Waardenberg en De Jong vertederend

Voorstelling: Bandkaai, door Waardenberg & De Jong. Gezien: 27/2 in De Flint, Amersfoort. Tournee t/m 6/6. Inl. 071-5133985.

Handenwrijvend verschijnen Martin van Waardenberg en Wilfried de Jong ten tonele, maar het handenwrijven duurt pesterig lang en het gaat zelfs nog even door nadat de dreunende openingsmuziek (van Paleis van Boem) is verstomd. Dan loopt De Jong naar zijn kompaan toe en wrijft over diens handen. Van Waardenberg steekt buik en borst vooruit, en ook daar wrijft De Jong hem. Dan de rug. Opnieuw gehoorzaamt De Jong. Maar nu zou hij zelf wel eens gewreven willen worden. Verwachtingsvol staat hij ervoor klaar. Achteloos duwt Van Waardenberg hem echter opzij en stelt zich zodanig op dat zijn zitvlak vooruit steekt. De Jong wrijft.

Woordenloos gaat de scène nog een tijdje door. Telkens doet De Jong slaafs wat Van Waardenberg van hem verwacht, want dat was tot dusver in de meeste van hun voorstellingen de rolverdeling. Tot het nummer opeens overgaat in een luidkeelse woordenwisseling, die doet denken aan automobilisten die elkaar een parkeerplaats misgunnen. Het is één korte dialoog die steeds wordt herhaald, en in steeds hoger tempo. Om en om verwisselen ze van rol. De Jong is nu even vaak de aanvaller als Van Waardenberg. En zo zal het verder blijven.

Waardenberg & De Jong, zoals ze zich noemen, blinken uit in een hardhandig soort variété in woorden en/of daden dat vaak hilarisch en dreigend tegelijk is, omdat wij in de zaal nooit kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren en uit ervaring weten dat ze de grenzen van het betamelijke - en het fysiek mogelijke - soms gevaarlijk dicht naderen. Meestal zijn hun acts, die altijd gaaf in elkaar overlopen, gebaseerd op een vilein spel met de machtsverhoudingen. Van Waardenberg is de uitdager met de grote bek, De Jong de sukkelaar.

Maar in Bandkaai gaan ze aanzienlijk vreedzamer met elkaar om. Ze lijken wel vriendjes, zoals ze met elkaar bekvechten en ravotten, maar steeds ook vrede sluiten - een beetje onhandig, zoals mannen nu eenmaal zijn. Op een toneel vol spannend belichte zeildoeken, waarmee in de slotscène een onstuimig mooie man-over-boord-scène wordt gespeeld, geven ze hun robuuste slapstick af en toe een onverwacht gevoelige draai.

Een balk aan een hijskraan wordt een evenwichtsbalk die door het balanceren van twee bouwvakkers bijna verticaal komt te hangen. Een woordloze versierpoging in een disco eindigt in een vertederend puberale toenadering in de chill-out. De krachtpatser in de snackbar blijkt eigenlijk iets heel liefs te willen. En na een spectaculaire scène op een hangbrug in het oerwoud (het lijkt Indiana Jones wel) volgt een zot en hoogst scabreus gesprek tussen twee literaire broers die Gerard en Karel heten. Minder dan in vorige programma's hangt voortdurend de dreiging in de lucht, maar de opwinding om zoveel gekkigheid is bij mij zo goed als onverminderd gebleven.