Russische trucs tegen uitbreiding NAVO

ROTTERDAM, 28 FEBR. Niet alleen verbaal verzet Rusland zich hardnekkig tegen de uitbreiding van de NAVO. Sommige landen beklagen zich dat Moskou de trukendoos ver opentrekt om hen onder druk te zetten.

In Polen, waar 92 procent van de bevolking voor toetreding tot de NAVO is (op Roemenië na het hoogste percentage in Oost-Europa) gooide onlangs Zbigniew Siemiatkowski, de minister die verantwoordelijk is voor de Poolse geheime diensten, de knuppel in het hoenderhok. De Russische geheime dienst, zei hij, is in Polen zeer actief bij het creëren van een pro-Russische lobby, die alsnog moet verhinderen dat Polen zich bij de NAVO en de Europese Unie aansluit.

Russische agenten, aldus Siemiatkowski, benaderen Poolse politici, vooral in de twee regeringspartijen, de (ex-communistische) SLD en de Boerenpartij PSL. Ze proberen ook Russisch kapitaal te pompen in strategische sectoren van de Poolse economie en druk uit te oefenen om gunstige handelsverdragen af te sluiten. Aldus moet een alternatief worden geschapen voor de Poolse integratie in Europa. De minister sprak van “een koortsachtige activiteit” van de Russische agenten in Polen en voorspelde dat het binnenkort “zorgvuldig geplande” onthullingen over en provocaties tegen Poolse politici gaat regenen - met het doel Polen bij het Westen in diskrediet te brengen. “De Russische geheime diensten willen aantonen dat onze elite enerzijds corrupt en anderzijds afhankelijk is van de mensen die haar vroeger bevelen gaven”, aldus de minister.

De Poolse oppositie reageerde sceptisch. Zij gaat ervan uit dat nogal wat Poolse ministers wegens hun verleden in de communistische partij chantabel zijn: de Russen hebben ongetwijfeld interessante dossiers over een aantal SLD- en PSL-leiders. Siemiatkowski is zelf vroeger lid geweest van de communistische partij en heeft volgens de oppositie boter op zijn hoofd: als minister heeft hij verhinderd dat de affaire-Oleksy (de vroegere premier en SLD-voorzitter die volgens ex-president Waesa jarenlang voor de KGB heeft gewerkt) werd opgehelderd. Siemiatkowski's opmerkingen, zegt de oppositie, hebben wellicht ten doel toekomstige aantijgingen tegen en onthullingen over partijgenoten al bij voorbaat te ontkrachten.

Moskou reageerde met voorspelbare boosheid op de waarschuwingen van Siemiatkowski. Volgens het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken probeert hij een “spionnenmanie” te ontketenen en “een Russisch vijandbeeld in stand te houden”.

Een paar van de voorspelde onthullingen zijn er overigens al geweest. Enkele dagen voordat Siemiatkowski met zijn waarschuwingen kwam, ontstond commotie over de uitlatingen van twee Russische politici over de huidige Poolse president, Aleksander Kwasniewski. Eerst liet een Russische parlementariër, Konstantin Borovoj - lid van de democratische oppositie - weten dat Kwasniewski in zijn hart niet de voorstander van Polens toetreding tot de NAVO is waarvoor hij zich uitgeeft. En vervolgens maakte Aleksandr Korzjakov, ex-rechterhand van president Jeltsin en ex-KGB-generaal, melding van een gesprek tussen Jeltsin en zijn minister van Buitenlandse Zaken Primakov. Deze verzekerde Jeltsin dat Kwasniewski “met de beproefde middelen” wel kan worden overgehaald om zich tegen het Poolse NAVO-lidmaatschap uit te spreken. De Poolse oppositie ziet dat als bevestiging van haar vermoedens dat Kwasniewski (partijlid en zelfs minister ten tijde van het communisme) chantabel is en voor de KGB heeft gewerkt.

Niet alleen in Polen plaatst men vraagtekens bij de methoden waarmee Moskou het verzet tegen de NAVO-uitbreiding kracht bijzet. De Oekraïense president, Leonid Koetsjma, beklaagde zich vorige week in een gesprek met de Russische krant Nezavisimaja Gazeta over de druk. De Oekraïne wil geen NAVO-lid worden. Maar ze wil wel betere betrekkingen en een speciale relatie met de NAVO, en ook dat wordt in Moskou niet op prijs gesteld. “Laten we eerlijk zijn. Er zijn krachten in Rusland die de verbetering van de relaties tussen de Oekraïne en de NAVO willen gebruiken om de spanning in de Russisch-Oekraïense betrekkingen op te voeren. Rusland zelf jaagt de wereld angst aan en dwingt sommige voormalige leden van het Warschaupact naar een andere paraplu uit te kijken”, aldus Koetsjma. Zelfs gebrek aan verzet tegen de NAVO-uitbreiding kan dreigementen uit Moskou opleveren. “Als Azerbajdzjan de NAVO-uitbreiding steunt, zal dat de relaties met Rusland niet ten goede komen”, waarschuwde twee weken geleden de Russische ambassadeur in Baku.

Ook Estland kan een woordje meepraten over de Russische druk. Om de grote buur te sussen hebben de Esten onlangs hun volkenrechtelijk rechtvaardige aanspraken op een klein stukje Russisch grondgebied opgegeven. Bovendien zag Estland af van zijn eis, een grensakkoord met Rusland te baseren op het bilaterale vredesverdrag van 1920 (waarin Lenin de Russisch-Estse grens “voor eeuwig” erkende; het verdrag was de basis van die territoriale eisen).

Maar als de regering in Tallinn had gehoopt, dat de relatie met Moskou daar beter van zou worden, of dat Moskou na het wegnemen van de belangrijkste barrières tot soepel overleg over het grensakkoord zou overgaan, vergiste ze zich: sinds die dubbele concessie is uit Moskou een stroom van dreigementen en verdachtmakingen gekomen, die naar de stellige overtuiging van de Esten vooral te maken heeft met hun verlangen, NAVO-lid te worden. Niet alleen zijn de formuleringen die Moskou gebruikt steeds bizarrer, de dreigementen zijn ook steeds duidelijker.

Na de Estse concessies heeft Moskou juist nieuwe voorwaarden gesteld aan een grensakkoord. Bij monde van Jeltsins woordvoerder, Sergej Jastrzembski, werd het afhankelijk gemaakt van de behandeling van de Russische minderheid in Estland ('onze broeders en zusters in het nabije buitenland'), die volgens Moskou dramatisch slecht is. De behandeling van Jastrzembski's 'broeders en zusters' in het Balticum wordt steeds meer een rubberen argument, dat - wat de Balten ook doen - steeds meer wordt misbruikt als stok om de Baltische hond te slaan. Noch de Russische minderheid zelf, noch internationale instanties, noch Max van de Stoel, de Hoge Commissaris voor minderheden van de OVSE, delen de bezwaren van Moskou.

Het kon nog erger: Jastrzembski repte - voor het eerst - van “de vervolging van Russisch-orthodoxe gelovigen”, een verwijzing naar de recente losmaking van de Estse orthodoxe kerk van de Russisch-orthodoxe kerk. In dezelfde week zei een Russische politicus in Straatsburg zelfs dat “de situatie van de etnische Russen in Estland op het ogenblik erger is dan die van de joden in nazi-Duitsland”.

Deze verdachtmakingen zouden schouderophalend kunnen worden genegeerd als ze niet alles te maken hadden met het streven van de Esten om lid te worden van de NAVO. Bij dezelfde gelegenheid waarschuwde Jastrzembski de Balten in tot dusverre niet gebruikte termen tegen dat streven. Het kan volgens hem “extreem negatief” uitwerken op hun toekomstige relaties met Moskou.

De Balten laten zich niet intimderen. De Russische methoden worden gezien als als bedreigend en als chantage, maar ze zijn ook contra-produktief: “Hoe groter de externe druk, hoe groter de interne tegenreactie. Druk van Rusland leidt alleen maar tot negatieve reacties van Estse politici en burgers”, zei de voorzitter van de commissie van buitenlandse zaken van het Estse parlement, Eino Tamm.