Uitbesteding naar Oost-Europa en Azië houdt ABB op koers

ZÜRICH, 28 FEBR. Percy Barnevik, de bijna legendarisch geworden topmanager van ABB, het grote Zweeds-Zwitserse elektro- en machinebouwconcern, is nog niet weg of de perspectieven voor de internationaal om zijn goede omzet- en winstprestaties geprezen onderneming lijken ineens wat te verbleken.

Weliswaar boekte ABB afgelopen jaar nog een winststijging van 16 procent, maar dat was aanzienlijk minder dan waarop de buitenwacht tot voor kort rekende. En de inkomsten uit de belangrijke sector energieopwekking (gasturbines etc.) vielen vooral in het vierde kwartaal dramatisch terug.

Als het aan Göran Lindahl ligt, de man die Barnevik per 1 januari jl opvolgde, is de terugval van de winstgroei slechts tijdelijk. Lindahl toonde zich gisteren bij de presentatie van de cijfers over 1996 vol vertrouwen dat de omzet en winstgroei weerkeert. De nieuwe ABB-chef baseert die verwachting op de sterke geografische spreiding van het concern, op de enorme groeipotenties in Azië en in Oost- en Centraal-Europa, waar het concern zeer sterk vertegenwoordigd is, en op een voorziene expansie in industriële dienstverlening waar veelal hogere marges zijn te behalen.

Lindahl is niet van zins het roer na het vertrek van zijn beroemde voorganger om te gooien. “ABB's strategie blijft onveranderd”, verzekerde hij. De nadruk blijft sterk liggen op een sterk gedecentraliseerde organisatie, op opleidingen en grote research-inspanningen en op continue kostenbesparingen.

Dit jaar zal er ondanks dat ferme statement van een terugkeer naar de forse groeicijfers van de achterliggende jaren - in 1995 was nog sprake van een winstgroei van 73 procent - nog weinig te merken zijn. Lindahl voorspelt voor 1997 een netto winst die “ten minste op hetzelfde niveau” zal liggen als in het afgelopen jaar (1,2 miljard dollar).

De stijging van de nettowinst (16 procent) viel tegen, omdat de verwachtingen op grond van de winststijging over de eerste drie kwartalen (ruim 24 procent) veel hoger gespannen waren. Vooral in het vierde kwartaal was er sprake van sterke tegenwind, vooral in de sector energieopwekking die geplaagd wordt door hevige concurrentie en zwakke prijzen. Het operationele resultaat van deze divisie daalde over het gehele jaar met maar liefst 39 procent van 919 miljoen naar 561 miljoen dollar. De winstmarge daalde er van 8,9 tot 5,8 procent.

Dat ABB hier niet in de verliezen belandde is volgens topman Lindahl te danken aan het een consequent beleid van kostenreductie en effeciencyverbetering en het lanceren van apparatuur met een hoger energierendement. Lindahl verwacht dat de prijzen voor gasturbines en andere apparatuur voor stroomopwekking nu wel het dieptepunt hebben bereikt en zich voorlopig op dit (lage) peil zullen stabiliseren. In alle andere divisies behaalde ABB afgelopen jaar betere operationele resultaten.

Het in toenemende mate uitbesteden van ontwerp en produktie van onderdelen naar landen in Azië en Centraal- en Oost-Europa droeg flink bij aan het verlagen van ABB's kostprijzen. Het concern, dat geldt als de grootste private investeerder in Oost- en Centraal-Europa, profiteert nu van zijn forse expansie daar. “In het begin keken onze concurrenten nogal vreemd aan tegen onze investeringen in die landen, nu zien we vooral jaloerse blikken”, zei Lindahl.

Sind 1990 heeft binnen het concern een enorme verplaatsen van arbeid naar het Oosten plaatsgehad. In de westerse landen verdwenen in die periode circa 58.000 banen, terwijl er in het Oosten (Azië en Oost- en centraal-Europa) 56.000 arbeidsplaatsen bijkwamen. Het opschuiven in oostelijke richting gaat de komende jaren in hoog tempo door. Nu komt eenderde van ABB's omzet er vandaan, maar volgens Lindahl zal het niet erg lang meer duren of het is de helft.

In de snelgroeiende economieën in Azië is de komende jaren een enorme behoefte aan energiecentrales. ABB-bestuurslid Armin Meyer verwacht dat het geïnstalleerd vermogen in de wereld, vooral door uitbreiding in de emerging markets tot het jaar 2020 zal verdubbelen tot 6000 Gigawatt. Meyer voorziet dat in de regio Azië/Pacific en China tot de eeuwwisseling jaarlijks voor 50 Gigawatt een centrales zal worden gebouwd. Alleen al in China komt er per jaar net zoveel nieuwe opwekkingscapaciteit bij als nu bestaat in een land als Zwitserland. Dit gaat gepaard met een geweldige kapitaalbehoefte en Meyer pleitte daarom voor nieuwe financieringsinstrumenten, met name exportkredietverzekering, om hierin te kunnen voorzien.

Afgelopen jaar ondervond ABB de negatieve effecten van de zwakke Europese economie. Het concern verwacht dat 1997, het tweede jaar van de laagconjunctuur voor de Europese kapitaalgoederensector, zo mogelijk nog zwakker zal worden. Ook in Noord-Amerika zit de vaart er nog niet echt in. In Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika verwacht het concern wel weer een goede groei van de vraag.

ABB Nederland heeft goede verwachtingen voor dit jaar. Maar een herstel van de zwakke markt voor energiecentrales zit er nog niet in. De omzet was, zoals voorzien, met 595 miljoen gulden de helft kleiner dan in 1995. De nettowinst daalde minder sterk en ging van 60,6 miljoen naar 41,6 miljoen gulden. Extra inspanningen in de sectoren industrie, service, standaardprodukten en energietransport en -distributie konden de teruggang in de energieopwekking deels compenseren. Worden de cijfers van ingenieursbureau ABB Lummus Global BV (vooral offshore- activiteiten) meegenomen dan was de omzet van ABB in Nederland 1,3 miljard en de nettowinst 62,8 miljoen. In totaal kwam voor 2,1 miljard aan orders binnen. Bij de Nederlandse ABB-bedrijven werken ruim 2000 mensen.