Veilig en gezond

Iedere ochtend begeven enige honderden theatertechnici zich voor dag en dauw naar het busje dat hen samen met enkele collega's naar de schouwburg brengt waar die avond hun voorstelling moet worden gespeeld. Al in de vroege ochtend, doorgaans eerder dan de dagelijkse file-rijders met hun banen van negen tot vijf, gaan ze op pad.

Zodra ze ter plaatse zijn gearriveerd, begint het opbouwen van het decor en het installeren van de - steeds ingewikkelder wordende - techniek. Meestal vergt dat werk, op een enkele eetpauze na, de hele dag. Vervolgens zorgen ze er, achter de schermen of hoog in de nok, voor dat de voorstelling vlekkeloos verloopt. Vaak moet alles daarna weer worden afgebroken, omdat er de volgende dag elders wordt gespeeld. Pas ver na middernacht zijn ze thuis. En een paar uur later gaat de wekker.

De gemiddelde theatertechnicus is jong en werkt keihard voor een bescheiden loon. Lang houdt hij dat niet vol. Maar zo lang hij de werkdruk kan verdragen, is hij met hart en ziel toegewijd aan de voorstelling en voelt hij zich opgenomen in de kunstenaarsromantiek van het nomadenbestaan. Met zijn collega's klaagt hij naar hartelust over de schandelijke wijze waarop hij wordt onderbetaald door het theatergezelschap of de theaterproducent, maar hij zou zijn werk niet willen missen. Anderzijds kunnen de meeste werkgevers in deze branche cijfermatig aantonen dat het zonder de schier oeverloze inzet van deze technici financieel niet mogelijk zou zijn op tournee te gaan.

Terecht bestaat er in dit land een Wet op de Arbeids Omstandigheden, die ervoor moet zorgen dat men in alle bedrijfstakken veilig en gezond zijn werk kan doen, en daarom voorschriften bevat voor arbeids- en rusttijden. Nu is die ook van toepassing verklaard op het theaterbedrijf. Aanvankelijk was zelfs gedecreteerd dat het voortaan verboden was langer dan elf uur achtereen te werken. Nadat de bedrijfstak had laten weten hoe het in de praktijk toegaat, kwam vorige week echter het bericht dat de regels zijn aangepast: langer mag, op voorwaarde dat dan de volgende dag vrijaf kan worden genomen.

Maar ook deze door de ministerraad goedgekeurde concessie van minister Melkert (sociale zaken) en staatssecretaris Nuis (cultuur) zal nog tal van problemen opleveren. Bij welke voorstelling die elke dag in een ander theater wordt gespeeld, kan men het zich veroorloven de technische ploeg om de dag vrijaf te geven? Wie kan zich in zo'n geval een tweede ploeg permitteren, die het werk om de dag overneemt? En hoe veel voorstellingen zullen niet meer op tournee gaan (of niet eens meer worden geproduceerd) als de Arbo-wet strikt moet worden nageleefd?

Het is een oud dilemma. Toen musici nog vrijelijk konden worden onderbetaald, was in elke horeca-gelegenheid levende muziek aanwezig. Sinds er redelijke honoraria gelden, is zulke muziek voor veel uitbaters onbetaalbaar geworden - en de werkloosheid onder musici gestegen. En het blijft onoplosbaar, let maar op: zodra de Arbo-wet ook van toepassing zal zijn op de Nederlandse filmsets, zullen er ongetwijfeld nog minder Nederlandse films kunnen worden gemaakt.

De vraag is wat de doorslag moet geven: verantwoorde arbeidsomstandigheden of werkgelegenheid en cultuur-aanbod. Die vraag is nog door niemand helder beantwoord.