Oorlog van de ego's in Bosnië

Ed van Thijn: Stemmingen in Sarajevo. Van Gennep, 363 blz. ƒ 34,90

Eind april vorig jaar vertrok Ed van Thijn naar Sarajevo om daar bij de verkiezingen op te treden als coördinator van de internationale waarnemingsgroep van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Zoals zijn vorige boek Retour Den Haag begint het reisverslag Stemmingen in Sarajevo ook Suske-en-Wiske-achtig. Van Thijn die zich tevreden bezighoudt met zijn bezigheden en dan het telefoontje. Ze hebben hem weer eens nodig voor iets gewichtigs. Van Thijn die wederom eerst de geluiddempende ohropax uit zijn oor moet peuteren voor hij de hoogwaardigheidsbekleder aan de andere kant van de lijn kan verstaan. Overleg met zijn vrouw, zenuwachtig afwachten tot hij wordt teruggebeld, om dan te kunnen pruttelen dat hij helemaal niet zit te wachten op zo'n klus. Verwarring en gefax, bij deze en gene te rade en dan is de functie - in dit geval zelfs voor hij formeel ja heeft gezegd - een feit.

Pikante dagelijkse details worden ook ditmaal niet geschuwd. Hoe zuinig de gemeente Amsterdam zich bijvoorbeeld opstelt tegenover Lo Breemer, de trouwe kabinetschef uit zijn tijd als burgemeester, die onmiddellijk aankondigt met Van Thijn mee te willen als Chief of Staff. Wat in meer dan één opzicht moedig is. Want ook al wordt verlof gevraagd in het kader van de internationale vrede, en ook al is Breemer zo'n beetje sinds Van Hall chef van het kabinet in Amsterdam, hem wordt niet gracieus een half jaartje verlof verleend door burgemeester Patijn. Een baan ná terugkeer kan Breemer niet worden gegarandeerd. De passage doet denken aan een oude mop: schuchtere Moos vraagt voor het eerst vrij aan zijn baas omdat hij vijfentwintig jaar getrouwd is. Gromt de baas: krijg ik dat gesodemieter elke vijfentwintig jaar?

Het zijn zulke details die dit dagboek net zo interessant maken als Van Thijns vorige boeken. Net als die dromen. Die heeft Van Thijn nog steeds. De ernstige Faux-Pas en de Achtervolging zijn nog immer de hoofdthema's. Met een op hol geslagen lijkwagen toeterend dwars door een stoet heenrijden. Struikelen over een op de grond liggende Hans van Mierlo. Achtervolgd worden door een menigte krakers.

Andere duistere voortekenen zijn er eveneens, vóór zijn vertrek naar Sarajevo. Reusachtige bomen ontwortelen en vallen bijna op zijn huis. Akkefietjes van 'op-een-haar-na' met de auto. Hij slaat om met zijn boot, een schitterend verhaal. Stelt u zich voor dat u ergens bij Ouderkerk woont, aan de Amstel. Er wordt aangebeld. Daar staat, druipend, stinkend, de voormalige burgemeester en minister, met kroos in zijn haar. Dat zal het daar nog jaren goed doen op verjaardagen!

Maar hij gáát. En allemachtig, dan begint de ellende. Na aankomst in het hoofdkwartier van de waarnemers, dat dan al The Madhouse wordt genoemd, blijkt dat wat gevraagd werd er niet is, en dat wat er wèl is niet werkt. Vervolgens de kennismaking met de belangrijkste heren: secretaris-generaal Spencer Oliver van de Parlementaire Assemblee, een arrogante lastpak, de Amerikaanse ambassadeur Frowick, een glibberig zeepje met een eigen agenda. Binnen de OVSE woedt the Battle of the Ego's. Ontslagen en degradaties voor wie kritiek levert, zijn er aan de orde van de dag.

Meermalen zal Van Thijn ook vrezen voor zijn eigen positie. De sfeer wordt bepaald door een dodelijke combinatie van demissionaire politici en geslepen regelneven uit alle hoeken en gaten van de aardbol. Voorzien van met de haren erbijgesleepte titels, moeten zij in een volstrekt onfunctionele omgeving zo snel mogelijk de verkiezingen doordrukken. Hier en daar wordt wel eens een autochtoon om informatie gevraagd. Maar als die zich, zoals dr. Kovac van de Servische Republiek, meer voor andere landen dan voor de eigen Heimat lijken te interesseren ('Hoeveel werklozen heeft Den Haag?' 'Wat kost een woning per vierkante meter in Amsterdam?') haakt het internationale gezelschap teleurgesteld af, om zich vervolgens vooral met elkaar en de huishoudelijke beslommeringen bezig te houden.

Criteria voor een democratische gang van zaken worden daarbij steeds verder losgelaten. Hoewel Cyrus Vance al in december 1991 zei dat vrede in deze contreien staat of valt met de terugkeer van vluchtelingen, kan nu niet eens worden waargemaakt dat die vluchtelingen, waar ze zich ook maar bevinden, kunnen stemmen. Geen kat binnen de OVSE die zich er niet van bewust is dat stabiliteit in de regio een welhaast metafysische aangelegenheid is geworden, en dat Bosnië op geen stukken na rijp is voor welke verkiezing dan ook. Maar daar gaat het dan ook niet om. Het gaat in werkelijkheid om de verkiezingen in het eigen land, en dan vooral om de Amerikaanse. Dat dit ook voor Van Thijn - wat Nederland betreft - geen issue uit de reservedoos is geweest, blijkt uit het volgende citaat: 'Mostar is een kruitvat. Een mislukking daar kan terugslaan op onze eigen verkiezingen.'

Onvoorstelbare pakken geld worden er dan ook over de Balkan gesmeten om een tijdelijke structuur te scheppen waarin de verkiezingen toch kunnen doorgaan. Eén long term observer kost 6.000 DM per maand, één short term observer 2.500 DM per week.

Onduidelijker is wat er verder met dat geld wordt gedaan. Van Thijn probeert tevergeefs, met brieven (die verdwijnen) en memo's (die bij de verkeerde personen belanden), om de OVSE te laten samenwerken met bijvoorbeeld de European Community Monitor Mission, de ECMM die veel knelpunten al in kaart heeft gebracht.

Ook brengt Van Thijn een bezoek aan Banja Luka. Daar per helikopter met zijn gezelschap aangekomen, wacht schokkend nieuws. In Pale is Kašagic, de enigszins gematigde premier onder Karadzic, ontslagen, wellicht gearresteerd, misschien zelfs dood. Het bezoek valt in het water. Hoewel ze ook horen dat Kašagic onderweg is náár Banja Luka, besluiten Van Thijn c.s. om toch maar de heli terug naar Sarajevo te nemen. Tot die arriveert, hangen ze een beetje rond in Banja Luka en bekijken er 'een treurig Ottomaans kasteel'.

Ze hadden ook een bezoek kunnen brengen aan de eminente rooms-katholieke bisschop van Banja Luka, monseigneur Franjo Komarica. Deze prelaat - onlangs in Graz geëerd met de internationale Pax-Christiprijs - heeft de afgelopen vier jaar een unieke overlegstructuur opgebouwd met de Moslim-mufti en zijn Servisch-Orthodoxe collega. Als je er als hoge waarnemer toch in de buurt bent, en met je ziel onder je arm loopt... Maar goed, terwijl Kašagic in zijn auto richting Banja Luka tuft, gaat het waarnemersgezelschap naar Sarajevo.

Daar terug ergert Van Thijn zich aan de grapjes die er in vergaderingen over de afzetting van Kašagic worden gemaakt. Want al wordt er stoer gezegd dat diens ontslag niet zal worden geaccepteerd, de benoeming van zijn opvolger (mevrouw Plavšic, die niet vies is van etnisch zuiveren) wordt binnen de kortste keren als voldongen feit aanvaard. En mensen als oppositieleider Haris Silajdzic (nu premier) figureren alleen als lastige vliegen. In juni meldt Van Thijn: 'Beelden van Haris Silajdzic (..) Zijn hoofd zit onder het bloed. Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Cazin, pal bij Bihac, is hij door tegenstanders aangevallen en gewond geraakt. Aangeslagen geeft hij vanuit een ziekenhuis minutenlang commentaar. Tot onze spijt kunnen we er geen woord van verstaan'. Tant pis, denken ze dan in The Madhouse.

Met nog vele voorbeelden als deze is het, alles bij elkaar, een schokkend verhaal, dit tweede verraad van Bosnië door de internationale gemeenschap. Het is niet onwaarschijnlijk dat Van Thijn de hele charade halverwege achter zich had gelaten, als hij niet in zijn achterhoofd had gedacht aan het belang van een compleet verslag.

Dat verslag is er nu, zij het niet altijd even toegankelijk geschreven. Er wordt weinig uitleg gegeven van terminologie die voor Van Thijn inmiddels zonneklaar, maar voor iedere buitenstaander onbegrijpelijk is ('Hij bleef zich natuurlijk verzetten tegen het formulier II'). Het personenregister achter in het boek bevat meer Ajax-voetballers, hoofdredacteuren en andere Hollandse fine-fleur dan Bosniërs.

Maar het is en blijft een echt dagboek. In het persoonlijke heeft Van Thijn de neiging zich te bedienen van een wel erg melodramatische hyperboliek.

Dat doet echter niets af aan het feit dat, als dit boek niet als een bom inslaat, het bewijs voor de afstomping van Nederland ten opzichte van voormalig-Joegoslavië is geleverd. Wie wil weten hoe de Europese politiek ervoor staat, en wie het daarin werkelijk voor het zeggen hebben, moet dit boek absoluut en onmiddellijk lezen.