Emotionaliteit overbrugt cultuurverschil

Voorstelling: Shaanxi Qin Opera met A West Lake Tragedy. Met o.a. Li Mei als Li Huiniang (13/3: Ren Xiaolei) en Li Xiaofeng. Gezien: 11/3 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 13, 14/3.

De Shaanxi Qin Opera Troupe uit China geeft in het Amsterdamse Muziektheater drie uitvoeringen van A West Lake Tragedy, een voor ons land unieke en spectaculaire voorstelling die gisteren een groot publiek succes bleek. In de foyers van het Muziektheater staat ook een tentoonstelling van Chinese operakostuums en voorbeeldboeken voor gezichtsbeschilderingen.

Het verschijnsel 'Chinese Opera' kennen we in het westen vooral als de 'Peking Opera', met zijn verbluffende acrobatiek, die veel jonger is dan wat Shaanxi Qin nu toont. Een andere vorm van Chinese Opera zagen we in de opera Nixon in China van de Amerikaan John Adams. In die opera zag men de Amerikaanse president Richard Nixon bij zijn bezoek in 1972 aan Mao Zedong een operavoorstelling bijwonen. Dat stukje opera in socialistisch-realistische Culturele-Revolutie-stijl, kwam zó levensecht bij Nixon over, dat hij het podium opstapte om een eind te maken aan het getoonde onrecht.

Shaanxi Qin uit het Noord-westen van China dateert uit de Mingdynastie (1368-1644), maar de traditie met zijn strenge vormen en rolverdelingen heeft zich niet volledig weten te handhaven. Lengte en vaart van de voorstelling zijn inmiddels aan westerse normen aangepast, om ook in China tegemoet te komen aan de alsmaar jachtiger levensstijl. Ook de moderne techniek heeft de Chinese opera bereikt: één scène wordt beheerst door laserlicht.

Shaanxi Qin, waarin ook enkele balletscènes voorkomen, lijkt met de grotere nadruk op zang en muziek meer op de westerse opera dan de Peking opera. Het verhaal van de tragedie van het Westmeer - dankzij de boventitels uitstekend te volgen - lijkt sterk op het Italiaanse verismo, de fel-realistische opera van rond 1900. Een liefdespaar Pei Ruiqing en Li Hiuniang wordt door een despotische kanselier vervolgd omdat hij van het meisje Li Hiuniang een concubine wil maken. Zij verzet zich en wordt onthoofd, waarna ze ten hemel vaart en terecht komt in een geestenwereld die ook in de westerse kunst voorkomt in een opera als Orfeo ed Euridice.

Verregaander dan de westerse opera - en zeer surrealistisch - is de nasleep van de sterfscène. De geest van Li Hiuniang wordt in de hemel uitgerust met een toverwaaaier. Daarmee treedt ze, terug op aarde, in het strijdperk tegen 'de oude schoft', die nu haar geliefde Pei bedreigt. Dit langdurige gevecht wordt beheerst door acrobatiek en een typisch Chinees spektakel met vele vuurspuwsters, die de kanselier en zijn trawanten verslaan. Daarna moet Pei alleen verder door het leven.

De opera wordt begeleid door een orkest van zestien musici: strijkers, blazers en opvallend slagwerk, want het genre Shaanxi Qin heet ook wel 'klepper-opera'. Toch is de muzikale expressie van de Chinese vijftonige muziek met de vele glissandi zeer gevarieerd en goed navoelbaar: van het harde slagwerk tot zachte lyriek in zingende zaag-sfeer. Dat geldt ook voor het effectvolle zingen, als men al na korte tijd gewend is geraakt aan de vaak schrille, krekelachtig penetrante stemmen.

De rollen van Pei en de kanselier worden zeer suggestief vertolkt. Maar vooral Li Mei bewees zich in de rol van Li Hiuniang als een echte prima donna, die aan het slot van de eerste acte veel indruk maakte in haar sterfscène en de transformatie als geest. Deze direct aansprekende emotionaliteit overstijgt op roerende wijze de fascinatie van de exotiek en overbrugt elk cultuurverschil.