Waarom het kabinet-Den Uyl moest vallen; Bonje om de premier-bonus

Vandaag precies twintig jaar geleden, viel het kabinet Den Uyl. Chroniqueur van een van de merkwaardigste kabinetten uit de parlementaire geschiedenis was de meest onbekende minister, Boy Trip. Nauwgezet hield hij de gang van zaken bij: door de lucht zwevende kattebelletjes, drinkebroeren verderop en voetbal totdat Joop is uitgepraat. Nieuwe visies op een crisis die iedereen voorzag. 'Van Agt moest zich profileren als partijleider'

Plotseling gaat Van Agt over op voornamen: 'Maar Joop toch!' Den Uyl reageert meteen: 'Dries, ik sla je nog steeds in liefde gade.' Op 15 maart was de crisisstemming er al volop en noteerde ik van Den Uyl: 'Het zit me tot hier, dit wordt oorlog.' Na elke hoopgevende uitspraak ontstonden er in de dagen daarna steeds weer nieuwe moeilijkheden. Op 22 maart noteer ik met een ook voor mij ongebruikelijke precisie dat de ministerraad om 12.54 uur door de voorzitter wordt geopend.''

Vandaag twintig jaar geleden, op 22 maart 1977, kwam er een eind aan het kabinet-Den Uyl. Twee maanden voor de al geplande verkiezingen van 25 mei bleek een breuk tussen de tien progressieve ministers van PvdA, D'66 en PPR en de confessionele bewindslieden niet meer te overbruggen. Daarmee kwam een einde aan “één van de merkwaardigste kabinetten in de Nederlandse parlementaire geschiedenis”, zoals deze krant destijds schreef.

De val van het kabinet werd altijd toegeschreven aan de zwalkende handelwijze van de toenmalige vice-premier en minister van Justitie Dries Van Agt. Inmiddels oordelen bewindslieden van destijds dat de Onteigeningswet die de crisis veroorzaakte een uitgekiende aanleiding was voor een kabinetscrisis waarop Van Agt als leider van het zojuist opgerichte CDA doelbewust aanstuurde. “Het kabinet mocht de eindstreep niet halen”, zegt Wim Duisenberg, die destijds minister van Financiën was. “Het kabinet moest vallen.” De toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Tjerk Westerterp: “Dat spraken we al in het najaar van 1976 af.”

Broedend mezenpaar

Merkwaardig was het kabinet-Den Uyl alleen al in omvang: liefst zestien ministers hielden elke vrijdag ministerraad in de officiële ambtswoning van de minister-president, het Catshuis. Bij de formatie in 1973 was overeengekomen dat twee ministers van de Politieke Partij Radikalen (PPR) een plaats in het kabinet Den Uyl moesten krijgen. Dit van de Katholieke Volkspartij (KVP) afgescheiden gezelschap had zich loyaal aan de PvdA getoond en boekte in 1972 een aardig verkiezingsresultaat van zeven Tweede-Kamerzetels.

“Nederland zit bepaald niet te wachten op een minister voor Wetenschapsbeleid”, stelde de kersverse PPR-bewindsman F.H.P. (Boy) Trip enkele dagen na zijn benoeming vast. Zijn beperkte rol in de kabinetsvergaderingen greep hij aan om voor eigen gebruik verslag te doen van debatten die in het kabinet werden gevoerd, indrukken vast te leggen en gevatte opmerkingen van ministers te noteren. Net als in de 'petit histoire' Persoonlijke herinneringen van een minister van het kabinet Den Uyl, die hij tien jaar na zijn ministersschap voor zijn kinderen en kleinkinderen schreef, werpt Trip als verbaasde en geïmponeerde toeschouwer van binnenuit een blik in de vergaderzaal van het kabinet-Den Uyl.

Trip, die in 1990 overleed, roept in zijn notities een beeld op van een overvolle voormalige eetzaal van het Catshuis, waar de met paperclips verzwaarde kattebelletjes van minister naar minister door de ruimte zweven. De ene minister houdt zich afzijdig van de discussie en zit aldoor te lezen. De andere tracht zijn afwezigheid te verhullen door stapels papier op de vergadertafel achter te laten en zo de indruk te wekken dat hij slechts voor enkele momenten de ministerraad heeft verlaten, maar in werkelijkheid is hij al lang en breed drinkebroerend, vele tientallen kilometers verderop. Buiten bij de ingang hangt een bordje op de brievenbus: 'niet gebruiken, broedend mezenpaar'. Voor de politieke noviet Trip was het allemaal even nieuw.

Dat voormalig KVP-voorzitter Harry van Doorn de post van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk kreeg toebedeeld, daar keek niemand binnen de PPR van op. Maar van de tweede PPR-minister had bijna niemand gehoord. De 52-jarige Trip vloekte met het gangbare beeld van het PPR-lid. Hij droeg een kostuum, een stropdas en het haar niet tot op de schouders. 'Niet onbemiddeld', zo stond hij te boek. Hij had zijn sporen verdiend als directeur van de grootste smaak- en geurstoffenfabriek ter wereld. “Een man met een unieke combinatie van kwaliteiten”, zo prees de PPR-voorman De Gaay Fortman zijn ontdekking aan. “Hij heeft namelijk een radicale maatschappijvisie en uitstekende bestuurderscapaciteiten.” Trip zelf vond het allemaal prachtig, zo schrijft hij vlak voor zijn dood in 1987 in een bundel voor zijn kinderen en kleinkinderen. De mooiste werktijd van je leven, noemde Trip zijn ministerschap.

Omdat er minder ministeries bestonden dan er ministersposten waren en omdat vredesduif Trip de post Defensie aan zich voorbij liet gaan, werd voor hem de functie van minister zonder portefeuille voor Wetenschapsbeleid bedacht, een 'coördinerende ministerspost'. Trip werd gestald op het ministerie van Onderwijs en kreeg vooral te maken met alle ministeries die op de een of andere manier bij wetenschap en technologie waren betrokken, zoals Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat.

“Geen dagvullende bezigheid, dat Wetenschapsbeleid”, oordeelt Tjerk Westerterp nu. 'Geen politiek zwaargewicht, die Trip' is het algemene oordeel van oud-ministers van het kabinet-Den Uyl. Enigszins naïef noemen ze hem, want hij had geen streken. Een geweldig aardige man, kortom. Ook wanneer de sfeer in het kabinet onder invloed van de confessionele bewindslieden verhardt. “In die sfeer werd de aardigheid van Boy Trip steeds onwezenlijker, maar aardig bleef hij”, meent een van hen.

Trip leek niet te lijden onder zijn noodgedwongen bescheiden inbreng, denken zijn oud-collega's. “Volgens mij vond hij het allemaal schitterend, die ministerraad”, denkt Westerterp.

Glansrol

Na de moeizame en tot dan toe langste formatie uit de geschiedenis komt het kabinet-Den Uyl er dan toch. “Voor het eerst zie ik tranen in zijn ogen”, schrijft Trip over de nieuwe minister-president. Deze weet zich opgezadeld met een onmogelijke opdracht een kabinet te leiden waarvan iedereen verwacht dat het binnen een paar weken alweer uit elkaar zal vallen. Ook de kabinetsleden hadden er geen fiducie in, zegt Wim Duisenberg nu. “Toen ik voor het kabinet werd gevraagd, heb ik bij de universiteit nog gepolst of ik naast mijn hoogleraarschap een deeltijdfunctie mocht vervullen. 'Wat is die functie dan', wilden ze weten. 'Minister van Financiën', antwoordde ik en ze hebben me hartelijk uitgelachen. Maar ik was er echt van overtuigd dat het na een paar dagen alweer afgelopen zou zijn.”

De boel - het kabinet dat zijn naam droeg - bij mekaar houden, Den Uyl was ervan bezeten. Het zou hem bijna tot aan het eind van de reguliere periode lukken.

De ondernemer Trip schuift in zijn notities zijn bewondering voor de PvdA-leider niet onder stoelen of banken. Vooral bij wat hij noemt 'majeure kwesties' stak de minister-president in een permanente glansrol: “Joop kijkt rond alsof hij zeggen wil: 'Nu gaan we er op los!', en schorst de vergadering. De confessionele ministers verdwijnen naar de tuinkamer of naar de herenkamer. De progressieven, te groot in aantal voor een van deze kamers, vinden op de zolder van het Catshuis een ruime dakkamer en scharen zich daar om een tafel. Joop is verdwenen. Is hij bij de confessionelen? Waar blijft ie nou? Na een poosje komt Joop jachtig de zolderkamer binnen. Hij praat nu heel anders dan in de vergadering: 'Jongens, luister eens even. De zaak ligt zo...' en hij weet precies te melden hoe zwaar de confessionelen aan deze zaak tillen. Dan begint de discussie onder de ministers van PvdA, D'66 en PPR. Moeten we het dreigement van Dries serieus nemen? Is deze zaak nou eigenlijk wel een kabinetscrisis waard? Joop gaat eens polsen bij de confessionelen. Hij blijft lang weg. Als ie de zaak maar niet weggeeft, mompelt iemand somber. De vermoeidheid weegt zwaar, maar er moet een oplossing komen. Fractievoorzitters worden uit hun bed gebeld. Voor het Catshuis drommen tv en journalisten samen.” Uiteindelijk verschijnt de secretaris van de ministerraad. Trip: “'De minister-president wil de vergadering hervatten.' Iedereen veert op, Joop is er uit.”

Een vechtkabinet waarvan de leden regelmatig met hun portefeuilles zwaaiden, zo wordt het kabinet-Den Uyl meestal getypeerd. Verspreid over de honderden multomap velletjes die Trip in ruim vier jaar heeft volgeschreven, worden de ministersposten inderdaad om de haverklap ter beschikking gesteld, waarna Den Uyl het conflict weer probeert te temperen. “We gaan niet op een achternamiddag het kabinet opheffen”, waarschuwt de minister president.

Het kabinet-Den Uyl kreeg te maken met een groot aantal crises. De meeste kwamen echter 'van buiten', zoals de oliecrisis van 1973 en de vele gijzelingen, vooral in de periode na de val van het kabinet toen het inmiddels demissionair was. Op dergelijke momenten was de band tussen de leden van het kabinet tijdelijk hechter. Tot diep in de nacht hingen de bewindslieden aan de bar in het souterrain van het Scheveningse huis van Duisenberg. Terwijl zijn werkgever gedurende schorsingen twee of verscheidene ministers onderling overeenstemming wilde laten bereiken, stond de chauffeur van Den Uyl in die kelder te tafeltennissen. In de zomer werd tijdens zulke schorsingen in de tuin van het Catshuis gevoetbald. “Veel anders was er niet te doen”, herinnert Westerterp zich “die eindeloze schorsingen, die vooral in de winter zo verschrikkelijk waren”.

Koelbloedig

In de herinnering van de AR- en KVP-ministers nam de irritatie over het nadrukkelijke optreden van Den Uyl toe. De verwijdering groeit tussen Van Agt, die steeds vaker ziek of zoek is en regelmatig in mannenkloosters in Roemenië of Griekenland opduikt, en Den Uyl, vol van onbegrip over dergelijk ontvluchtingsgedrag. “Joop, jij schoffeert Dries”, probeerde Westerterp de PvdA-leider aan het verstand te peuteren. “Hij is vice-premier maar je overlegt nog niet eens met hem over de inhoud van de agenda van de ministerraad.” Volgens Westerterp had Den Uyl een nauwelijks te onderdrukken minachting voor Van Agt. Absoluut onwaar, menen Duisenberg en zijn oud-collega op Onderwijs Van Kemenade. Den Uyl vertrouwde hun later toe dat bij apolitieke crises, zoals de treinkaping in mei en juni 1977, de man waar hij het meest op leunde en voor wiens koelbloedigheid hij diepe bewondering koesterde, juist Van Agt was.

De kloof die tussen beide partijleiders ontstaat is een politieke. Vooral als Van Agt in oktober 1976 het partijleiderschap accepteert van de nieuw gevormde alliantie tussen AR, KVP en CHU: het Christen Democratisch Appel (CDA). “Dat heeft diepere sporen getrokken dan ik voorzag”, schreef Den Uyl drie jaar later aan de journalisten Tromp en Witteman. Hij doelt op het begin van het einde van zijn kabinet.

“Dit kabinet kan niet meer vallen, want het zit al aan de grond”, noteert Trip uit de mond van minister van Volkshuisvesting en Ruimelijke Ordening Gruijters als het kabinet Den Uyl in maart 1977 dag en nacht over grondpolitiek debatteert. Maar het kabinet viel wel degelijk over dit uiterst technische onderwerp. Het conflict spitste zich toe op de vraag of grondbezit dat de staat voor algemeen belang opeist, tegen de marktwaarde of tegen de gebruikswaarde kan worden verkocht. De confessionelen kozen voor marktwaarde, de progressieven voor de - lagere - gebruikswaarde.

“Deze keer is het menens”, schrijft Trip over de kabinetscrisis rond de grondpolitiek. Elke ministersploeg ervaart momenten van 'grote spanning' of 'sfeer van crisis', heeft Trip inmiddels gemerkt, maar aan kleine dingen merkt de politieke nieuwkomer dat het er in maart 1977 echt om gaat spannen. “Zo begon Den Uyl de vergadering van 9 maart om half tien met de mededeling: 'Dit is een bijzondere vergadering, er mag gerookt worden.' Terwijl de vaste afspraak was dat we tot 12 uur 's morgens helemaal niet zouden roken en daarna met mate.”

Een dag voor de definitieve val van het kabinet Den Uyl wijdt Trip vele pagina's aan sfeertekeningen van de kabinetscrisis en noteert uit de mond van de minister-president: “Ik ben aan het eind van mijn leef-Latijn. Een van de leden van de ministerraad?” Trip staat perplex, want hij kende de man die in zijn aantekeningen aanvankelijk met 'Den Uyl', maar later met 'Joop' wordt aangeduid, als een man die de problemen eigenmachtig oplost.

Een dag later maakt Van Agt duidelijk dat hij een voorstel van het progressieve deel van het kabinet om uit de crisis te komen niet wil verdedigen. In de nacht van 21 op 22 maart bleek hij verzet tegen de val van het kabinet van de AR-ministers Boersma en De Gaay Fortman gebroken te hebben, want alle zes confessionele ministers besloten hun ontslag aan te bieden. De overige tien progressieve bewindslieden stelden hun portefeuilles ter beschikking. “Er wordt een helicopter besteld om Joop naar Soestdijk te brengen”, schrijft Trip droog. “Even later kan die weer worden afbesteld; de koningin komt naar Den Haag, per auto...”

Blijde boodschap

Duisenberg en Westerterp zijn ervan overtuigd geraakt dat de ministers van de Anti-Revolutionaire Partij en de KVP, die vier jaar lang niet door hun geestverwanten in de Tweede Kamer werden gesteund, maar gedoogd, met de val van het kabinet een signaal af wilden geven aan de drie partijen die vanaf oktober 1976 het CDA vormden. Ook voor de Christelijke Historische Unie (CHU), die buiten het kabinet Den Uyl was gevallen, diende de blijde boodschap duidelijk over te komen. Dat de geestelijk vader van het CDA, Piet Steenkamp, rond die tijd uitdrukkelijk verklaarde dat het beleid van het kabinet voor het CDA níet tot inzet van de verkiezingen zou worden gemaakt, vormt voor Duisenberg een bevestiging van Van Agts tactiek. Van Agt zelf is wegens verblijf in het buitenland niet bereikbaar voor commentaar.

“Van Agt moest zich profileren als partijleider”, is nu de analyse van de minister van Onderwijs van destijds, Jos van Kemenade. De CDA-aanpak was er volgens hem op gericht Den Uyl met de geplande verkiezingen van 25 mei de 'premier-bonus' af te pakken. Een dergelijke bonus zou de PvdA-leider in de beleving van de CDA-strategen automatisch toevallen wanneer hij zijn moeizaam tot stand gekomen kabinet over de eindstreep zou trekken. Iets dat als een bovennatuurlijke prestatie werd beschouwd. “Het kabinet moest wel over een onderwerp struikelen waarbij we zonder problemen aan onze achterban uit konden leggen dat de val van het kabinet onvermijdelijk was”, herinnert Tjerk Westerterp zich. “Want wij kenden het credo natuurlijk ook, dat wie breekt, betaalt.”

Het voorstel voor de Onteigeningswet bleek vooral voor de boeren onverteerbaar. Omdat de agrarische sector bij uitstek een van de pijlers van met name de KVP vormde, was de keuze binnen het nieuwe CDA snel gemaakt. Als een van de drie ondertekenaars van het wetsvoorstel voor de grondpolitiek voltrok Van Agt het vonnis over het kabinet-Den Uyl.

Pal na afloop gunt Boy Trip zich een moment van reflectie: “De waarheid is dat het de KVP is geweest die in het kabinet en in het parlement door steeds hogere eisen te stellen de samenwerking tussen progressieven en CDA op de tocht zette en dat tot de uiterste consequentie heeft gedaan.”

    • Robert Giebels