Minister-president van de Nederlandse Antillen over sanering economie: 'Nederland verwacht een trein die Europees loopt'

De economische toestand van de Antillen is slecht. De spanningen met Nederland zijn daardoor “vaak een beetje gechargeerd”, zegt minister-president Pourier. Maar: “Saneren doet pijn”.

WILLEMSTAD, 28 FEBR. Miguel Pourier kon zijn ogen niet geloven toen hij in maart 1994 minister-president van de Nederlandse Antillen werd. De eilanders stonden er financieel en economisch slecht voor, dat wist hij van tevoren. Het bleek alleen veel erger dan hij had verwacht toen hij zijn nieuwe kantoor in Fort Amsterdam in Willemstad betrad. “In het begin vroegen wij ons elke maand met angst en beven af hoe wij de salarissen gingen betalen”, zegt Pourier (58) nu. Als de vooruitzichten niet bedriegen gaat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maandag akkoord met het aanpassingsprogramma dat de economie van de Antillen een gezonde basis moet geven. “Wat wij met veel pijn en moeite hebben bereikt is een signaal aan de buitenwereld dat de Antillen serieus bezig zijn de zaken aan te pakken.”

De regering van Pourier heeft het tij niet mee gehad. De schuldenlast bedraagt 3,8 miljard gulden. De werkloosheid ligt rond de vijftien pocent, opleidingsmogelijkheden voor jongeren zijn beperkt. Ondanks een aantal vernieuwingsprojecten verkeren veel woningen in slechte staat. De inkomsten uit de offshore en het toerisme zijn teruggelopen. St. Maarten werd getroffen door een orkaan, maar krabbelt weer overeind. De relatie met Nederland liep een paar gevoelige tikken op toen de Europese Commissie begin dit jaar een streep zette door de vrije export van Surinaamse rijst uit Curaçao, Bonaire en Aruba naar Europa. De rijst, die op de Antillen wordt bewerkt, leverde enkele honderden banen op.

Ook de nieuwe belastingregeling van staatssecretaris Vermeend (Financiën) zette veel kwaad bloed. Hij bemoeilijkte de trek van Nederlandse penshonado's naar de West. Zij brachten behalve veel geld ook altijd hun ondernemingszin mee naar het Caribisch gebied en investeerden grote bedragen in toeristische projecten en dure woonwijken.

De tegenslagen kwamen hard aan. Nederland werd door Antilliaanse politici en industriëlen afgeschilderd als een 'onbetrouwbare partner'. Pourier, die zelf ook uiterst onaangenaam verrast was over het rijstbesluit van de Europese Unie, zegt nu dat de spanningen tussen de Antillen en Nederland “vaak een beetje gechargeerd” worden. “De Antillen verkeren in een moeilijke situatie. Er zijn ingrijpende maatregelen genomen. De bevolking had met deze nieuwe regering iets anders verwacht. Wij moeten maatregelen nemen die de economie ten goede komen, terwijl de kleine man naar zijn eigen portemonnee kijkt. Saneren doet pijn, dat wekt irritatie, ook tussen eilanden.”

Nederland wordt op de Antillen vaak te bemoeizuchtig genoemd.

“Er is in het verleden veel misgegaan op de Antillen. St. Maarten werd niet voor niets onder hoger toezicht geplaatst. Het onderwijs is nooit structureel aangepakt. Dat is een enorme handicap. Het leidt niet alleen tot werkloosheid en criminaliteit, maar werkt remmend op onze ontwikkeling. De overheid is bezig met automatiseren, maar dan blijkt dat mensen alleen maar lagere school hebben gehad.”

Bedoelt u dat de bemoeienis van Den Haag niet onterecht is?

“Ja, maar dat moet je van twee kanten zien. Nederland verwacht een trein die op zijn Europees loopt. Wij zijn een Caribische trein. Wij hebben niet de mensen of het geld om zaken snel te veranderen. Dat is heel frusterend. Ik zit na drie jaar premierschap nog steeds werkstukken op staatkundig terrein zelf te schrijven. Een Nederlandse minister-president zou worden uitgelachen. Ik werk zestien uur per dag, ook zaterdag en zondag, omdat het niet anders kan. Wij hebben een kleine groep die zich te pletter werkt. Nederland eist een bepaalde druk die te zwaar is voor ons apparaat. Daar ontstaan contradicties door.”

U hebt hard ingegrepen om de economie gezonder te maken. Moet dat leiden tot meer financiële onafhankelijkheid van Nederland?

“Ja, dat had allang moeten gebeuren. Maar in plaats van te ontwikkelen in de richting van meer zelfredzaamheid zijn wij teruggevallen op meer ontwikkelingshulp. Ondanks hoge inkomsten in het verleden, bijvoorbeeld uit het toerisme, heeft de produktiviteit, de creativiteit en de zelfredzaamheid op de Antillen niet doorgezet. Op veel plaatsen is geld verkwist in plaats van structureel gebruikt. Als dat wel was gebeurd, hadden wij nu geen schuld van 3,8 miljard gulden gehad.”

U legt sterk de nadruk op de zelfredzaamheid.

“Ons streven is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen daden. Als natie moet je jezelf verantwoordelijk voelen. Wij moeten elkaar binnen het Koninkrijk niet tot last zijn. Wij zijn zeer consciëntieus bezig onze lui verantwoordelijkheid bij te brengen, zodat zij niet zomaar in de 'plane' naar Nederland stappen en de gemeenschap tot last zijn. Dat kost wel tijd.”

Bewijst het IMF-akkoord dat u op de goede weg zit?

“Wij weten nu wat zich allemaal afspeelt in de financiële administratie. Twee jaar geleden zweefde ergens een onbekende schuld van 600 miljoen gulden rond, dat soort misstanden was toen de gewoonste zaak van de wereld. Inmiddels is het verschil tussen de boeken en de realiteit amper 40.000 gulden.”

Volgend jaar zijn er verkiezingen. Wilt u terugkeren als premier?

“Ik weet het nog niet. Het is geen gemakkelijke baan. Ik heb ontzettend veel opgeofferd. De politiek heeft mijn gezondheid en die van mijn vrouw aangetast. Politiek hier is zeer persoonlijk. Ik luister daarom niet naar de radio. Het is een moeilijke beslissing, ik zit er echt mee in mijn maag. Als het aan mijn vrouw ligt stap ik morgen uit de politiek. Ik heb geprobeerd veel te veranderen. Wij hebben met veel pijn en tegenslagen iets bewerkstelligd op de Antillen. Ik hoop dat we straks niet de weg opgaan van feestvieren met een Jan Steen-beleid.”

In Nederland heeft minister Voorhoeve gepleit voor een aparte minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zaken. Wat vindt u van die gedachte?

“Ik vraag mij af of zo'n minister wel een dagtaak heeft. Het is nu voor Voorhoeve heel druk geweest. Maar een minister die weinig te doen heeft gaat iets bedenken. In de jaren zeventig had ik als minister van Ontwikkelingssamenwerking te weinig werk. Wat doe je dan? Knoeien in de portefeuilles van anderen. Ik moest toch iets doen. Ik zie het gebeuren dat zo'n minister over de rug van de Antilliaanse ministers gaat meeregeren. Dat kan alleen maar negatief werken.”

Waar zou de portefeuille Antilliaanse zaken het beste af zijn?

“Ik vind Binnenlandse Zaken een goede oplossing. Er is veel affiniteit met wat zich hier afspeelt, op het constitutionele en gemeentelijke vlak bestaat veel kennis. Er moet dan wel een aparte begroting voor de Antillen en Aruba blijven. Wij zijn geen gemeente. Dat ligt gevoelig hier.”