Thailand ontkent gedwongen terugkeer vluchtelingen Birma

BANGKOK, 28 FEBR. De Thaise strijdkrachten wijzen door de Verenigde Staten en mensenrechtenorganisaties geuite beschuldigingen van de hand dat Thailand Karen-vluchtelingen terugstuurt naar oorlogsgebied in Birma. Wel zijn gewapende mannen tegengehouden die te midden van groepen vluchtelingen de grens naar Thailand probeerden over te steken.

Een Thaise legergeneraal, verantwoordelijk voor de veiligheid in het grensgebied, heeft dat vanochtend in Bangkok verklaard. De afgelopen weken zijn naar schatting 15.000 Karen naar Thailand uitgeweken, op de vlucht gejaagd door het eerder deze maand begonnen offensief van het Birmese leger tegen guerrillastrijders van de Karen National Union (KNU).

Gisteren liet het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weten “diep bezorgd” te zijn over de “tragische” situatie die zich thans voordoet. Een woordvoerder in Washington zei dat het Thaise leger ongeveer 900 gevluchte vrouwen en kinderen heeft gedwongen terug te keren naar Birmees grondgebied. Ook Amnesty International en vanochtend de vluchtelingenorganisatievan de VN, UNCHR, hebben die beschuldiging geuit.

Maar volgens generaal-majoor Thaweep Suwannasing van het Thaise leger zijn de verwijten onjuist. “Er is geen sprake van dergelijke gedwongen repatriëringen”, zei hij in een telefonisch vraaggesprek met het persbureau Reuter. “De soldaten onder mijn bevel hebben honderden vluchtelingen geholpen, vooral vrouwen, kinderen en oudere mensen.” Generaal Thaweep zei ook dat “alle burgervluchtelingen” worden toegelaten, maar dat “gewapende mannen, van wie wordt aangenomen dat ze guerrillero's zijn” worden tegengehouden. Thailand wil voorkomen dat de strijd van de Karen op Thais grondgebied wordt uitgevochten.

De lezing van het leger wordt onderschreven door verklaringen uit kampen in het grensgebied, waar Thailand sinds het begin van de jaren tachtig ongeveer 70.000 vluchtelingen uit Birma heeft gehuisvest. “Het Thaise leger heeft geen enkele vluchteling teruggestuurd. Het leger heeft hen van het jungle-gebied bij de grens overgebracht naar een veiliger locatie, in Hauy Nam Long”, aldus Htee Doe, een vertegenwoordiger van de KNU in een van de kampen. Volgens hem verblijven thans 1.515 Karen-vluchtelingen die bij het jongste offensief van het Birmese leger zijn weggetrokken, in een veiliger kamp, dieper in Thailand gelegen. “Zij werden niet gedwongen. Maar ongeveer 300 jonge mannen, van wie werd aangenomen dat zij KNU-soldaten zijn, mochten de grens niet over.”

De KNU was de grootste van een twaalftal op etnische basis gegronde guerrillagroepen die sinds de onafhankelijkheid van Birma in 1948 naar een eigen staat streven. In 1992 kondigde de regerende Birmese Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC) een staakt-het-vuren af. Maar de afgelopen twee jaar zijn nieuwe aanvallen ingezet, waarbij de Karen-strijders defensief zijn gedrongen. (Reuter, AFP, AP)