Jubilea op de zaterdagse Matinee

AMSTERDAM, 28 FEBR. De Matinee op de Vrije Zaterdag brengt in het komende 37ste seizoen het duizendste concert in het Amsterdamse Concertgebouw. Op dat concert, op 31 januari 1998, gaat de Nederlandse première van de trilogie De laatste dag van Louis Andriessen: 'De laatste dag', 'Tao - De weg' en 'Brain voltage'. Reinbert de Leeuw dirigeert het Asko- en het Schönberg Ensemble met medewerking van de pianiste Tomoko Mukaiyama.

Een ander jubileum dat wordt gevierd is het Nederlandse debuut tien jaar geleden in de Matinee van Valery Gergjev, die sindsdien in het Nederlandse muziekleven een belangrijke plaats heeft verworven. Aanvankelijk werd hij vast-gastdirigent van het Rotterdamse Philharmonisch Orkest, waarbij hij later chef-dirigent werd en hij was de oprichter van het Rotterdam Gergjev Festival. Gergjev trad hier ook vele malen op met zijn Kirov Opera.

De zes concerten rond het duizendste Matineeconcert vormen een doorsnee van de Matineeprogrammering: Kees Bakels dirigeert A Sea Symphony van Vaughan Williams; Tuomas Ollila dirigeert muziek van Ligeti en Sibelius, van wie de komende seizoen alle grote werken worden uitgevoerd; Karlheinz Stockhausen is zelf aanwezig bij de uitvoering met kleine bezetting van zijn Inori; Philippe Herreweghe dirigeert Szenen aus Goethes Faust van Schumann; Louis Langrée leidt een concertante uitvoering van de opera Hamlet van Thomas met sopraan Sumi Jo; Valery Gergjev dirigeert een concertante uitvoering van Roméo et Juliette van Berlioz.

De Matinee begint aan een serie uitvoeringen van werk van de Britse Jonathan Harvey en een driedelige serie 'video-opera's' van Steve Reich. Pierre Boulez dirigeert een concert van zijn Ensemble Intercontemporain met werk van hemzelf, Webern, Birtwistle, Strawinsky en Bartók. Verder gaan premières van stukken van de componisten Robin de Raaff en Elmer Schönberger en de eerste openbare uitvoering van het Tweede vioolconcert van Tristan Keuris.

Het operaprogramma brengt verder De liefde voor de drie sinaasappelen van Prokofjev (met Gergjev), Verdi's Don Carlos met tenor Richrad Margison en dirigent Carlo Rizzi, La Favorita van Donizetti met dirigent Kees Bakels en The rape of Lucretia van Benjamin Britten, waarbij Oliver Knussen het Schönberg Ensemble leidt.