De Dijk en De Faab hebben alleen geen seks met elkaar

WARMOND, 1 APRIL. Snooker aan de Kagerplas. Terwijl de jachthaven van Warmond wordt bevolkt door zonverbrande zeilers dient het plaatselijke industrieterrein een paar honderd meter verderop als strijdtoneel voor de beste Nederlandse biljarters op Engelse leest geschoeid.

Bijna negenhonderd deelnemers, twintig wedstrijdtafels en 24 trofeeën: geen wonder dat de finale bij de mannen pas laat in de avond wordt afgerond. De meeste toeschouwers zijn al voor de prijsuitreiking naar huis gekeerd.

De afsluitende wedstrijd in het Jumbo Snooker Centre is niet de apotheose van een toptoernooi maar een klein onderdeel van een groter geheel. “Het NK gaat niet alleen om de topspelers, het is vooral een reünie voor alle snookerfans”, vertelt initiatiefnemer Peter de Brie een paar uur voor sluitingstijd. Terwijl hij de woorden uitspreekt, kijken spelers en trainers, vrienden en familieleden, bierdrinkers en geheelonthouders ademloos naar het spel van beide finalisten. De Kagerplas is inmiddels uitgestorven.

De eindstrijd bij de mannen ging gisteravond tussen titelhouder Raymon Fabrie en zijn vriend en sparringpartner Wilfred Dijkstra. De 23-jarige Fabrie is een Rotterdamse volksjongen uit Crooswijk. Hij is professional, maar kan nauwelijks leven van zijn sport. Met zijn stotterende tongval en zijn innemende lach is hij altijd en overal de publiekslieveling. Hij oogt nonchalant en speelt al even losjes, met een sigaretje constant binnen handbereik. De Faab is een natuurtalent, zegt zijn tegenstander Dijkstra. “Als hij mijn mentaliteit had, zou hij goud geld kunnen verdienen. Hij is veel te veel een losbol.”

De 26-jarige Dijkstra is een Bredase volksjongen uit de wijk Tuinzicht. Hij heeft zijn status van beroepspeler een paar jaar geleden afgezworen. Hij was niet goed genoeg voor het grote geld. Inmiddels beheert hij een snookercentrum in Tilburg. Met zijn sportieve spel en zijn vriendelijke oogopslag behoort hij tot de populairdere spelers in het circuit. Hij heeft hard moeten knokken om zijn huidige spelniveau te bereiken. Zijn inzicht en zijn doorzettingsvermogen maken van De Dijk een niet te onderschatten tegenstander. “Een moordgozer met wie ik kan lezen en schrijven”, zegt Fabrie. “Alleen seks hebben we niet gemeen.”

Voor de finale zitten beide finalisten nog gezellig met elkaar te keuvelen. Ze maken grapjes over de vraaggesprekken die ze beiden voor de televisiecamera's moeten voeren. Ze roemen elkaars kwaliteiten, ze spreken over de voorbeeldfunctie die ze voor de jeugd vervullen. Van psychologische oorlogsvoering is in elk geval geen sprake. Snooker lijkt in zoverre op biljarten met drie ballen, dat de sfeer verbroederend is. Het publiek is iets luidruchtiger, na een mooie bal is een luid applaus gebruikelijk. De toeschouwers zijn aanmerkelijk jonger dan bij een gewoon biljarttoernooi. Kleine glazen jenever hebben plaatsgemaakt voor grote potten bier.

De Britse achtergrond van snooker wordt in Warmond niet verloochend. Aan de muur in de speelzaal hangen een landkaart van Engeland en foto's van Britse coryfeeën als de Engelsman Jimmy White en de Schot Stephen Hendry. Snooker werd in de jaren zeventig een volkssport in Engeland, nadat de BBC het testbeeld had vervangen door beelden van een groen laken en twee heren in smoking. De beste spelers ter wereld zijn allen Engelstalig, ze verdienen miljoenen ponden en vermaken miljoenen televisiekijkers met breaks en frames.

Over een maand strijden de beste spelers uit het Verenigd Koninkrijk om de officieuze wereldtitel. De Nederlandse topspelers zien de beelden vanuit Sheffield thuis op de televisie. Ze behoren tot de mondiale middelmaat en kunnen zich meten met landen als Malta en Maleisië. Het matige niveau van de Nederlanders heeft zijn weerslag op de aantrekkingskracht bij de jeugd. Zonder helden geen verering, zonder topspelers geen voorbeeldfunctie.

“Ik kom gewoon te kort tegen de grote jongens, simpel zat”, zegt Wilfred Dijkstra. “Zes uur trainen op een dag was niet genoeg voor mij. Nu kies ik voor een maatschappelijke carrière en train ik hooguit een paar uur per week. Al krijg ik er honderdduizend gulden bij, mij zie je geen prof meer worden. Ik ben in zeven jaar tijd een totaal ander mens geworden. Volwassener misschien, maar ook veel gestresster. De druk om geld te verdienen heeft mij opgebroken.”

Voor Raymon Fabrie is snooker nog steeds een dagelijkse bezigheid. Na een paar maanden van ergernis en vormverlies heeft hij zich de laatste weken hervonden. In Warmond toont hij zijn prachtige techniek in de finale tegen Dijkstra. Hij wint de partij met 5-1. Fabrie heeft de hoop nog niet helemaal opgegeven om aansluiting te krijgen met de beste spelers ter wereld. Verdedigen en concentreren, noemt hij als zijn zwakke punten. “Als ik binnen een paar jaar niet veel beter ben, ga ik lekker in de horeca werken.”