Overleg vergde maanden; Joint-venture Hoogovens en UG Boël

ROTTERDAM, 28 FEBR. Koninklijke Hoogovens neemt een 50 procentsbelang in de industriële activiteiten van het Belgische staalbedrijf Usines Gustave Boël S.A. (UGB). Hoogovens en Boël zijn dat vandaag definitief overeengekomen. In oktober maakten de partijen het voornemen al bekend.

De transactie heeft echter lang op zich laten wachten, omdat de problematiek complexer was dan verwacht, zo stelde Hoogvens vanochtend. Het gaat bij de joint-venture om de industriële activiteiten van de onderneming in België en Frankrijk.

Koninklijke Hoogovens en de huidige aandeelhouders van UGB zullen ieder voor 50 procent deelnemen in een nieuw op te richten onderneming, die 100 procent eigenaar wordt van UGB en de Fabrique de Fer de Maubeuge (FFM). UGB krijgt beschikking over een bedrag van 4,25 Belgische francs, waaraan Hoogovens 2,25 francs zal bijdragen en de Société Wallonne pour la Sidérurgie (SWS) 500 miljoen francs. Het resterende bedrag wordt opgebracht door de huidige aandeelhouders van UGB.

De partijen hebben elkaar gevonden door de behoefte elkaars sterke punten aan te vullen, zo stelt Hoogovens. Hoogovens gaat halffabrikaten leveren die tot eindprodukten worden verwerkt op de goed uitgeruste installaties in La Louvière. Daardoor moeten de marktposities van beide bedrijven worden geoptimaliseerd. Hoogovens en UGB menen met hun joint-venture een bijdrage te leveren aan de verbetering van de structuur van de Europese staalindustrie.

De Brusselse krant Le Soir meldde gisteren al dat de twee ondernemingen vandaag de overeenkomst bekend zouden maken. In grote lijnen komt de overeenkomst er volgens deze krant op neer dat er een houdstermaatschappij met de naam Newco wordt opgericht, waaronder Boël komt te vallen. Hoogovens verstrekt aan Newco een lening van 1,75 miljard francs (96 miljoen gulden), aldus Le Soir.

Voor een sociaal plan is 1,8 miljard frank (99 miljoen gulden) uitgetrokken. Eerder dit jaar werd er maar net overeenkomst bereikt over dat plan, dat voorziet in het verlies van 800 van de 2.100 banen bij Boël in la Louvrière. Zonder dit akkoord had Boël faillissement moeten aanvragen. In 1996 leed de fabriek een verlies van omgerekend 50 miljoen gulden.

De Belgische krant De Financieel-Economische Tijd berichtte gisteren dat voorafgaand aan de alliantie tussen de Waalse staalproducent en de Nederlandse staal- en aluminiumgroep nog een akkoord moest worden bereikt met de minderheidsaandeelhouder Fafer over de participatie in een aantal Boëlinvestdochters. Dat zou geen essentieel probleem zijn gebleken bij de uiteindelijke overeenkomst, omdat de financiële blauwdruk al was beklonken.

Fabrique de Maubeuge is gespecialiseerd in het galvaniseren en verven van plaatstaal en heeft een capaciteit van 330.000 ton per jaar.