Zegt de vlieg tegen de mestkever; De insectenpraat van Ilja Kabakov en Jan Fabre

De Belgische kunstenaar Jan Fabre maakt sculpturen van kevers. De Rus Ilja Kabakov maakt installaties over vliegen. Gehuld in een vliegenpak en een keverkostuum spreken ze elkaar, in Russische volzinnen en snelvuur Vlaams, op een New-Yorks dak. “De vlieg is een symbool van de vrijheid. De vogel, die vliegt gewoon, maar de vlieg verdwijnt”, zegt Kabakov. “Wat kevers zo interessant maakt is hun doodsdrift”, zegt Fabre.

De film 'Een ontmoeting (tussen de vlieg en de scarabee)' gaat op 28 maart in première in Opera City in Tokio, waarna een openbaar gesprek tussen de kunstenaar volgt. De film en de kostuums zullen begin volgend jaar te zien zijn op de tentoonstelling van Kabakov en Fabre bij Deweer Art Gallery in Otegem, België. Insectensculpturen van Jan Fabre zijn vanaf 10 maart te zien op een expositie over de tweede huid in het Soho Guggenheim Museum in New York. In september volgt een expositie in het MUHKA in Antwerpen. Kabakov exposeert daar in april volgend jaar.

“Up or down?” De conciërge stapt glimlachend zijn New-Yorkse lift in. Onder geknars en gerammel schuiven twee merkwaardig uitgedoste heren wat dichter op elkaar. De ene moet hij vaker gezien hebben; het is de huurder van het atelier op de zevende etage, Ilja Kabakov, die gehuld is in een vliegenpak. De ander is diens gast Jan Fabre uit Antwerpen. Hij is gestoken in een mestkeverkostuum.

De ontmoeting tussen de twee insecten zal resulteren in een film, een boek en een reeks tentoonstellingen, onder meer in België, Japan en Amerika. Vandaag treffen ze elkaar in de stookkelder van het zestien verdiepingen tellende gebouw in Tribeca; morgen zal het dakterras met uitzicht op de wolkenkrabbers van downtown Manhattan het decor vormen. We gaan dus down. De conciërge, die weliswaar van de plannen op de hoogte is, haalt verbaasd zijn schouders op. “Het is mooi weer om te vliegen. De lucht is blauw. Morgen wordt er sneeuw verwacht.” Maar de insecten houden zich strikt aan het afgesproken schema.

Zowel Fabre als Kabakov bestoken de internationale kunstwereld al jaren met insecten. Ilja Kabakov (Dnjepropetrovsk, 1933) werkt uitsluitend met vliegen. Al in het begin van de jaren zeventig, toen hij in Moskou de kost verdiende als illustrator van kinderboeken, maakte hij tekeningen waarin de vlieg optrad als homo sovieticus. In 1992 maakte hij in Keulen een grote installatie waarin hij op een absurde manier orde trachtte te scheppen in het chaotische leven van deze vlieg. Hij deed dat in een stijl die paste bij de ambtelijke desinteresse waarmee Russische provinciale musea werden ingericht: de ruimte was slecht verlicht, voorzien van bruine muren met een blauw biesje erlangs en behangen met quasi-wetenschappelijke statistieken. Dezelfde stijl, maar zonder vliegen, gebruikte hij in 1993 in het Stedelijk Museum in Amsterdam voor zijn tentoonstelling Het grote archief.

Jan Fabre (Antwerpen, 1958), achterkleinzoon van de fameuze Franse entomoloog Jean Henri Fabre (1823-1915), maakt zowel theater als beeldende kunst. Vaak is die kunst blauw: met een Bic-balpen bekrast hij grote oppervlakken, die onder meer tentoongesteld zijn op de Biennale van Venetië. Daarnaast maakt Fabre onder andere van dode insecten objecten. Zo modelleert hij bijvoorbeeld van ijzerdraad elegante figuren die hij bedekt met een laag fluorescerende juwelenkevers.

Zou je Kabakovs werk melancholisch kunnen noemen, dat van Fabre is vooral confronterend; esthetisch behaaglijk maar ook afstotend. Iets van dat verschil komt terug in hun insectenpakken, die overigens allebei door Fabre zijn ontworpen. Bij de vlieg zijn de van menselijke botten gemaakte insectenpootjes simpel omwikkeld met zwart tape. De poten van de scarabee zijn gestoken in een metalen harnas.

Theezeefjes

Daar staan ze dan in een opgeruimde stookkelder, wachtend tot de bulderende oliebrander afslaat. De vlieg is uitgerust met een blanco boek en viltstift; de scarabee heeft een pakje blauwe Belga en een aansteker bij de hand. De videocamera is in gereedheid gebracht en een zoeklicht gaat aan. In plaats van op de lamp af te vliegen, zoals insecten doorgaans doen, blijven beiden stokstijf staan en zetten hun insectenogen - een soort theezeefjes - op. Fabre steekt een sigaret op - hij heeft zich van Kabakov minstens een uur moeten inhouden - en de vlieg opent in Russische volzinnen het gesprek: “Gaat u gerust roken, lieve vriend. Velen vragen zich af waarom wij toch met insecten werken. Jij werkt met een scarabee, ik werk met een vlieg. Wat is de reden daarvan? Voor mij bestaat er een duidelijk verband tussen een vlieg en de kunst, maar de mensen zijn daar nog niet achter. Zij vinden het maar niets.”

Uit Kabakovs monoloog blijkt dat het merendeel van de mensheid niet het minste idee heeft hoe een samenleving van vliegen eruitziet. Mensen zien vliegen alleen vliegen. Maar dankzij Duits en Amerikaans onderzoek is nu bekend dat vliegen met elkaar communiceren door dansjes uit te voeren en dat er een groot centrum is waar alle vliegen naar toe gaan.

Kabakov: “Het hoofdcentrum van de vliegen bevindt zich in de kosmos. Aan de top staan vijf vliegen, die via een ruimteschip signalen doorseinen naar de andere vliegen, die telkens ook in groepjes van vijf met elkaar in verbinding staan.” Kabakov maakt onduidelijke krabbels in zijn aantekeningenboek. “Dit is de aardbol en dit staat voor een soort samenleving. Die samenleving begint bij Rusland.”

De scarabee kijkt mee terwijl de vlieg verder tekent: “Dit is Rusland en dat verklaart waarom er nu zoveel problemen in Rusland zijn. Waarom er geen energie is in Rusland. De vliegen ontnemen energie aan Rusland omdat hun vleugels heel zwak zijn. Ze hebben veel energie nodig om in leven te blijven. Dat is de reden waarom het in Rusland zo slecht gesteld is met de economie.”

Fabre, die beleefd het Russisch van Kabakov aanhoorde, neemt het gesprek over in snelvuur Vlaams. De toon en enkele steekwoorden schijnen aanvankelijk belangrijker dan een verhaallijn. “Het systeem van de scarabee is feitelijk.... Het is andersom. Uh... In principe wat de scarabee doet is feitelijk altijd een vorm aannemen, de vorm aannemen die daar is en op een gegeven moment door het wegeten blijft er een soort afwezigheid over van het bewustzijn en de afwezigheid van het bewustzijn geeft een soort communicatie tot andere families dus eigenlijk. En die afwezigheid is ook van belang voor ons mensen.”

Fabre weet zijn toehoorder aan zijn lippen te binden en biedt zijn gesprekspartner af en toe de ruimte voor een begripvol 'aha!'. Wij moeten kevers zien als robottekes, die zo perfect in elkaar steken dat ze computergeleerden jaloers maken. Ze zijn eenvoudig niet na te bootsen. Kevers kunnen weliswaar veel minder informatie opslaan in hun brein dan mensen, maar dat is eerder een voordeel dan een nadeel. Juist daardoor weten ze perfect wat ze moeten doen om te overleven, om te muteren en te transformeren.

Kabakov knikt begrijpend en neemt zodra Fabre hem in het Vlaams vraagt hoe het zit met de relatie tussen mens en vlieg zonder aarzeling het gesprek weer over. Zo spreken de insecten zonder elkaar in de rede te vallen een uur lang met elkaar.

We komen erachter dat mestkevers de succesvolste dieren op aarde zijn, veel succesvoller dan mensen, en dat wat hen zo interessant maakt hun doodsdrift is. Dat geeft ze een 'soort vitale energie'. Kabakovs vliegen vliegen letterlijk alle kanten op. Zo heeft men aan de universiteit van Massachusetts ontdekt dat zich voor de kust van Californië een hele kolonie vliegen ophoudt en dat er een duidelijk verband bestaat tussen hun verblijf daar en fluctuaties in de economie. Zodra een zwerm bij elkaar is schieten de beurskoersen omhoog; vliegen ze weg dan zie je dat onmiddellijk weerspiegeld in een koersdaling.

Balanchine

Ook op de politiek en de kunst oefent de vlieg veel invloed uit. Als je het lichaam van een vlieg goed bestudeert, dan zie je daarin de politieke kaart van de wereld. Kabakov maakt Fabre erop attent dat hij niet de enige kunstenaar is die zich door de vlieg heeft laten inspireren. Toen Balanchine choreografieën ging maken, bestudeerde hij de bewegingen van vliegen en moesten ballerina's die bewegingen nadoen. Ook bestaan er gedichten die zijn geïnspireerd op vliegen. Het is dus duidelijk dat de vliegenmaatschappij een grote, zij het nog goeddeels onbegrepen invloed op mensen uitoefent.

Tussen de bedrijven door verkennen vlieg en scarabee de kelder. Ze rennen achter elkaar aan, knagen aan restanten gipsplaat, zwaaien met hun pootjes en klapperen met hun vleugels. De botten kraken.

“Mensen vragen mij vaak waarom vliegen zo belangrijk voor me zijn”, vervolgt Kabakov, “ik weet eigenlijk zelf niet waarom ik me zo voor ze interesseer. Het is iets gevoelsmatigs. Ik lijk op de vlieg. Een vlieg heeft geen identiteit en ik heb die ook niet. Als een vlieg op een boek gaat zitten, weet je niet welke vlieg dat is. Gaat er even later weer een vlieg zitten, dan weet je niet of dat dezelfde is als daarnet of een ander. Een vlieg gaat een minuut ergens zitten en vliegt dan weer weg. Zo ben ik ook. Ik heb ook niet echt een plek waar ik me thuis voel en als ik ergens te lang ben moet ik weer weg. Als een vlieg op een boek zit, zit ie 't volgende moment op het plafond of op de koelkast. Zo wil ik ook zijn.”

In Kabakov's ogen heeft vlieg zijn eindeloos veel voordelen. Vooral dat vliegen op eigen vleugels in staat zijn overal heen te gaan, vindt hij aantrekkelijk. “De vlieg is symbool van de vrijheid. De vogel, die vliegt gewoon, maar de vlieg verdwijnt. Die drang om weg te willen, om te verdwijnen. Ik denk dat jij die ook diep van binnen voelt”, zegt hij tegen Fabre.

De mestkever antwoordt: “Bij mij is de insectenwereld, in ieder geval de wereld van de scarabeeën, een droomwereld, een sprookje. En de scarabee is een symbool van de hoop, een passage naar iets beters, naar een nieuw leven. Wat aan de ene kant heel komisch is, aan de andere kant heel serieus en wat ik in mezelf herken, is het werken dat ze constant doen. Scarabeeën zijn voortdurend bezig.”

Kabakovs vliegen blijken te beschikken over een alziend oog. Op de vraag hoe zij de ruimte ervaren, antwoordt hij: “De vlieg is een wezen dat alles in de gaten houdt. De vlieg kun je vergelijken met een oog, maar ook met een ruimteschip. Een vlieg verandert van plaats omdat hij alles wil zien. Hij wil overal tegelijk zijn. Een andere interessante eigenschap, die nu ook bewezen is, is dat een vlieg niet alleen de dag van vandaag, maar ook die van gisteren kan zien. En misschien, misschien kan de vlieg ook naar de toekomst vliegen.”

Fabres scarabee beschikt over andere onvermoede eigenschappen. “Deze dieren hebben geen gevoel voor hoogte en diepte. Ze hebben dus een heel ander gevoel voor ruimte. Wat ik interessant vind, is het spoor te volgen van een scarabee. Ze maken constant onzichtbare tekeningen en laten op die manier een vorm van communicatie achter. Het zijn gebieden met lijnen die voor ons onleesbaar zijn, maar die zijzelf wel kunnen lezen door trillingen en geuren. Er zit een geheimtaal in, die je ook terugvindt op hun harnas, op hun schilden, een soort orakels die gelezen kunnen worden. En dan de manier waarop ze kijken. Ze hebben ogen die alles in kleine stukjes ontvangen en onmiddellijk filteren. Ze kunnen ook het beste zien als iets snel passeert. Die snelheid is een soort stilstand en de stilstand wordt snelheid, een vibratie die wordt gevangen door het oog. Dat is een vitaliteit die me interesseert en die ik vertaal naar mijn tekeningen enzo. Ja, dat is 't. Bedankt voor de conversatie”, besluit Fabre de eerste dag. “Goed dat we elkaar ontmoet hebben in deze mooie ruimte.”

Kunststromingen

De volgende dag nemen de vlieg en de scarabee de lift omhoog, waarna ze nog twee trappen moeten lopen voordat ze bij het dakterras uitkomen. Het heeft inderdaad gesneeuwd, maar daarvan is op het dakterras niets te zien. De lucht is grijs, het zicht beperkt. Kabakov bijt opnieuw de spits af. “Alles goed? Weet je, ik denk vaak dat de wereld van de vliegen sterk lijkt op de kunstwereld.” Waarna een relaas volgt over nationale en internationale kunststromingen. Nu maakt de internationale stroming de dienst uit. Net als vliegen zijn de representanten van deze stroming niet aan een bepaalde plaats of tijd gebonden. Ze maken schilderijen die over de hele wereld hetzelfde zijn. Ze reizen van tentoonstelling naar tentoonstelling, blijven een paar dagen bij elkaar, zoemen of praten wat en vliegen dan weer verder. “Degenen die geen vliegen zijn, passen niet in het systeem, gaan weg, hebben geen succes. Ik weet niet hoe de keuze tot stand komt, waarom de een wel succes heeft en de ander niet, maar ik denk dat het te maken heeft met hun vleugels, hun manier van vliegen. Je moet op een bepaalde manier vliegen en dan lukt het.”

Fabre is het ermee eens dat de kunstwereld net als de die van de insecten een superorganisatie is, maar de wereld van de insecten interesseert hem eindeloos veel meer. “Uiteindelijk zijn we allemaal, ook in de kunst, op zoek naar de onmogelijke symmetrie. Wat me interesseert is dat die scarabeeën een vorm aannemen en die vorm, de inhoud ervan, opvreten en dan alleen een omhulsel achterlaten. Een niet te verwezenlijken symmetrie. Iets wat er zou kunnen zijn, maar er niet is. In de tijd van Sherlock Holmes spraken ze er al over. Hebt ge dat merkwaardige incident gehoord vannacht? Nee? De honden, de dogs van Baskerville, die hebben niet geblafd. Daar gaat het ook om dingen die er zouden kunnen zijn, maar er niet zijn.”

Tenslotte filosoferen de kever en de vlieg over de vrijheid. Fabre vindt het geen gemakkelijk onderwerp. Dan herinnert hij zich dat hij ooit een paar dagen in het gevang heeft gezeten en toen van iemand een hand kreeg. “Binnen de beeldende kunst en het theater worden heel veel handjes en kusjes gegeven. Die hebben voor mij geen waarde. Maar binnen het complot van onze maatschappij kwam ik op het idee dat de grootste vrijheid zit in de kleinste gevangenis, want daar krijgt een handdruk een echte betekenis. Dus oké, we zien elkaar nog he?”

De mestkever en de vlieg maken nog een dansje op het dakterras, samen en solo. Ze springen over rollen teer en lege verfpotten, doen alsof ze zich verwarmen aan een roestige barbecue, wijzen op de reusachtige gebouwen rondom hen en maken plannen waarheen te vliegen. Tenslotte maken ze ieder nog een duiksprong.

Op Kabakovs atelier gaan de pakken uit. Kabakov doet z'n pantoffels met verfspatten aan en gaat zitten. Fabre inspecteert de schade aan zijn vleugels. De heren zijn doodop. Rest nog een simpele vraag: Welke muziek speelde door hun hoofd tijdens het dansen? Fabre begint onmiddellijk te neurien:: “Frank Sinatra, 'You are the sunshine of my heart, the apple...' ” Meer tekst wil hem niet te binnen schieten, maar de melodie neuriet hij vrolijk verder. Kabakov zegt: “Nichts. Gar nichts, kein Melodie. Nur tanzen ohne Musik.”