Stukjes wereldraadsel

Adrian G. Gilbert: Magi. The quest for a secret tradition. Bloomsbury, 328 blz. ƒ 65,60 (geb.) ƒ 26,95 (pbk)

De sfinx van Gizeh, de zweetdoek van Veronica, de Graal, de Tempeliers en de bouwmaten van de kathedralen, voor de ingewijde houden alle wonderen verband. En dat de Engelse astroloog Gilbert een ingewijde is, heeft de lezer al snel door. Over deze onderwerpen heeft hij ook afzonderlijke werken geschreven. Nog geen half jaar geleden kon de Nederlandse kijker op de televisie zijn BBC-programma over het 'geheim der pyramiden' volgen: waarom de bouwwerken zo ten opzichte van elkaar zijn gesitueerd, wat die sfinx er mee te maken heeft, enzovoort.

Tijdens de 'queeste' van Magi vallen vele stukjes van het wereldraadsel op hun plaats. Gilbert heeft het spoor van een oeroud genootschap van wijzen ontdekt dat al millennia lang de tekenen aan het firmament leest en doorgeeft. De dageraad van die magiërs brak enige duizenden jaren geleden aan in het gebied van de Halve Maan, dat ruwweg tussen de berg Ararat in Turkije (het 'Ur der Chaldeeën' volgens Gilbert) en Heliopolis in Egypte ligt. De Drie Koningen die de ster van Bethlehem volgden waren dergelijke wijzen. Zij ontdekten de bijzondere conjunctie van Jupiter en Saturnus op Jezus' geboortedag en concludeerden dat er ergens een koningszoon geboren moest zijn; dat wilde in die dagen zeggen dat een der goden of helden weer een menselijke gestalte had aangenomen en een nieuw rijk zou vestigen.

In Jezus herkenden de Drie Koningen volgens Gilbert een Egyptische Horus of Perzische Mithras. De moderne Bijbeluitleg dat Jezus een ketterse rabbi was die zijn wortels in het Oude Testament had schuift hij gedecideerd terzijde: nee, de evangeliën bevatten een gecodeerde boodschap van de volgelingen van Osiris, Zarathoestra en Nimrod. Het christendom werd een vehikel van de hoop op een vredesvorst aan het eind der tijden. Maar onder de oppervlakte van de officiële leer bleef een school van wegbereiders bestaan die een nieuw koninkrijk op aarde afwachtten. En die elite achtte esoterische kennis en zuiverheid van nog groter gewicht dan vrede en liefde. Gnostici, kruisvaarders en kathedralenbouwers waren de erfgenamen van deze traditie van de 'eeuwige wederkomst' uit het Midden-Oosten.

Het is niet de eerste keer dat het christendom tot een geheime cultus herleid wordt. In 1970 wist de hebraïcus John Allegro velen ervan te overtuigen dat de evangeliën vol toespelingen op de 'Amanita muscaria' stonden, de vliegenzwam die onder de Siberische jagers een belangrijk trance-middel is. De 'ziener' Gilbert mist echter de systematiek en eruditie die The Sacred Mushroom zo'n verleidingskracht schonken. Met wat exegese van de Russische dwepers Oespenski en Goerdijev, een beetje archaeologisch geliefhebber en veel gedachtensprongen maakt Gilbert van de christenen tovenaarsleerlingen. Maar het zijn toch vooral de stand van Sirius en Orion bij de dood van Cheops, de horoscoop van Johannes de Doper en de constellatie bij de kerstening van Clovis die zekerheid moeten verschaffen over het bestaan van een geheime broederschap die waakt over de geboorte van cultuurhelden. De astroloog maakt dankbaar gebruik van het computerprogramma skyglobe dat de mogelijkheid geeft de stand der sterren op elk moment in de tijd te reconstrueren. Dat is voor wie het boek duizelend naast zich neerlegt ook wat beklijft: de aardige uitsnedes van de noordelijke hemel op veelbetekenende data in de geschiedenis. Op 24 augustus 1999 zal de hemel er weer net zo uitzien als op Jezus' geboortedag. Een wederkomst lijkt op handen.