Jong hondje van het geheugen

Roberto Piumini: Remi van het brood. Vert. uit het Italiaans door Anthonie Kee. Querido, 178 blz. ƒ 29,90

Het is een klassiek kinderboekengegeven: een kind (altijd een jongen) dat gescheiden raakt van zijn ouders, niet (meer) weet wie die ouders zijn en dat dan door eenvoudige mensen wordt opgevoed om tot slot zijn rijke en innig liefhebbende ouders c.q. moeder terug te vinden. Zo gaan Alleen op de wereld en Oliver Twist en zo gaat ook Remi van het brood van Roberto Piumini.

Remi is zijn geheugen kwijt na een val van een paard en wordt door twee molenaarsbroers in huis genomen. Anders dan bij de grote voorbeelden heeft Remi het niet slecht, hij hoeft niet, als die andere Remy, over de wegen te zwerven om met kunstenmakende dieren zijn brood te verdienen, noch komt hij in handen van een schurk zoals de arme Oliver. Wel sluit hij vriendschap met een hond, maar ook met de molenaars die zo aardig en rechtschapen en vriendelijk zijn als je maar kan wensen.

De jongen zelf is natuurlijk ook heel aardig en vlug van begrip en hij heeft ook nog talenten (hij maakt heel bijzondere figuurtjes van brood) en iedereen houdt van hem. Uiteindelijk komt hij weer in contact met zijn moeder de markiezin. Remi van het brood is een soort streekroman voor kinderen, vol molenaarsromantiek, broodgeur en hondenliefde met overal louter goede mensen en een onverstoord vredig landleven.

De Italiaanse schrijver Roberto Piumini, die eerder een zilveren griffel kreeg voor zijn boek Motu-Iti, het meeuweneiland, wil niet heel psychologisch zijn, maar ook weer niet overdreven simpel. Hij doet zijn best op een eenvoudige manier, zowel in stijl als in stof. Zo schrijft hij over Remi, die in bed nog wat ligt te soezen en zijn gedachten laat teruggaan naar het moment waarop hij gevonden is door de molenaars: 'Als het jonge hondje van het geheugen bij die versperring was aangekomen, draaide het rusteloos in het rond: snuffelend zocht het naar schimmen van lichamen, van gezichten, gevoelens, tekens van plezier of verdriet die het van over de versperring zou kunnen opvangen. En rusteloos voelde het dat er ginds dingen waren, aanwezigheden: maar het wist niet wie of wat.'

Dat is wel een aardig beeld, maar het is tegelijkertijd ook erg vriendelijk en kalm. Want hoe verschrikkelijk zou het niet zijn, om op je elfde jaar helemaal geen verleden te hebben, om een intelligente en gevoelige jongen te zijn en niets te weten van wat er met je is gebeurd, wie je was, wie je bent ook - dat moet vaak kwellend zijn. Maar Remi heeft daar nooit last van, geen heimwee naar het onbekende, geen woede over het zwarte gat in zijn hoofd, geen hevige aandrang om iets uit te zoeken of te weten te komen - het is allemaal pais en vree en koek en ei en broodbeeldjes bakken.

Ook stilistisch schuwt Piumini de gemakzucht en de clichébeelden niet altijd: Remi loopt 's ochtends naar de hond 'om die te strelen en met zijn jongensogen in zijn zwarte, diepe, trouwe ogen te kijken.' Een bakkersvrouw is 'blozend van gezondheid' , Remi kijkt voortdurend 'oplettend toe' - de stijl is dikwijls braaf tot zeer braaf. 'Baas D'Ambert, die om de zoveel tijd langs kwam, bekeek wat Remi had gebakken, zei wat hij ervan vond en gaf raad. Iedere keer bracht hij biergist en zout voor hem mee, en één of ander nuttig instrument voor zijn werk: (-)', enzovoort.

Piumini verstaat niet echt de kunst om een wereld tot leven te brengen, het blijft allemaal op afstand. Er haakt niets, er valt niets op - eigenlijk weet je aan het eind van het boek nog nauwelijks iets van wie ook, zelfs niet van Remi. Het is best dat hij zijn moeder vindt, maar dat het ons nu iets kan schelen - nee.

Remi van het brood is een ouderwets type kinderboek, dat misschien enorm in de smaak zal vallen bij al diegenen die zo graag mopperen op het al te literaire van de moderne kinderliteratuur. Maar voor wie dat literaire nu juist de aantrekkingskracht van de jeugdliteratuur uitmaakt, valt er aan een boek als dit erg weinig te beleven.