Senaat vindt wet sluiting drugspanden te ver gaan

De Eerste Kamer lijkt af te stevenen op een conflict met het kabinet over een wetsvoorstel dat burgemeesters een wettelijke basis moet geven om drugspanden te sluiten. Verscheidene senatoren menen dat het wetsvoorstel in strijd is met de grondwet.

DEN HAAG, 28 FEBR. Op 1 januari zou alles anders worden in achterstandsbuurten als de Rotterdamse wijk Spangen. Panden die drugsoverlast veroorzaken zouden door de burgemeester onmiddellijk worden gesloten. Ook overlast door prostitutie, wapenhandel en heling zou de burgemeester kordaat gaan aanpakken. De wet die dit allemaal mogelijk moet maken loopt echter vertraging op in de Eerste Kamer. Volgens verscheidene senatoren is het wetsvoorstel in strijd met de grondwet en het Europees verdrag voor de rechten van de mens.

Het was de bedoeling van het kabinet dat de wet op de sluiting van drugspanden op 1 januari in het Staatsblad zou staan. Dat zou betekend hebben dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel als een hamerstuk had moeten afdoen, want het voorstel werd pas begin december naar de senaat gestuurd. “Toen heb ik gezegd: dat verdom ik”, zegt mr. E.C.M. Jurgens, senator voor de PvdA.

De bewoners van de wijken die te maken hebben met de overlast begrijpen helemaal niets van de aarzelingen van de senaat. Bewoners, verenigd in het Landelijk Bewonersplatform Aandachtsgebieden, schreven de Eerste-Kamerleden een open brief waarin ze opriepen de panden snel te sluiten. “We doen een dringend beroep op u om te zorgen dat wij net als u fatsoenlijk kunnen wonen en dat is niet in strijd met de grondwet”, aldus de ondertekenaars. Zaterdag kwamen enkele honderden bewoners van achterstandswijken naar Den Haag om te protesteren tegen de drugsoverlast.

“Ik ben niet teleurgesteld want ik had toch al geen vertrouwen in politici”, zegt A. Verdoold, een van de organisatoren van de demonstratie en zelf inwoonster van Spangen. Twintig keer per maand doet de politie invallen in drugspanden in Spangen, zegt zij, maar binnen enkele dagen zitten er weer nieuwe drugsdealers op het adres. Verdoold: “De gemeente en de politie spelen steeds beter in op de problemen, maar als Den Haag niet meewerkt kunnen ze ook niet veel doen.”

Geen enkele fractie in de senaat is het oneens met de doelstelling van de wet om de drugsoverlast aan te pakken, maar volgens de fracties van PvdA, CDA, D66 en GroenLinks zijn de bevoegdheden van de burgemeester om panden te sluiten in het wetsvoorstel veel te ruim geformuleerd. Het wetsvoorstel botst daarom met artikel tien van de grondwet en artikel acht van het Europees verdrag voor de rechten van de mens, menen zij.

Pagina 2: 'Onschendbaarheid van eigen woning is groot recht'

In de artikelen van de grondwet en het Europees verdrag voor de rechten van de mens is het recht op bescherming van de persoonlijke levensfeer verankerd. “De wetgever dient de grondwet en internationale verdragen in acht te nemen en moet klare taal spreken”, zegt senator E. Hirsch Ballin. Hij spreekt van “een vaag en ongelukkig geformuleerd voorstel”. Jurgens oordeelt: “Het kabinet en de Tweede Kamer hebben een klungelig produkt gefabriceerd.”

De drugspandenwet kent een merkwaardige historie. De nieuwe wetgeving om de sluiting van drugspanden mogelijk te maken werd noodzakelijk door een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in augustus 1995. Naar aanleiding van de sluiting van een drugspand in Venlo bepaalde de afdeling toen dat het burgemeesters wettelijk niet is toegestaan een pand te sluiten, omdat daarvoor de grondslag in een wet ontbreekt. Door de uitspraak ontstond een gat in de wetgeving. Voorheen sloten burgemeesters panden op basis van plaatselijke verordeningen. Dat was nu niet meer toegestaan.

Vervolgens kwamen er twee wetsvoorstellen die het sluiten van drugspanden van een nieuwe wettelijke grondslag moesten voorzien: een wetsvoorstel van het kabinet en een initiatief-wetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Heemst (PvdA) en Korthals (VVD).

Juist om bezwaren in verband met het Europees verdrag voor de rechten van de mens te voorkomen, verwees het kabinet in zijn wetsvoorstel expliciet naar overlast als gevolg van de handel in drugs. Het Europees verdrag voor de rechten van de mens bepaalt namelijk dat er een “urgent maatschappelijk belang” gediend moet zijn met de beperking van een grondrecht, zoals bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Alleen de specifieke overlast van drugshandel, zoals confrontaties met verdwaasde gebruikers en rondslingerende spuiten, zouden een inbreuk op dit grondrecht rechtvaardigen, meenden de staatssecretarissen Van der Vondervoort en Kohnstamm van Binnenlandse Zaken, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel van Van Heemst en Korthals ging veel verder. Daarin werd de bron van de overlast niet met name genoemd. Bij de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel van het kabinet, bleek een zeer grote meerderheid van de Kamer voor deze variant van de wetstekst te kiezen, omdat dan ook tot sluiting zou kunnen worden overgegaan bij ernstige overlast veroorzaakt door prostitutie, wapenhandel of verkoop van gestolen goederen. Om het wetsvoorstel niet verder te laten vertragen, besloot het kabinet de formulering van Van Heemst en Korthals over te nemen.

Jurgens bestrijdt dat het bij de kwestie gaat om formalisme, zoals niet-juristen vaak denken. “We hechten terecht grote waarde aan de onschendbaarheid van de woning. Daarom hebben we heel gedetailleerd vastgelegd onder welke omstandigheden de politie een woning mag betreden. Bij een veel ingrijpender maatregel als de sluiting van een pand, wil de regering het nu geheel overlaten aan het oordeel van de burgemeester.” Volgens Jurgens krijgen de burgemeesters door de wet veel te veel bevoegdheden. “Stel dat u een referendum organiseert. Daarom krijgt u veel mensen over de vloer en uw buren klagen daarover. Als het referendum de burgemeester toch al niet goed uitkomt, kan hij straks uw woning sluiten.”

Geestverwanten in de Tweede Kamer en daarbuiten voeren druk uit op de senaatsfractie van de PvdA om het wetsvoorstel snel te aanvaarden. Het Tweede-Kamerlid M.M. van der Burg (PvdA) zegt dat ze zich niet kan voorstellen dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel blijft ophouden. “Daarvoor is de problematiek van de drugsoverlast te ernstig.”

Kohnstamm roept de senaat op om het wetsvoorstel “snel en zorgvuldig” door de Kamer te loodsen. Jurgens wil vooralsnog van geen wijken weten. “Dat de Eerste Kamer zonder concessies van de kant van de regering voor deze wet zal stemmen, lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk”, zegt hij. Op 11 maart debatteert de Eerste Kamer met Van der Vondervoort en Kohnstamm over de drugspandenwet.