SIGRID KOETSE OVER Maria Callas

Masterclass: 25 t/m 27/3; 10 t/m 12/4; 1 t/m 3, 30, 31/5 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee door het land t/m 29/5.

“Maria Callas heb ik altijd bewonderd, los van het feit dat ik haar nu voor de tweede keer speel - dat is toeval. Ik ontdekte haar op mijn negentiende en kocht platen en boeken, omdat ik wilde weten waarom ze zo bijzonder was en wat experts daarvan vonden. Ik weet niets van zingen, ik kan alleen maar horen dat ze in vergelijking met andere zangeressen uitzonderlijk is. Daarom ben ik dol op Callas, niet vanwege haar privéleven met Meneghini en Onassis, waarover je in Masterclass ook wat hoort, maar om Callas als kunstenares.”

Sigrid Koetse speelt de hoofdrol in het op Broadway succesvolle toneelstuk Masterclass van Terrence McNally, dat morgen in de Amsterdamse Stadsschouwburg de Nederlandse première krijgt bij Toneelgroep Amsterdam. Het stuk heeft als aanleiding de masterclass met 23 openbare lessen die de sopraan Maria Callas (1923-1977) in 1971 gaf aan de Juilliard School of Music in New York. Sigrid Koetse speelde in 1992 de solovoorstelling Callas, met uitsluitend citaten van Callas. In Masterclass geeft Maria Callas les aan drie zangers, vertolkt door drie jonge Nederlandse zangers: Esthelle Linssen en Eveline Karssen (sopraan) en Arnold Bezuijen (tenor). Zij krijgen niet echt zangles, maar worden door Callas gedwongen zich te bezinnen op de kern van hun kunstenaarschap, waaraan ze zich onvoorwaardelijk moeten overgeven: het invoelen van de rol en de overdracht daarvan op het publiek.

“De tragiek van Callas is dat ze beroemd werd in de beginjaren van de televisie. Behalve een paar recitals en een enkel stukje voorstelling is van haar optredens niets op tv of film vastgelegd, al zijn er gelukkig talloze foto's. Maar desondanks zie je haar voor je als je haar hoort zingen.

“Het is precies zoals ik het als Callas in de voorstelling zeg: ze zong niet de noten, ze acteerde niet, ze zong de betekenis van de woorden. En dat raakt het hart van iedereen, ook al weet men niets van muziek. Callas ontroert, ik heb Casta diva uit Norma nooit door een ander zo horen zingen als Callas dat deed.

“Maria Callas was naïef, afhankelijk van dirigenten, maar ze kwam ook compromisloos op voor zichzelf en dan was ze opeens heel fel. Dat is door de pers uitgemolken, zoals die 'vete' met Tebaldi, die heeft vooral bestaan tussen haar fans en in de kranten. Callas was in haar vak nooit tevreden, ze eiste het beste van iedereen en ze heeft daarmee bereikt dat de opera nu is wat die is. Grote regisseurs als Visconti en Zeffirelli waren vroeger ondenkbaar in het Italiaanse operatheater.

“Ik herken in mezelf wel het streven van Callas naar perfectie, maar niet die ontzettende opofferingen, waardoor ze geen tijd had voor een kind. Zingen is iets totaal anders dan toneelspelen. Als je een mooie stem hebt, staat de wereld voor je open. Daar ben ik jaloers op, zingen is fantastisch, maar ik kan het niet.

“In deze voorstelling geeft Callas af op Joan Sutherland, die ik hier in de Amsterdamse Stadsschouwburg heb gezien in Norma en Lucia di Lammermoor. Haar stem was uitzonderlijk en ongelooflijk, maar ze greep mij niet bij de strot. Het gaat op het podium niet om het pure zingen of acteren, het gaat, zoals Callas in Masterclass zegt, om voelen, zijn, bestaan, met je hele wezen één worden met de muziek. Dat deed Maria Callas.”