Zaak-De Bièvre nu extra pijnlijk voor ABN Amro

AMSTERDAM, 28 FEBR. “Wij hebben niets aan het persbericht toe te voegen en ik verwacht er ook geen vragen over.” Het gedwongen vertrek van bestuurder mr. L. de Bièvre van ABN Amro na handel met voorkennis door zijn vrouw waarvoor De Bièvre zelf de informant was, veegde bestuursvoorzitter mr. J. Kalff gisteren van tafel als onderwerp van discussie.

Zo snel mogelijk overgaan tot de orde van de dag is het devies dat Kalff gisteren tijdens de presentatie van de bankcijfers 1996 in de praktijk bracht. Zoals ING dat vijf jaar geleden ook deed toen het financiële conglomeraat in opspraak kwam door een serie affaires rond topmensen.

Met een lopende overname in Amerika van een grote spaarbank is twijfel onder banktoezichthouders over de integriteit van de bankbestuurders wel het laatste waar Kalff op zit te wachten. De 'affaire-De Bièvre' is extra gevoelig gezien de aankondiging dat ABN Amro voor certificaten van aandelen notering wil aanvragen op de beurs van Wall Street, een maand voordat ING hetzelfde doet.

Buitenlandse banken mogen in Amerika op extra aandacht rekenen sinds een bijkantoor van de Italiaanse bank BNL in Atlanta enkele jaren geleden werd ontmaskerd als draaischijf voor miljardenbetalingen aan Irak. Toestemming voor Amerikaanse overnames, ja zelfs voor fusies in het thuisland (zie Rabo en Robeco) gaat gepaard met tijdrovende procedures en uiterst ingewikkelde regelgeving.

Verschillende Japanse banken in New York kwamen vorig jaar nog in aanvaring met de bankentoezichthouders en kregen zware boetes wegens tekortschietende informatie. Het nieuws dat tegen mevrouw De Bièvre al vier jaar lang een justitieel onderzoek liep wegens effectenhandel met voorkennis, zonder dat de bank (en daarmee de toezichthouders) op de hoogte waren, vereist in Amerika, waar toezichthouders prompte disclosure verwachten, extra uitleg.

De blamage voor de bank volgt op twee grote fraudezaken, die de laatste twaalf maanden bij ABN Amro aan het licht zijn gekomen. Eerst was er een zaak op het kantoor aan de Amsterdamse Vijzelstraat, waarbij een bedrag van ongeveer 25 miljoen gulden verduisterd zou zijn. Eén verdachte staat inmiddels voor de rechter. Eind vorig jaar volgde een nieuwe zaak, waarvan drie weken geleden bleek dat de fraude nog groter was: enkele tientallen miljoenen guldens. Een onderzoek loopt nog, verschillende medewerkers zijn op non-actief gezet. De vraag wie op hogere managementniveaus voor de tekortschietende interne controles verantwoordelijk waren is nog niet beantwoord.

De fraudes en de voorkennisaffaire hebben één ding gemeen: wat is het nut van normen, geschreven regels en interne controles als zij blijkbaar op laag en op hoog niveau lange tijd kunnen worden genegeerd? Banken zijn gigantische geldfabrieken waar dagelijks miljoenen transacties, van betalen tot beleggen, ter waarde van vele miljarden guldens doorheen gaan. De administratieve beveiliging van al die geldstromen van klanten aan de achterkant van de bank is cruciaal om aan de voorzijde de clientèle recht in de ogen te kunnen blijven kijken. Administratie is echter geen sexy verkoopargument waar een bank klanten mee binnen haalt.

Met de noodzaak voor medewerkers om commercieel te scoren, met zulke grote bedragen die dagelijks overgeboekt worden en met de snelheid van de overboekingssystemen liggen pogingen tot misbruik altijd op de loer. Van het bijbuigen van regels (zoals ook handelaar N. Leeson bij Barings Bank begon met zijn speculaties die het bankroet zouden veroorzaken) tot regelrechte fraude.

De kansen op misbruik nemen toe nu internationale banken zich getransformeerd hebben van centraal- en hiërarchisch geleide, behoudende kredietinstellingen, naar decentraal georganiseerde bedrijven, die voor een steeds groter deel van hun inkomsten afhankelijk zijn van zalen vol handelaren en wisselvallige financiële markten. Hoe individueler de bankier wordt, met het salaris en de bonussen die daarbij horen, hoe moeilijker de formele controle.

De banken waar manco's in de interne controles en administratieve systemen tot ernstige problemen leidden, zoals Slavenburgs Bank en Staal Bankiers in Nederland in de jaren tachtig, zijn niet de categorie waar ABN Amro graag mee wordt vergeleken. De bank ziet de internationaal actieve Duitse, Zwitserse en Britse banken als haar concurrenten en collega's, de peer group, waaraan zij zich spiegelt met haar strategie en winstontwikkeling.

In deze club kampt op dit moment Deutsche Bank met de nasleep van twee affaires in Londen, waarvan een, een vermogensbeheerder die de interne regels overtrad, tot repercussies voor vijf managers in de “bevelslijn” boven hem heeft geleid. Die affaires speelden zich af bij een aangekochte Britse bank, ABN Amro's problemen liggen op de thuisbasis.

Welke invloed beschadigde reputaties op een bank en haar zaken hebben is niet te kwantificeren. ING leek de affaires uit 1992 pas echt achter zich te hebben na de duizelingwekkende overname van Barings in 1995.

    • Menno Tamminga