Sirene (slot)

“Dat weten wij wel”, zei de vrouw die mijn vrouw zou worden, “tegenover het Shipwreck Museum bevindt zich een houten gebouwtje, dat ons heel geschikt lijkt.”

Het gezicht van de Marriage Celebrant klaarde op.

“U bedoelt de Non-Denominational Church?” zei zij. “Normaal gesproken zou ik u daar niet mogen trouwen, omdat er in Australië een strikte scheiding bestaat tussen kerk en staat. Maar ik geloof dat wij in dit geval wel een uitzondering mogen maken. U moet weten dat het gebouwtje lang geleden door een orkaan is verwoest en hoewel het erna is herbouwd, is het nooit meer door enig kerkgenootschap opgeëist. Het is dus eigenlijk een kerk zonder god en als dat voor u geen bezwaar is, zal de overheid daar ook geen probleem van maken. Ik kan u het telefoonnummer geven van de vrouw die het gebouwtje beheert.”

“Uitstekend”, zei Alice, “ik zal haar meteen bellen.”

Zij verdween. Zo plotseling alleen gelaten zaten de Marriage Celebrant en ik wat ontheemd tegenover elkaar. “Doet u dit werk wel vaker?” vroeg ik ten slotte om maar iets te vragen.

“Al een jaar of tien, eigenlijk sinds ik gescheiden ben. Het is een bijverdienste.”

Zij stak een sigaret op, waarbij een vuursplinter op haar jurk terechtkwam.

“Shit”, riep zij, terwijl zij haar jurk schoonveegde. Toen zij daarmee klaar was, ging zij weer rechtop zitten.

“De kinderen zijn de deur uit. Ik ben nu heel goed met mijn ex.”

Zij keek heel opgeruimd en ik knikte. Inmiddels was Alice teruggekeerd.

“Dat is geregeld”, zei zij, “de beheerder van het kerkje is een vrouw, die Billy heet. Ze doet vanmiddag om vier uur voor ons open en ze wil bovendien onze getuige zijn.”

“U weet dat u twee getuigen nodig hebt?”, merkte de Marriage Celebrant op.

“Gemma komt ook”, zei ik, “we hebben haar gisteren in een restaurant ontmoet.”

“En is Gemma achttien jaar?”

“Is Gemma achttien jaar? Dat weet ik niet, dat hebben we niet gevraagd.”

“Jawel”, zei de vrouw die mijn vrouw zou worden, “natuurlijk is Gemma achttien, maak je geen zorgen.”

Wij namen afscheid van onze Marriage Celebrant en keerden terug naar onze kamer. De rest van de dag brachten wij in afwachting door. Wij draaiden wat om elkaar heen, aardig en bezorgd, maar zonder elkaar werkelijk lastig te vallen. Het huwelijk is een wetenschap, heeft de Balzac gezegd. Om half drie deed Alice haar jurk aan, zo'n witte plantersjurk die nog wel in het zuiden van de Verenigde Staten wordt gedragen. Ik reeg de knoopjes op haar rug dicht en maakte de rijgsluiting af met een grote vlinderstrik. Wij keken in de spiegel. Zij leek op Scarlett O'Hara. Ik niet op Clark Gable.

Daarna reden wij naar het kerkje. Billy was er al. Zij was een grijze, statige dame met een vriendelijk gezicht. Zij had een kleine ghetto-blaster meegenomen voor het geval wij bij onze entree muziek wilden horen. En zo gebeurde het ook. Na eerst een keer gerepeteerd te hebben, schreden wij gearmd het kerkje binnen. Gemma zat achterin met een kleine ruiker bloemen in haar handen. Wij hebben het nog even gevraagd: zij was 22.

Onze Marriage Celebrant hield een korte inleiding. Zij las een stukje voor uit Gibran's The Prophet, wat mij heel toepasselijk leek. En daarna vertelde zij iets over de formules die werden uitgesproken tijdens de huwelijksceremonie van de Apache-indianen, wat mij nóg toepasselijker leek. Alice begon even te huilen en ik kneep in haar arm om niet hetzelfde te doen. Ten slotte zeiden wij: “I do.”

Alice haalde de ringen tevoorschijn, die zij stiekem had gekocht.

En toen verscheen in het grote achterraam, dat uitkeek over de oceaan, een Chinese jonk met een hoog achtersteven en een rood zeil. Aan boord waren duikers op weg naar het koraalrif. Zij droegen duikersbrillen en snorkels. Als je goed keek zag je dat zij naar ons zwaaiden.