er wel tien van die grauwe bollen te pikken en te eten. Komt omdat we de grond nooit omspitten of schoffelen. Ieder plantje krijgt zijn kans - om te leven of te sterven door de snavel van een fazant. Dat zal de oorzaak zijn, opper ik, dat onze tuin elk jaar zo laat is. Dat hij eerst wordt leeggegeten. Behalve de heesters. Zo hebben wij een prachtig bloeiende Viburnum.

We zitten samen op het stoepje. Geef mij maar mijn vrouw, in plaats van dat mens dat stond op te snijden over haar hectare, en haar leeftijd. We zitten op het stoepje en zien in het licht van de opkomende zon de roze bloesem van de Viburnum zacht gloeien. De grond is droog. Droog als de Sahel - waar ik overigens net zulke heesters heb zien bloeien.

Veel mensen, zei mijn vrouw peinzend, vinden dat wij een lelijke tuin hebben.