Willem-Alexander doet belijdenis

DEN HAAG, 24 MAART. Prins Willem-Alexander is gisteren lid geworden van de hervormde Kloosterkerkgemeente in Den Haag. Door deze stap is hij nu ook lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk, die in 1816 door koning Willem I werd ingesteld. De prins verkreeg het lidmaatschap door de openbare belijdenis des geloofs. Traditioneel wordt de aflegging en onderschrijving van de belijdenisgeschriften van de kerk gezien als een bevestiging van de doop als kind.

Onder de vele bezoekers van de Kloosterkerk waar gisteren negentien mensen 'belijdenis deden', waren ook de ouders, grootouders van moederszijde en broers van het nieuwe, koninklijke lidmaat. Ook het echtpaar Van Vollenhoven evenals J. Zijlstra en mevrouw R. Smith-Röell die in 1967 peetouders waren bij de doop van Willem-Alexander, waren aanwezig. Na het eerste deel van de dienst, volgde het belijdenisgedeelte. Dominee C.A. ter Linden legde ieder van de negentien catechisanten de handen op en gaf elk van hen een persoonijk bedoelde bijbeltekst mee. Voor Willem-Alexander was een tekst uit Paulus' brief aan de Filippenzen uit het Nieuwe Testament gekozen. Deze tekst (Filippenzen 1:9) luidt: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt.”

In de hervormde kerk werd vroeger meestal op ongeveer 18-jarige leeftijd belijdenis des geloofs gedaan. Tegenwoordig zijn nieuwe lidmaten veelal een stuk ouder. Dat Willem-Alexander op 29-jarige leeftijd officieel kerklid werd, wordt binnen de Nederlandse Hervormde kerk niet als uitzonderlijk gezien. “De meeste mensen die belijdenis doen, zijn zo tussen de 25 en 30 jaar”, zo verluidt het in Leidschendam, waar het landelijk secretariaat van de Hervormde Kerk is gevestigd. Hoewel er in hervormde kring op wordt gewezen dat er geen officiële band tussen het Huis van Oranje en de Hervormde Kerk bestaat, wordt de toetreding van de kroonprins wel opgevat als een “verdere stap naar het koningschap”.

In de eerste Nederlandse grondwet, de staatsregeling van 1814 stond nog opgenomen dat “de Koning de Hervormde Godsdienst belijdt”, maar bij de vereniging van Nederland en België in 1815 werd deze bepaling geschrapt aangezien de Belgen overwegend rooms-katholiek waren. Sinds het eind van de zestiende eeuw heeft er wel een feitelijke, niet-officiële band tussen de Oranjes en het gereformeerde (hervormde) protestantisme bestaan. Slechts uiterst zelden werd hier door de Oranje-vorsten en hun familieleden van afgeweken. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst volgde de kroonprins al op de middelbare school catechisatielessen. Maar het duurde nog jaren voordat hij “uit volle overtuiging deze zeer persoonlijke stap wilde zetten”, aldus de woordvoerder volgens wie de belijdenis van de prins het sluitstuk was van een langdurig “proces van leren en zoeken”.