Oproep om verbod 'kwalijke' vormen van kinderarbeid

AMSTERDAM, 28 FEBR.De deelnemers aan de tweedaagse internationale conferentie over kinderarbeid in Amsterdam hebben in een gezamenlijke slotverklaring de internationale gemeenschap opgeroepen een einde te maken aan de meest kwalijke vormen van kinderarbeid.

De conclusies van de conferentie zijn bedoeld als aanloop naar een verdrag dat de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in 1999 wil voorleggen aan haar 174 lidstaten. Het nieuwe verdrag dient volgens minister van Sociale Zaken en Werkgelenheid, Ad Melkert, als aanvulling op een eerder ILO-verdrag uit 1973 dat ieder vorm van kinderarbeid verbiedt.

Het nieuwe verdrag zou alleen een verbod inhouden op de meest kwalijke vormen van kinderarbeid. De directeur-generaal van de ILO, Michel Hansenne, sprak tijdens de conferentie de hoop uit dat de meeste lidstaten het verdrag in 1999 zullen ondertekenen. Het oude ILO-verdrag werd door slechts 52 landen geratificeerd. Van de Aziatische landen, waar de meeste kinderarbeid voorkomt, behoort alleen Nepal daartoe.

Problematisch bij de opstelling van een verdrag dat kinderarbeid verbiedt, is een regeling die de naleving verzekert. In de slotverklaring werd het idee geopperd om de ILO regelmatig een wereldwijde voortgangsrapportage te laten maken van de terugdringing van kinderarbeid in de lidstaten. Nederland heeft de ILO daarvoor een miljoen dollar (1,8 miljoen gulden) in het vooruitzicht gesteld. Bij de bekendmaking daarvan riep Melkert de andere landen op eveneens een bedrag voor dit doel vrij te maken.

Volgens Melkert zou “het waarnemen van de feiten een bewustwording met zich mee brengen.” Het idee van het wereldwijde controlesysteem werd volgens sommige bronnen echter niet door alle 250 deelnemers aan de conferentie gesteund. Er zijn landen die de rapportages als ongewenste buitenlandse inmenging zouden ervaren en als een inbreuk op hun soevereiniteit. Landen die er niet in slagen om de meest erge vormen van kinderarbeid uit te bannen, zouden op grond van de rapportages vergeleken kunnen worden met landen die daar wel in slagen.