De Republikeinse Vereniging

Een volk van dichters en denkers zijn we nooit geweest. Het euvel van de Nederlandse oppervlakkigheid kwam weer heel pijnlijk aan het licht bij het opduiken van het Republikeins Genootschap. Gerard Joling sprak van 'landverraders' en De Telegraaf roerde prompt de Oranjetrom. Kwalijker is de reactie van 'in de prullenmand gooien' door onze minister-president.

Hij moet zich in het Catshuis toch bij tijd en wijle de moderne raadpensionaris voelen? Of kent hij de geschiedenis van zijn eigen staat slecht en wreekt zich hier een gebrek aan intellectuele diepgang?

Waarom is er geen serieus debat mogelijk over de statuten van de VBN, de Vereniging van Bewoners van Nederland? Want meer stelt onze staat niet voor. Alleen de paar landgenoten die zich ledematen van het mystiek lichaam van Oranje voelen zullen er anders over denken. Met een wegwerpgebaar gaan politici iedere principiële gedachtewisseling uit de weg. Dagelijks spelen zij het democratische spel van de macht, maar nadenken over de houdbaarheid van de spelregels wordt als riskant beschouwd. 'Er zijn belangrijker problemen', 'Beatrix doet het toch goed', 'Het volk wil toch het sprookje van de monarchie?'

Dit bagatelliseren is het gevolg van de kruideniersmentaliteit van de moderne staatslieden: je zegt alleen wat het volk wil horen. Liefst - zie Clintons verkiezingstactiek - peil je eerst wat onder de massa leeft en na dit marktonderzoek deel je de snoepjes van de juiste zoetheidsgraad uit: Albert Heijn opereert niet anders. Democratie wordt meer en meer gereduceerd tot het manipuleren van de kiezersmarkt. Is het een wonder dat de klanten meer en meer wegblijven?

De behandeling van kiezers als consumenten toont een diepe minachting voor de burger. Deze wordt niet in staat geacht een afgevaardigde als persoon op waarde te schatten. Komt dat door ons lijstensysteem? In het Britse Lagerhuis zitten verscheidene Labourleden, die bij gelegenheid niet onder stoelen of banken steken dat zij van de monarchie niets moeten hebben. Anders dan de Nederlandse parlementariërs die op de schoenlepel van de kandidatenlijst in de kobaltblauwe Kamerzetels glijden, moeten de Britse republikeinen telkens weer een mandaat zien te winnen in een persoonlijke confrontatie. De kiezers van het eigen district weten drommels goed wat voor vlees zij in de kuip hebben. Waarschijnlijk is republicanisme ook in het Verenigd Koninkrijk geen stemmentrekker. Maar de kiezers nemen heel volwassen dat persoonlijke standpunt voor lief in het licht van de andere kwaliteiten. Als Britse Commons het lef hebben om voor beginselen uit te komen, waar zijn Nederlandse kamerleden dan bang voor?

Ook onze weinige republikeinen, allen heren buiten de praktische politiek, valt gebrek aan durf te verwijten. Zowel in naam als vorm heeft het Republikeins Genootschap een hoog 'Ollie-B. Bommel-gehalte'. En nu ze ontmaskerd zijn, kruipen de sigaren rokende notabelen in hun schulp: het was maar een jongensclub.

Het rumoer dat door deze oprisping in het Nederlandse huis is ontstaan, toont overigens wel aan dat de sluimerende republikeinse sentimenten sterker zijn dan wel wordt aangenomen. Het is alleen niet chique ervoor uit te komen. Op opiniestukken die het onhistorische en onmenselijke van de Oranjemonarchie aan de kaak stellen, komen steeds opvallend veel persoonlijke reacties met de teneur: 'Goed dat eens gezegd wordt dat het koningschap niets om het lijf heeft'.

Het is tijd dat de angsthazen uit hun holen komen. Er hoort een serieuze republikeinse organisatie komen. Politici van allerlei pluimage, vooral uit de grote partijen, die nu uit verkeerd begrepen partijbelang hun overtuiging verzwijgen, kunnen hier een thuisbasis vinden. De vereniging kan een proeve van grondwet voor de - herstelde - Nederlandse republiek vervaardigen. Is het Duitse model voor ons het meest aangewezen? Het Amerikaanse of Franse lijkt in elk geval niet aan de orde. Misschien hebben we wel helemaal geen staatshoofd nodig. In Zwitserland wordt die functie voor een jaartje er door een van de ministers erbij gedaan. In het oude Athene werd de jaararchont door loting aangewezen.

Er is dus rijke stof voor ernstige historisch-staatkundige en overpeinzingen. De oplossingen die zo'n republikeinse organisatie ontwikkelt, liggen dan klaar als de crisis komt. Want die is onvermijdelijk. De moderne monarchie is allesbehalve een stabiliserend element.

De 'Victoriaanse' vorstinnen van Nederland, het Verenigde Koninkrijk en Denemarken, die zo heerlijk 'gewoon doen' en hun rol bijkans volmaakt vervullen, hebben de monarchie als instituut uitermate kwetsbaar gemaakt. Het is voor een opvolger praktisch onmogelijk dezelfde hoogte als koninklijk acteur te bereiken. De teleurstelling kan dan snel omslaan in een algehele weerzin tegen de monarchie.

Enige liederlijkheid, die bij koningen in het verleden zo normaal was, is al voldoende om de hele staatsvorm op losse schroeven te zetten. De snelle aftakeling van de Britse monarchie door de escapades van prins Charles is een teken aan de wand. De aanwijzingen die de Nederlandse troonopvolger geeft voor zijn eigenaardigheden - bijvoorbeeld zijn voorliefde voor uniformen - verwekken weifelingen bij de monarchisten. Anderzijds geeft een kroonprins die bij Sail Amsterdam als Nederlands admiraal verschijnt, de republikeinen hoop op een spoedig demasqué van het koningschap.

Door zijn potsierlijk karakter heeft het Republikeins Genootschap de zaak een slechte dienst bewezen. Wat we nodig hebben is een volwassen Republikeinse Vereniging.